Voor schrijvers straks maar twee uitgeefconcerns

Bij de mogelijke fusie van PcM en Noordelijke Dagbladcombinatie worden ook de boekuitgeverijen samengevoegd. Wie daarover niet geraadpleegd worden, zijn de schrijvers. Dat wordt toch wel tijd, schrijft René Appel.

Bij dagbladuitgeverijen is de verhouding tussen inhoud en bedrijfsvoering geregeld in een redactiestatuut. Op basis daarvan mogen eigenaren en bestuurders van media-ondernemingen zich niet bemoeien met de redactionele inhoud van publicaties. Bovendien bepaalt het redactiestatuut dat journalisten van een krant geraadpleegd moeten worden bij belangrijke veranderingen in de structuur of eigendom van hun bedrijf. Dat is allemaal heel goed geregeld.

Maar hoe zit dat bij boekenuitgeverijen? De (dreigende) fusies en overnames in de boekenuitgeverij, zoals het aangekondigde samengaan van PcM (Perscombinatie Meulenhoff) en NDC/VBK (Noordelijke Dagbladcombinatie/Veen Bosch & Keuning), maken duidelijk dat de redactionele identiteit van uitgeverijen op geen enkele manier beschermd is. Sterker nog: auteurs en freelancers die voor de betrokken uitgeverijen werkzaam zijn, hebben bij dergelijke fusieprocessen helemaal niets in te brengen. Zij ontvangen meestal zelfs niet eens een briefje om hen te informeren over de op handen zijnde aardverschuiving, waarbij de rechten op hun werk in andere handen overgaan.

In het geval van de fusiebesprekingen tussen PcM en NDC/VBK is die veronachtzaming van de schrijvers des te vreemder, omdat beide nu juist in meerderheid eigendom zijn van stichtingen. Die stellen zich tot doel om de ideële belangen van cultuur, vrijheid en democratie te dienen. Dat is ook de reden dat ze – anders dan besloten vennootschappen – mogen profiteren van een fiscaal gunstig regime.

De statutaire ‘opdracht’ van de Stichting Democratie en Media (PcM) rept over een ‘daadkrachtige democratie’ en het ‘stimuleren van een voortdurende bereidheid tot verandering en vernieuwing der democratie’. Het doel van de Stichting Je Maintiendrai (NDC/VBK) is om ‘het culturele, sociale en economische leven te stimuleren’. Dat zijn mooie woorden. Die mooie woorden zouden nog beter tot hun recht komen als ze ook werden toegepast op diegenen die bij uitstek de bron vormen voor die democratische en culturele media, te weten de schrijvers en freelancers die hun werk aan de uitgeverijen van het concern afstaan.

Voor redacteuren die in dienst zijn van de dagbladen en voor hun collega’s met een arbeidsovereenkomst, is er een ondernemingsraad. Die raad heeft wettelijke bevoegdheden, waaronder een adviesrecht en soms zelfs een instemmingsrecht. Ook hebben personeelsleden op wie een CAO van toepassing is, de mogelijkheid om terug te vallen op hun vakbond, die een wettelijk geregelde rol heeft bij fusies.

De enige categorie betrokkenen die het zonder informatie- of inspraakrecht moet stellen, zijn schrijvers en freelance auteurs (ook in de bladensector). Als het hen niet bevalt, kunnen zij slechts dreigen om hun werk terug te trekken (voorzover ze zich dat juridisch en financieel kunnen veroorloven). De afgelopen jaren zijn talloze literaire auteurs uit onvrede met hun uitgeverij naar een nieuw huis op zoek gegaan.

Bestuurders moeten besturen, ook die van de Stichting Democratie en Media en de Stichting Je Maintiendrai. Onder die twee concerns ressorteren de imprints Ambo-Anthos, Atlas, Augustus, Bert Bakker, De Boekerij, Bruna, Contact en vele andere toonaangevende uitgeverijen. Het is onvermijdelijk dat het in de kantoren van bestuurders en directies meestal gaat over begrotingen, rendement, synergie, overnames, bonussen, herstructureringen, afstoten, etc. Schrijvers zijn realistisch genoeg om dat te accepteren. Wanneer auteurs over hun boeken willen praten, dan hebben zij daar ook geen directeuren voor nodig, dan doen zij dat met hun lezers, met elkaar of met hun redacteur. Het is dan overigens wel te hopen dat die redacteur na de zoveelste herstructurering, fusie of overname nog steeds op zijn plaats zit. De ervaring leert dat schrijvers niet zelden bij hun uitgeverij vertrekken juist om hun vertrekkende redacteur te volgen.

Toch zouden de bestuurders van de beide genoemde stichtingen er goed aan doen om eens met schrijvers om de tafel te gaan zitten. Het gaat tenslotte om fundamentele ontwikkelingen binnen de bedrijven die zij beiden met recht ‘hun uitgeverijen’ kunnen noemen. Vele schrijvers zijn bijvoorbeeld ongelukkig met de als vanzelfsprekend voortschrijdende schaalvergroting in de algemene boekensector, waar binnenkort nog slechts twee concerns het voor het zeggen hebben. Zoals er nette regels bestaan voor de informatie aan en de gewenste betrokkenheid van de factoren arbeid (werknemers) en kapitaal (aandeelhouders), zo zouden de genoemde stichtingen ook een fatsoenlijke constructie kunnen inrichten om de informatie aan en betrokkenheid van de factor content te verzekeren. Ze zouden ruimte kunnen bieden aan hun bedrijven om per uitgeverij desgewenst comités of verenigingen van schrijvers te laten vormen. Die kunnen dan een serieuze gesprekspartner zijn wanneer het gaat om ingrijpende beslissingen in de organisatie. Er valt ook te denken aan een vertegenwoordiger uit kringen van auteurs in de raad van commissarissen, die – vergelijkbaar met de werknemerscommissaris – in het bijzonder de belangen van schrijvers in het oog kan houden. Dergelijke constructies worden voorgesteld door de Vereniging van Letterkundigen, de beroepsvereniging van schrijvers en vertalers in Nederland.

Bij fusies en andere ingrijpende bedrijfsveranderingen gaat men ervan uit dat schrijvers achter de eigenaar aan naar de juiste stal zullen sukkelen. Die houding, ook bij afwezigheid van krachtige literaire agenten in Nederland, maakt het mogelijk dat uitgeverijen heen en weer worden verkocht alsof het koehandel is.

Dat is een situatie die het literaire bedrijf onwaardig is, zeker als het gaat om ondernemingen die in handen zijn van stichtingen met een maatschappelijk ideaal. Met het oog op ‘het vernieuwen van de democratie’ en ‘het stimuleren van het cultureel belang’ ligt hier een schone taak voor de Stichting Democratie en Media en de Stichting Je Maintiendrai. Schrijvers zijn bereid dergelijke stichtingen serieus te nemen, op voorwaarde dat het omgekeerde ook het geval is.

René Appel is voorzitter van de Vereniging van Letterkundigen. Mede ondertekend door:Maarten Asscher, Adriaan van Dis, Maarten Doorman, Renate Dorrestein, Marjolijn Februari, Kristien Hemmerechts, Chris Keulemans, K. Michel, Nelleke Noordervliet, ChristineOtten, Naema Tahir, Willem van Toorn, Dirk van Weelden, Frank Westerman.