Pneumokok, ook na een vaccinatie

Kinderen in Alaska die tegen pneumokokken zijn ingeënt met hetzelfde vaccin als kinderen in Nederland, worden toch ziek door zeldzame varianten van de bacterie. Dat kan ook in Nederland gebeuren.

Artsen schrijven over deze besmetting bij gevaccineerde Eskimokinderen (Inuit) in het gisteren verschenen nummer van het Journal of the American Medical Association. De verklaring is dat het vaccin alleen beschermt tegen de zeven meest voorkomende typen pneumokok, terwijl er wel zeventig verschillende soorten bestaan.

De pneumokok kan bij hele jonge kinderen en bij bejaarden levensbedreigende infecties veroorzaken, zoals longontsteking, bloedvergiftiging en hersenvliesontsteking. In 2001 kwam er voor alle kinderen onder twee jaar in Alaska een vaccinatie tegen de zeven meest voorkomende pneumokokken (in Nederland was dat in 2006). In 2003 daalde het aantal gevallen van ernstige pneumokokkeninfecties bij kinderen onder twee jaar van ruim 400 op 100.000 naar 134 op 100.000.

In 2004 begon het aantal infecties door pneumokokken bij de Inuit-kinderen weer op te lopen. In 2006 waren het er alweer 244 per 100.000. Er bleek een verschuiving te zijn geweest naar andere typen pneumokok die niet in het vaccin zitten. Blijkbaar had de uitroeiing van de zeven in het vaccin aanwezige pneumokokken ruimte geschapen voor andere typen die normaal geen rol spelen.

Voor volwassenen is er al jaren een vaccin dat afweer opwekt tegen veel meer (23) pneumokokken, maar dit werkt slecht bij kinderen. Het vaccin werkt in op het suikerkapsel van de pneumokokken. Het afweersysteem van baby’s en peuters kan nog geen geheugen opbouwen voor suikermoleculen. Dit probleem is een paar jaar geleden opgelost door suikers te koppelen aan een dragereiwit, een ‘geconjugeerd’ vaccin. Probleem is dat er aan zo’n eiwit niet veel suikers gekoppeld kunnen worden. Vandaar dat het vaccin voor kinderen alleen bescherming biedt tegen de zeven meest voorkomende soorten pneumokokken.

Om onduidelijke redenen komen pneumokokkeninfecties bij Inuit-kinderen in Alaska twee tot drie keer vaker voor dan bij doorsnee Amerikaanse kinderen. Het is verder opvallend dat het vaccin bij kinderen uit andere etnische groepen in Alaska vooralsnog wél effectief blijft. Het kan dus zijn dat er andere dingen meespelen.