Medische fouten

Vier à vijf doden per dag door vermijdbare medische fouten in de Nederlandse ziekenhuizen is een hoog aantal. Het is een extrapolatie van de gegevens die twee onderzoeksinstituten uit medische dossiers in 21 ziekenhuizen hebben verzameld. Het is nuttig dat dergelijke gegevens nu ook wat Nederland betreft beschikbaar zijn en dat ze niet meer hoeven te worden afgeleid uit onderzoek uit het buitenland. Nu blijkt dat deze alarmerende cijfers internationaal gezien niet eens zo hoog zijn. In veel andere rijke landen staat het er nog slechter voor. Dit onderzoek biedt aanknopingspunten om fouten te voorkomen. Maar helemaal foutloos zullen medici en verpleegkundigen nooit kunnen werken, net zo min als andere beroepsgroepen.

Elke dode door een fout is er één te veel. Dat zullen zeker de nabestaanden vinden, voor wie alleen die ene overledene telt en niet de statistische relativeringen. Toch maakt het uit of een dode is gevallen bij een reddingsactie of dat er eerst niets aan de hand was. Eén op de 25 ziekenhuisdoden is overleden door een foute behandeling. Onder hen zijn ook bejaarden met gecompliceerde ziektebeelden, waarbij de verscheidene behandelingen onderling niet goed waren afgestemd.

Technisch is er veel mogelijk om mensen te genezen of in leven te houden, maar dat vergroot ook het aantal potentiële fouten. Een patiënt wordt niet meer in een kleinschalig ziekenhuis door een enkele specialist en een zorgzame ziekenzuster behandeld. Aan het bed is het vaak een komen en gaan van specialisten, assistent-geneeskundigen en verpleegkundigen die elkaar in deeltijddiensten of in specialismen afwisselen. Er zijn vaak meer behandelingen tegelijk nodig. In goed uitgeruste ziekenhuizen – dus niet in de kleinschalige – is de zorg meestal het beste. Maar vaak heeft niemand het complete overzicht. Zo komt het voor dat patiënten medicijnen krijgen toegediend die voor een ander waren bedoeld of die in combinatie met andere medicijnen of bijkomende ziekten verkeerd kunnen vallen.

Medische fouten zijn vaak organisatorische fouten. Net die ene onervaren verpleegkundige plaatst de voedselsonde verkeerd. Met goed management moet dat worden voorkomen. Al is het risico dat er dan nieuwe protocollen, kwaliteitstoetsen en registratiemethoden worden bedacht, die wel werk opleveren, maar niet altijd betere geneeskunde. De praktijk wordt in elk geval eenvoudiger als alle behandelaars met hetzelfde elektronische patiëntendossier gaan werken. Technisch is dat goed mogelijk. De patiënt hoeft dan niet telkens opnieuw hetzelfde verhaal af te draaien en de behandelaars kunnen meteen zien welke handelingen er zijn verricht en welke medicijnen zijn toegediend.

Ziekenhuizen en afdelingen kunnen verder van elkaars goede praktijken leren. Dat kan ook bínnen een ziekenhuis, want de verschillen tussen de afdelingen zijn groter dan tussen de ziekenhuizen. Bijvoorbeeld: deuren van operatiezalen moeten zoveel mogelijk dicht blijven, maar dat gebeurt dat niet overal. De eerste hulp mag niet hoofdzakelijk worden overgelaten aan onervaren assistent-geneeskundigen. Het hoge dodencijfer in dit nieuwe onderzoek in ziekenhuizen maakt de urgentie van zulke logische maatregelen groter.