Ter algemene verderverheerlijking van Johan Cruijff

Als je niet opgewonden wordt van de zestigste verjaardag van Johan Cruijff (een bekende Nederlandse voetballer), ben je een sociale outcast. Iemand zonder enige liefde voor voetbal, taal, Nederland en dus zonder enige liefde voor Het Leven An Sich.

Nu hield ik het al bijna een week vol, mijn niet-viering van, en eerlijk gezegd, complete desinteresse in de verjaardag van Cruijff. Maar gisteren lukte het niet meer. Ik moest er iets mee, anders zou ik uit de maatschappij gestoten worden. Dus ging ik naar het stadsdeelkantoor in de Amsterdamse Linnaeusstraat, waar ze ter algemene verderverheerlijking van Johan Cruijff taart zouden uitdelen.

Zoals het vrolijke gebeurtenissen op stadsdeelkantoren betaamt, was er veel werk gemaakt van ballonnen die zich vervolgens niet gedroegen zoals het hoort. De twee cijfervormige ballonnen die samen ‘60’ moesten vormen, konden niet tegen de hitte: de nul lag op de grond en de zes wapperde halfleeg boven het kantoor.

Binnen meldde dat receptioniste dat de taart op was. Ze zag aan mijn gezicht dat ik dat niet accepteerde, en belde dus naar boven om te vragen of er nog één stukje over was. Nee. Zelf had ze ook niets gekregen, vertelde ze, want haar collega’s hadden haar pas laat op de ochtend over de taart verteld. Stadsdeelleed heet dat.

Ik had het geprobeerd. Hopelijk maakte dit goed dat ik deze week niet aan de tv gekluisterd had gezeten voor alle marathon-Cruijffuitzendingen, documentaires over de unieke vondst van één van Cruijffs teennagels uit zijn Amerikaanse periode en diepte-interviews met bejaarde linksbacks die wrokkige gevoelens jegens Cruijff koesterden maar dat niet durfden toe te geven voor de camera.

Stiekem hoopte ik dat Nederland nu een Cruijff-overdosis had. Niet omdat ik Cruijff stom vind, maar omdat ik dan misschien nooit meer in speeches bij huwelijken en bedrijfsborrels hoef te horen: ‘Want zoals Johan Cruijff al zei...’, enorm bulderend gelach om wat er nu gaat komen: ‘Elk nadeel hep zijn voordeel!’ Het clichécitaat van de ongeïnspireerde speechschrijver. Het past in ieder verhaal en is bovendien een goede aanleiding om een leuk Amsterdams accentje na te doen.

Het was grappig toen Cruijff het – vast geheel per ongeluk – bedacht, maar na generaties misbruik kan ik dit aforisme niet meer aan. Ik zou er veel voor geven om nooit meer te hoeven horen dat elk nadeel zijn voordeel hep.