Vertrek PvdA-bestuur lost probleem niet op

Na het plotselinge aftreden van PvdA-voorzitter Van Hulten, gistermiddag, trad vannacht het hele partijbestuur terug. Daarmee zijn de problemen van de partij niet opgelost.

Een conflict over de partijorganisatie tussen een misschien wat te drammerige Van Hulten en enkele behoudende bestuursleden. Dat was volgens de partijleiding van de PvdA vannacht de belangrijkste reden van de crisis in de top van de partij. Nadat partijvoorzitter Michiel van Hulten eerder die dag zijn aftreden bekend had gemaakt, stapte gisteravond laat onder druk van partijleider Wouter Bos en fractievoorzitter Jacques Tichelaar het hele partijbestuur op.

Het vertrek van Van Hulten heeft een directe aanleiding in de problemen binnen het partijbestuur. Op de achtergrond speelt nog een oorzaak: de PvdA heeft het afgelopen halfjaar structurele problemen. Sinds de succesvolle gemeenteraadsverkiezingen van maart 2006 gaat het bergafwaarts met de partij. Twee verloren verkiezingen op rij hebben voor een sfeer van onzekerheid en verwijten gezorgd.

Van Hulten was campagneleider tijdens de Tweede-Kamerverkiezingen van november 2006. De PvdA verloor toen negen zetels. Er ontstond discussie over het leiderschap van Wouter Bos, over de politieke koers, over de vraag of deelname aan het vierde kabinet-Balkenende wel zo’n goed idee was. Vorige maand kwam de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA, met een harde analyse van de verkiezingscampagne. De campagne verliep amateuristisch en de partij lijdt aan structurele problemen, oordeelde het rapport. Van Hulten wist niet dat het rapport eraan kwam en voelde zich erdoor verrast.

Daar komt bij dat de PvdA met spanning wacht op een onderzoek van de Tilburgse burgemeester Ruud Vreeman naar de verloren verkiezingen. Van Hulten vond dat het bestuur de uitkomst ervan, volgende maand, niet moest afwachten en zelf al aan een partijhervorming moest beginnen. Partijgenoten hielden er al rekening mee dat Van Hulten zou aftreden als het rapport gepresenteerd zou worden.

Die langetermijnproblemen vergrootten de spanning die er al was tussen onverenigbare karakters in de partijtop uit, ze werkten als katalysator. Vanaf het begin is de verhouding tussen Van Hulten, partijtop en bestuur gespannen geweest. Van Hulten, de eerste voorzitter die, in 2005, gekozen is door leden, gedroeg zich vaak als luis in de pels van de partijtop. Hij maakte zijn rol daarmee veel politieker dan zijn voorganger Ruud Koole, die zich vooral richtte op hervorming van de partijorganisatie. Van Hulten speelde volgens sommige partijgenoten tegen zijn natuur in te veel de rol van links geweten van de PvdA. Zijn medebestuursleden ergerden zich aan zijn eigenzinnige optreden. Van Hulten en Bos trokken steeds minder met elkaar op.

Net als Koole probeerde Van Hulten de partij ook te hervormen, maar hij deed dat op een manier die veel weerstand in de PvdA opriep. Van Hulten ergerde zich aan de macht van een paar bestuursleden en de top van het partijbureau. Hij wilde de organisatie naar eigen inzicht hervormen, terwijl hij moest werken met bestuursleden die hij niet zelf mocht uitkiezen. De voorzitter voelde zich onvoldoende gesteund door Wouter Bos en besloot gisteren, na een kritische brief van drie bestuursleden, af te treden.

Nu Van Hulten de eer aan zichzelf heeft gehouden, kan hij niet meer als kop van jut fungeren als straks Vreeman met zijn rapport komt. Binnen het partijbestuur was de bereidheid tot een offer groot: daarmee kon de partijtop in elk geval symbolisch laten zien dat de bereidheid er is om de partij te hervormen en schoon schip te maken. Door Van Hulten en enkele anderen te offeren, zou de positie van partijleider Wouter Bos niet ter discussie komen te staan.

Van Hulten heeft besloten daar niet op te wachten. Hij trok zich terug, lang vóór het rapport. Daarmee creëerde hij eerder een probleem voor de achterblijvers dan dat hij er een oploste. Wie moet er straks in zijn plaats boete doen als het rapport komt?

Kille monoloog: pagina 3

Hoofdartikel: pagina 7