Nectar in de versnellingsnaaf

De fiets die in mei op de markt komt werd al in januari uitgeroepen tot Fiets van het Jaar 2007. Zijn naam: Batavus Adagio NuVinci. Ja, er zit wel degelijk een verwijzing naar de grote Leonardo in dit model. Daarover straks meer.

En waar slaat dat adagio op? Is dit een fiets waar alleen langzaam op mag worden gereden, of moeten we het meer zoeken in het genot van de ontspanning dat dit rijwiel zijn berijder kan bezorgen? Hoe dan ook, we hebben hier te maken met een volgens de fabrikant „bijzonder design”.

Eerst de buitenkant. De koplamp is kunstig gestileerd en geïntegreerd in de voorvork, maar dit betekent niet dat mijn esthetisch gevoel een verzadigingspunt bereikt. Het is me net iets te gelikt. Hetzelfde kan ik zeggen over de kunststof kapjes en schermpjes die moeren en kabeltjes aan het zicht onttrekken. Het geeft de fiets eerder een goedkoop voorkomen, en dat kan de bedoeling toch niet zijn voor een fiets waarvoor een adviesprijs van 1.499 euro wordt gegeven. Erg fraai daarentegen is de merknaam in hoogreliëf op het aluminium frame. De automatische ledverlichting werkt overigens uitstekend.

Optisch gezien doet het in de achtervork geïntegreerde slot wat lomp aan. Maar effectief tegen diefstal is het wel. Het slot is alleen te verwijderen als je de buizen doorzaagt, waarmee de fiets meteen onbruikbaar wordt. Voor deze toepassing ontving Batavus in januari een aparte Fiets Innovatie Award.

Leonardo da Vinci was zeker niet verantwoordelijk voor de uiterlijke vormgeving, maar waar zit hij dan wel verstopt? Antwoord: in de achternaaf. Deze naaf is namelijk de eerste naaf in de fietsgeschiedenis met een traploze versnelling. De werking lijkt op de roemruchte Variomatic versnellingsbak van de oer-Hollandse Dafjes: schakelen zonder te schakelen, maar dan weer net even anders en veel efficiënter. Ik ga hier de techniek niet uitleggen – ik snap er namelijk niks van, iets met kantelende kogels in plaats van tandwielen – maar de geïnteresseerde kan op de website van Batavus terecht.

Hoe ervaren de benen een CVT (continu variabel transmissiesysteem), daar was ik erg nieuwsgierig naar.

Dus ik sprong op de Adagio NuVinci en begon meteen te schakelen. Dat was vrij eenvoudig. Net als op een bromfiets dien je een soort gaskraan open en dicht te draaien. Ik moet zeggen: hier werd ik vrolijk van. Ik, die was opgegroeid met derailleurs en tandwielen en altijd stapjes diende te nemen in de overbrenging, ervoer de sensatie van een volstrekt vloeiende wisseling in de trapfrequentie. Ik ervoer dat tussen de stapjes nog tientallen andere stapjes te nemen waren. Subtiel draaien aan de gashendel leverde een unieke aanpassing op aan wind en hellinkjes, aan spier en longen. Er zat nectar in die versnellingsnaaf. Ik begon ook iets meer te begrijpen van het woord adagio: Kalm aan jongen, alles komt goed!

De naaf heeft een voortreffelijk bereik. In de lichtste stand zou een hartpatiënt de Muur van Geraardsbergen probleemloos kunnen bedwingen. Het andere uiterste maakte een afdaling van de Tourmalet op bijna-wedstrijdsnelheid mogelijk. Of anders wel een bijna-massasprint. Je kunt schakelen wanneer je wilt. Zelfs als je stilstaat.

De NuVinci-naaf is vrij zwaar. Een dikke kilo zwaarder dan de traditionele versnellingsnaven. De fiets is met ruim 22 kilo aardig op gewicht. Gek genoeg merk je er onderweg weinig van. Wellicht is dit te danken aan de geringere weerstand van de mysterieuze kogels in de naaf ten opzichte van de gebruikelijke tandwielen. Hoewel de fiets er niet voor is gemaakt, reed ik een deel van mijn mountainbikeroute. Om het comfort te testen. Nou, deze Batavus kon heel wat aan met zijn verende voorvork en verende zadelpen. Te veel misschien?

Peter Winnen