Vernieuwende sportjournalist

Journalist David Halberstam, die deze week verongelukte, schreef veel sportboeken. „Hij was vernieuwend als sportjournalist”, zegt collega Gay Talese.

David Halberstam hield van sport. Aan de muur van zijn studeerkamer hingen foto’s van een honkbalveld. Op zijn bureau lagen gesigneerde honkballen. Dat veronderstelt een voorliefde voor de ‘national pastime’, maar behalve over honkbal schreef hij ook over basketbal (The Breaks of the Game, een seizoen met de Portland Trailblazers, Playing for Keeps, over Michael Jordan), roeien (The Amateurs, kwalificatiewedstrijden voor de Olympische Spelen van 1984) en American football (The Education of a Coach, over de scholing van trainer Bill Belichick van de New England Patriots).

Halberstam schreef niet alleen boeken over diverse sportonderwerpen. Hij was volgens Gay Talese, met wie hij in de jaren zestig bij The New York Times werkte en een hechte vriendschap had, ook vernieuwend als sportjournalist.

In een telefonisch vraaggesprek zei Talese: „Zijn sportboeken waren vaak dunner dan zijn boeken over politiek of internationale betrekkingen. Maar ze waren niet minder serieus. Hij was heel goed in het kiezen van een klein onderwerp waarin grote sociologische en historische veranderingen werden weerspiegeld. Daarin was hij een pionier.”

Voorbeelden zijn de drie boeken die hij schreef over honkbal: Summer of ’49, over de strijd tussen de Boston Red Sox en de New York Yankees in het tijdperk voor de televisie, October 1964, over de kampioenswedstrijd tussen de St. Louis Cardinals, met veel jonge Afrikaans-Amerikaanse spelers, en de Yankees, en The Teammates, over de levenslange vriendschap tussen vier spelers van de Red Sox.

Daarnaast redigeerde hij het vuistdikke The Best American Sportswriting of the Century waarin verhalen van Gay Talese, John Updike, David Remnick, Hunter S. Thompson en Norman Mailer.

Op het moment van het auto-ongeluk was de 73-jarige Halberstam op weg naar een interview met Y.A. Tittle, een voormalige quarterback van het footballteam de New York Giants. Talese: „David had altijd ideeën. Hij had nu twee projecten in zijn hoofd, een over een sleutelfiguur in de oorlog in Irak, de voormalige emigrant Ahmed Chalabi, en een over een footballwedstrijd in 1958 tussen de Giants en de Baltimore Colts.”

Suggesties als zou Halberstam serieuze werken afwisselen met lichtere boeken over sport wijst Talese van de hand: „Dat impliceert dat hij boeken over politiek schreef met zijn rechterhand, en sportboeken met zijn linkerhand. Onzin. Hij bereidde zijn sportboeken minutieus voor, verzamelde een grote hoeveelheid informatie. He went out into the field, net als bij zijn boeken over andere onderwerpen. Het knappe was dat hij in zijn onderzoeksmethode academisch was, maar schreef in een heldere, duidelijke stijl. Juist ook in zijn sportboeken. Hij wilde dat de lezer de geweldige prestaties van atleten opnieuw beleefde, los van de context waarin die prestaties werden geleverd.”

Halberstam was een journalist met een extreme werklust. In The New York Times zei Talese deze week: „He was a man who didn’t have a lazy bone in his body.” De geplande boeken over Irak en American football zouden zijn 21ste en 22ste zijn geweest. De 75-jarige Talese aan de telefoon: „Halberstam heeft de reputatie dat hij arrogant was. Daarmee doe je hem groot onrecht aan. Arrogante mensen zijn zo goddamn self-centered, maar iedereen die met Halberstam te maken had weet hoe gul hij was in het verstrekken van raad, hoeveel aandacht hij had voor andere journalisten. Wij voelen ons nu zeer leeg, maar hij stierf op een prachtige manier, in een auto op weg naar een interview, gezeten naast een student journalistiek. He died in a glamorous way. He died in action.”

De necrologie van Halberstam in The New York Times sloot af met een van zijn favoriete citaten, van de basketbalster Julius Erving: ‘Een professional doet de dingen waarvan hij houdt, op dagen dat hij er geen zin in heeft.’ Halberstam bedreef journalistiek ook als een topsporter: gedreven, competitief, energiek.