Oorlog of niet: Kirkuk komt gewoon bij Koerdistan

Het volgende strijdtoneel in Irak, zo verwachten velen, is Kirkuk, de oliestad die de Koerden bij hun gebied willen inlijven. Maar de voorzitter van de provincieraad van Kirkuk voorziet geen problemen.

Rizgar Ali Hamajan, de Koerdische voorzitter van de provincieraad van Kirkuk, is een optimistisch mens. Waar vrij algemeen naast de sunnitisch-shi’itische oorlog in Irak de komende tijd ook een Arabisch-Koerdische oorlog over de Noord-Iraakse oliestad Kirkuk wordt voorspeld, en misschien straks nog een gewapende Turkse interventie erbij, ziet hij eigenlijk geen probleem.

In de Iraakse grondwet staat dat dit jaar in Kirkuk een referendum moet worden gehouden met als inzet of de stad en haar omgeving (naar schatting 600.000 inwoners) al dan niet bij het vergaand autonome Iraaks Koerdistan worden getrokken. In zijn regeringsverklaring beloofde premier Nouri al-Maliki op 20 mei 2006 het desbetreffende artikel 140 van de grondwet te zullen uitvoeren en het referendum op 15 november van dit jaar te houden.

Dus het referendum wordt op die datum gehouden, verzekert Rizgar Ali. En dan komt Kirkuk bij Koerdistan, zoals het uitgangspunt is van zijn Koerdische Broederschapslijst, het lokale samengaan van de twee grote Koerdische partijen dat met 26 van de 41 zetels de provincieraad – „het parlement van Kirkuk”, legt Rizgar Ali uit – domineert. In deze raad, die in 2005 werd gekozen, zijn verder de Arabische en de Turkmeense minderheid vertegenwoordigd die zich fel verzetten tegen het referendum.

Rizgar Ali was vorige week in Nederland na een bezoek aan Noorwegen om vertegenwoordigers van de SP te spreken, lezingen te houden en de UNPO te bezoeken, de Organisatie van Niet-vertegenwoordigde Naties en Volkeren – zoals de Koerden, die (nog) geen staat hebben. Maar die staat komt met de inlijving van Kirkuk en zijn olierijkdom bij Koerdistan wél dichterbij, denkt Turkije dat besmetting van zijn eigen 14 miljoen Koerden met het onafhankelijkheidsvirus vreest. Vandaar het recente dreigement van de Koerdische president Masoud Barzani aan het adres van Turkije in te grijpen in de Turks-Koerdische steden als het Turkse leger het zou wagen in Kirkuk tussenbeide te komen. En de reactie van de Turkse premier Erdogan dat in dat geval Barzani „door zijn woorden zal worden vermorzeld”.

De Verenigde Staten, bondgenoot van zowel de Iraakse Koerden als Turkije, zitten in een lastig parket. Ook de Iraakse sunnitische Arabieren, die Kirkuk als een Iraakse stad zien, zijn mordicus tegen het referendum. Washington wil deze boze en geïsoleerde minderheid, hoofdleverancier van de bommenleggers, juist met de nieuwe orde in Irak verzoenen om de angel uit de burgeroorlog te halen. Daarom adviseerde de Studiegroep Irak van ex-minister van Buitenlandse Zaken James Baker president Bush afgelopen december ook tot grote woede van de Koerden het referendum uit te stellen. De Amerikaanse autoriteiten zeggen het niet met zoveel woorden, maar volgens sommige bronnen dringen zij er inderdaad bij de Koerden op aan het referendum voorlopig niet te houden.

Maar evenmin als andere Koerdische leiders wil Rizgar Ali van uitstel weten. „U bent iets vergeten”, zegt hij. „Hoe is er over de grondwet gestemd? Als de meerderheid van Irak niet voor de grondwet had gestemd, dan was deze grondwet er niet geweest met artikel 140 over Kirkuk. Van de Arabieren heeft 75 procent vóór de grondwet gestemd. Het referendum over Kirkuk staat in de grondwet waartegen de Arabieren ja hebben gezegd. Er is geen enkele kans dat het referendum wordt uitgesteld. Het regeringsprogramma zegt 15 november. Het is geen kinderspel.”

Als onderdeel van de voorbereidingen op het referendum keurde de Iraakse regering eind maart onder zware druk van de Koerden een plan goed om Arabieren die na 1968 naar Kirkuk zijn verhuisd met een premie en een stuk land aan te moedigen naar hun vroegere woonplaatsen in het Arabische deel van Irak terug te keren. Het is een van de vele pijnlijke erfenissen van Saddam Hussein: de Arabieren zijn onder zijn bewind naar Kirkuk verplaatst om het oliegebied te Arabiseren. Ze werden neergezet in de woningen en op het land van Koerden die werden gedeporteerd naar het Arabische deel van Irak. Vertrek van de Arabieren en terugkeer van de Koerden zijn onderdeel van het zogeheten ‘normaliseringsproces’ dat voor het referendum moet zijn afgerond (en een Koerdisch Kirkuk moet garanderen).

Direct na de val van Saddam Hussein waren er berichten van etnische zuiveringen rond Kirkuk, maar volgens een zojuist verschenen rapport van de International Crisis Group (ICG) over Kirkuk waren dat uitzonderingen. Rizgar Ali bezweert dat geen Arabier is verdreven: „Geef me een bewijs, een onafhankelijk bewijs!” En iedere Arabier die wil blijven, wordt niets in de weg gelegd, verzekert hij. Volgens het ICG-rapport zijn in 2003 en voor de verkiezingen van 2005 wel veel Koerden naar Kirkuk teruggekeerd, maar zijn de meesten weer naar andere Koerdische steden doorgereisd.

Onder andere wegens het toenemend geweld.

Elke dag is er tegenwoordig wel een aanslag in Kirkuk, dat in de eerste tijd na de omverwerping van Saddam Husseins regime nog relatief veilig was. Maar die escalatie heeft volgens Rizgar Ali niet te maken met spanningen over de toekomst van het gebied. „De Iraakse regering heeft begin dit jaar Koerdische troepen naar Bagdad gehaald voor het grote veiligheidsoffensief. Daardoor krijgen andere steden, zoals Kirkuk, niet meer voldoende bescherming. De terroristen komen nu naar Kirkuk en andere steden. Onze vijanden, Saddam Husseins Ba’ath, Al-Qaeda, sunnitische extremisten, maken het gebied met hun aanslagen onveilig.”

Het feit dat er hier en daar wat bommen ontploffen, betekent niet dat heel Kirkuk onveilig is, zegt hij. „Als er in Groningen een bom ontploft, hoeft Den Haag nog niet te worden ontruimd. Zeventig procent van Kirkuk is veilig. De Verenigde Staten hebben er goede ontwikkelingsprojecten opgezet – een elektriciteitsproject van 250 miljoen dollar, we bouwen er samen met de Amerikanen 100 scholen. Het wordt door de media allemaal gevaarlijker afgeschilderd dan het in werkelijkheid is.”

„Ook in Irak zijn er veel meer mensen die vrede en democratie willen dan onruststokers”, zegt hij. „Terroristen uit de hele wereld zijn naar Irak gereisd om daar aan het werk te gaan. Toch ben ik er zeker van dat Irak binnen drie jaar een land zal worden waar het prettig wonen is. Als de politieke problemen zijn opgelost, komt de rest vanzelf.”