Strijd om Historisch Museum

Amsterdam, Arnhem en Den Haag mogen dingen naar het Nationaal Historisch Museum. In juni beslist minister Plasterk (Cultuur) waar het komt. Het museum moet een compleet en samenhangend beeld bieden van de Nederlandse geschiedenis, met name voor het basis- en voortgezet onderwijs.

De ‘schoonheidswedstrijd’ is een tegenvaller voor Den Haag. Vorig jaar gaf Plasterks voorganger aan dat „het museum bij voorkeur in Den Haag wordt gebouwd”. Burgemeester Deetman van Den Haag houdt „vertrouwen”. De Amsterdamse wethouder Gehrels (Cultuur) is verheugd.

De drie steden zijn uitverkoren omdat het museum daar volgens Plasterk kan aansluiten bij een ‘infrastructuur’ van instellingen en activiteiten „die de geschiedenis van Nederland vertellen”.

Hiermee kiest Plasterk voor een bescheidener opzet dan was geadviseerd door Wim van der Weiden, oud-directeur van de musea Museon en Naturalis.

„Jammer. Een beetje zunig”, reageert Van der Weiden. Hij bepleitte een investering van 60 miljoen euro in een spraakmakend gebouw. Hoeveel het kabinet uittrekt als eenmalige investering is onbekend. Het rijk zal jaarlijks 12 miljoen euro bijdragen aan exploitatie van het museum.