Peperduur design vervangt peperdure kunst

Design geldt tegenwoordig als een veelbelovende belegging. Anderen vallen voor de schoonheid van het ontwerp. Een enkeling gaat in een peperdure stoel gewoon zitten.

Pinocchio, ontwerp van Studio Job. Editie van 5 exemplaren, 39.000 dollar per stuk. Voor de New Yorkse designgalerie Moss maakte Studio Job een serie van acht koperen beelden van huishoudelijke voorwerpen, onder meer een kolenkit en een pannenset. Het Groninger Museum kocht de complete reeks. Foto Moss Moss

Bedlampjes van ruim drie meter hoog, gehaakte cactussen en een Fred Flintstone-auto ingelegd met mozaïeksteentjes. Welkom in de wondere wereld van Marcel Wanders. De 43-jarige designer uit Amsterdam, wereldberoemd geworden met zijn stoel van handgeknoopt touw, had de grootste tentoonstelling van de Salone del Mobile, de internationale meubelbeurs in Milaan. 300.000 bezoekers van over de hele wereld konden daar de afgelopen week de nieuwste ontwikkelingen op designgebied bekijken.

In een oude fabriek aan de Via Tortona exposeerde Wanders enige tientallen nieuwe ontwerpen. Geen meubels die hij in opdracht van zijn vele klanten maakte, maar personal editions, door de medewerkers van zijn studio zelf vervaardigd. „Wekenlang heb ik zitten haken, tot ik mijn handen nauwelijks meer kon bewegen”, zegt verkoopmanager Fabiana Vidal Leão de Aquino.

Op verzoek toont Vidal de prijslijst. Een reuzenbedlampje kost 50.000 euro, een cactus 20.000 euro. Toch, zegt ze, hoeven we niet te twijfelen of haar baas wel trouw blijft aan zijn uitgangspunt om design te democratiseren. Om haar gelijk te bewijzen loopt ze naar een kast met goudkleurige kleihompjes. Deze ‘One Minute Sculptures’ kneedt Wanders in zestig seconden samen met zijn achtjarige dochter Joy. Ze zijn al te koop vanaf 300 euro, zegt Vidal. „Voor iedereen is dus een echte Marcel Wanders beschikbaar.”

Het was feest in Milaan. Op honderden cocktailparty’s in de stad knalden de champagnekurken. Na vele moeizame jaren heeft de internationale meubelbranche weer wat te vieren. De Europese economie trekt aan, veel bedrijven hebben met succes productie naar China verplaatst, en in landen als India, China en Dubai dienen zich nieuwe afzetmarkten aan. Bovendien bestaat er vraag naar nieuwe producten.

Kansen genoeg dus, zeker voor producenten van exclusieve, moderne meubelen. En dat geldt zowel voor massaproducenten als voor ontwerpers die de bovenkant van de markt bedienen. Want in Milaan bleek Wanders lang niet de enige ontwerper met dure meubels in gelimiteerde oplage. Vooral jonge ontwerpers uit Nederland lopen voorop bij deze ontwikkeling. Zeker twintig ‘Dutch designers’ boden meubels in gelimiteerde oplage te koop aan. Zo kon bij Droog Design, het designplatform uit Amsterdam, een aluminium ‘bottenstoel’ van Joris Laarman worden besteld. En had Studio Job, het samenwerkingsverband van Job Smeets en Nynke Tynagel, twee grote solo-exposities met nieuwe ontwerpen in oplage.

Meubels en designvoorwerpen gepresenteerd als kunst – de Salone bevestigde daarmee een trend die al enige tijd zichtbaar is. Vochten de rijken der aarde bij de veilinghuizen een paar jaar geleden nog om antiek meubilair, nu doen twintigste-eeuwse meubelstukken recordprijzen.

Kunsthandelaren zijn de bakens dan ook snel aan het verzetten. Larry Gagosian, de New Yorkse galeriehouder van schildercoryfeeën als Damien Hirst, bracht dit jaar voor het eerst een designer, de Australiër Marc Newson. Die overstap naar een nieuw terrein leverde meteen een eclatant succes op: de galerie verkocht voor 25 miljoen dollar aan meubels.

Waarom is de markt voor exclusieve meubels zo goed? Design is de nieuwe kunst, zeggen de ontwerpers in koor. In de catalogus van zijn verkoopexpositie in Milaan stelt Marcel Wanders dat de traditionele hoge kunst haar betekenis en doel in ons dagelijks leven heeft verloren: „De kunst wordt steeds abstracter en raakt opgesloten in haar eigen wereld. Design kan de scheppende geest zijn die mensen op een persoonlijke manier verbindt.”

Hoe maak je persoonlijke meubelstukken voor consumenten die geen 30.000 euro voor een stoel kunnen uitgeven? Met meubels die de klant op verschillende manieren aan zijn eigen smaak kan aanpassen. Zo ontwierp Wanders voor het Nederlandse meubelmerk Moooi een bank die leverbaar is met vier verschillende poten, veertien soorten hoezen en eventueel een bijbehorende Bedoeïenentent. Met zoveel keuzemogelijkheden worden de gebruikers de designers en heeft iedereen een exclusieve bank of stoel.

Maar aan de bovenkant van de markt werkt het anders. Daar zit de exclusiviteit in échte schaarste. Gunstig voor designers is dat de markt voor moderne kunst oververhit is. Ontwerper Maarten Baas: „Gewone kunst is absurd duur geworden, dat is geen leuke handel meer. Verzamelaars stappen over op kunstachtig design.”

Dat beaamt de in Rotterdam gevestigde ontwerper Richard Hutten: „Toen ik vijftien jaar geleden begon met het nummeren en signeren van mijn meubels lachten collega’s me uit. ‘Het is toch geen kunst’, zeiden ze. Maar van sommige handgemaakte meubels wist ik meteen: die zijn zo bewerkelijk en daardoor zo duur, daar ga ik er niet veel van verkopen. Met een gelimiteerde editie maak ik het aantrekkelijk voor verzamelaars. Die denken: blij dat ik er een van de acht heb.”

Vergeleken met de edities van collega Wanders zijn Huttens meubels relatief bescheiden geprijsd. Zijn bureau ‘3 minus 1’, waarvan koningin Beatrix er ook eentje kocht, kost 10.500 euro (oplage: 50). Hutten: „Op de wereld zijn misschien vijftien ontwerpers die hogere prijzen dan ik kunnen vragen voor hun edities. Uit Nederland horen Hella Jongerius, Marcel Wanders en Studio Job daar zeker bij. Ik hoop over drie jaar te staan waar zij nu staan.”

Aan wie de Nederlandse designers verkopen? Op de openingsdag van de beurs kocht een verzamelaar uit Spanje bij Hutten van al zijn meubels één exemplaar. Ook in Amerika, Engeland en Frankrijk zijn verzamelaars, net als in de nieuwe economieën in het Verre Oosten.

Een van de weinige Nederlandse verzamelaars van exclusief design is Jan des Bouvries. De 64-jarige meubelontwerper liep glunderend door Milaan. Het succes van zijn jonge collega’s deed hem deugd, zegt hij: „Dutch design is hier een feestje aan het vieren.”

Des Bouvries begrijpt goed dat buitenlandse verzamelaars bereid zijn tienduizenden euro’s voor een exclusief meubelstuk neer te tellen. „Bij ons zeggen mensen dan al gauw: ‘Jeetje, zoveel geld voor een stoel.’ Maar Amerikanen vinden dat geen probleem.”

Zelf piekert Des Bouvries er niet over om werk in kleine oplages te maken: „Ik ben een publieksontwerper. Ik sta zelf liever bij de mensen thuis dan in het museum.” Maar bij zijn jongere collega’s lopen kunst en design door elkaar, zegt hij. Daarom is hij als verzamelaar ook zo dol op hen.

Rest de vraag of je ook gaat zitten op een peperdure stoel. Gewoon gebruiken, zegt ontwerper Hutten. „Ik heb thuis een kast van Tejo Remy van 14.000 euro. Die gebruikt mijn zoontje als klimrek. Niet zo gek, want zo ziet die kast er ook uit.”