R.I.P. man, Breezah!

Op internet krijgt zelfs de dood iets hips. ‘Yo, R.I.P. man!’ krabbelen de hyvesvrienden van het slachtoffer van de vechtpartij in Alkmaar. Emoticon erbij. Klik je door naar de pagina van de dader, dan zie je hoe deze publiekelijk wordt gelyncht. Bij het meisje waar de vechtpartij om te doen was, wisselen de krabbels van ‘BR33ZER SL3TJE! hoop dat je geneukt wordt voor een pakje peuken’, tot bemoedigende woorden van mensen als de broer van de dader.

Het fenomeen is boeiend. Na wat zoekwerk krijg je een redelijk beeld van de aanloop tot het incident, geflankeerd met inkijkjes in het dagelijks leven van de betrokkenen. Dat de kranten het nog discreet over ‘Pepijn V.’ hebben, heeft iets absurds.

In het virtuele veld gelden zulke regels niet en vervaagt de grens tussen het publieke domein en het persoonlijke. Dat maakt het juridisch gezien tot een bijzonder complex veld. Zou je alleen al van alle digitale doodsbedreigingen een zaak gaan maken, dan zou je jaren lang procederend kunnen doorbrengen. Maar zou een rechter hier dezelfde straffen opleggen als voor bedreigers van Wilders of Hirsi Ali?

Waarschijnlijk niet. Hier is sprake van een volkswoede van tieners, waarin iedere krabbelaar opgaat in de anonieme gemeenschap, waar eigen codes ontstaan. R.I.P. man, Breezah!

Met een simpele zoekactie vind je op internet tientallen meisjes die zich uitkleden voor jongens die de beelden online plaatsten. Ongetwijfeld strafbaar, maar hoe achterhaal je de daders, en is het algemene virtuele klimaat geen verzachtende omstandigheid? Menig Amerikaans meisje droomt er toch van om, gratis, haar tieten te laten filmen door Girls Gone Wild? En is de tendens niet om juist al je intieme privémomenten in film- (youtube) of dagboekvorm (blogspot) het publieke domein in te slingeren? Mag je dan zeuren als je hyves-bikini-foto opduikt in het profiel van een seksdatingsite?

Het zijn allemaal ontwikkelingen die zich zullen voortzetten en waarvan we de reikwijdte niet kunnen overzien. De Alkmaarse zaak, waarbij de jongste generatie zich botviert op de jongste media, geeft er in elk geval een voorproefje van.

Christiaan Weijts

Winnaar Anton Wachterprijs 2006 met zijn boek Art. 285b.