Kunst moet naar het buurthuis en de sportclub

Met welke dilemma’s worden kunstwethouders van grote steden geconfronteerd? In een serie portretten vandaag als derde de Haagse kunstwethouder Jetta Klijnsma (50).

Jetta Klijnsma (Foto: Jan Banning, HH) 15-12-2004 Jetta Klijnsma, wethouder Welzijn, Volksgezondheid en Emancipatie van de gemeente Den Haag. Foto: Jan Banning/HH Hollandse Hoogte

Dat is toevallig. Jetta Klijnsma lacht. „Vrijdag waren we nog met z’n vieren uit eten.” Met z’n vieren – dat zijn de wethouders van cultuur van de vier grote steden. Waarover ze spraken? Natuurlijk, over hoe ze cultuur naar de mensen moeten brengen; over hoe ze exploitatietekorten te lijf moeten gaan.

Maar ze constateerden ook iets over hun politieke signatuur. Twee van hen zijn van de PvdA en twee van GroenLinks. En de nieuwe minister van Cultuur, Ronald Plasterk, behoort ook tot de PvdA. „Toen zeiden we tegen elkaar: ‘als we deze jaren niet benutten om de sociaal democratische beginselen inhoud te geven, zijn we verkeerd bezig’.”

Hoe moet dat dan? Willen de wethouders kunst gebruiken om tot een betere samenleving te komen? Klijnsma grapt: „Ja, de verheffing van het volk!”

Zo ver hoeft het niet te komen. Maar in de drie beleidsstukken, waaronder een Haagse popnota, die de wethouder sinds haar aantreden vorig jaar heeft geschreven, is kunst wel meer een middel dan een doel op zich – immers, kunst om de kunst staat „als een huis” in Den Haag, zegt ze. Met kunst wil de stad nu vooral jongeren en allochtonen, ‘nieuwe Hagenaars’ zoals Klijnsma ze steevast noemt in haar beleidsstukken, bij cultuur (én de stad) betrekken. Als bezoeker, maker en lid van adviescommissies.

De recente nota De vonk die overslaat moet kunst en cultuur naar de mensen brengen. Daartoe gaan bestaande kunstinstellingen samenwerken met onder meer buurthuizen, sportclubs en scholen. Een ‘cultuurmakelaar’ moet de partijen bij elkaar brengen en projecten vlot trekken. Ook wil de stad community art, amateurkunst en urban culture ondersteunen. In totaal wil het college van B&W hiervoor structureel 1 miljoen euro per jaar uittrekken; voor de jaren 2007 - 2009 wil het nog 5 miljoen extra investeren.

Aan enthousiasme heeft Klijnsma geen gebrek. „Tijdens een voorstelling kun je zien of iemand wordt geraakt”, meent Steven Hodes, voorzitter van de Stichting Haagse Directies Podia en Gezelschappen. „En zij wordt echt geraakt.” „Ze is enthousiast en van zeer goede wil. Punt”, weet Jeroen van de Wiel, directeur van poppodium ‘t Paard van Troje.

Ze is ook een toegankelijke wethouder – in het afgelopen jaar bezocht ze bijna alle culturele instellingen in de stad. Dat wekte vertrouwen. Dat geldt ook voor haar achtergrond; ze was eerder wethouder van zorg en welzijn, en combineert haar huidige portefeuille cultuur met financiën. „Voor haar plannen heeft ze geld nodig. Daar heb ik alle vertrouwen in. Ze is een stevige wethouder”, zegt Willy Smits, leider van jeugdtheater Stella Den Haag.

En toch, wie even doorpraat, merkt dat de ‘Punt’ van Van de Wiel niet zo stellig is als hij wordt uitgesproken. Want er is kritiek. Van der Wiel van ‘t Paard: „Kunst is er niet om het failliet van tweehonderd jaar opvoedingsbeleid teniet te doen.”

Steven Hodes van de overkoepelende directies vindt dat de wethouder met haar ‘wijkgerichte’ aanpak wel erg binnen de gemeentegrenzen blijft. Directeuren van de grote instellingen zouden graag zien dat Den Haag internationaler opereert – en dan doelen ze niet op Marokkanen en Turken in de Schilderswijk, maar op de 30.000 expats in de stad. Ook pleiten ze voor een groot, internationaal festival.

En Willy Smits van jeugdtheater Stella zegt: „Een wijkgericht cultuurbeleid geldt niet voor iedereen. Een danser van het NDT kan niet overal dansen.”

Jetta Klijnsma wuift die problemen enthousiast weg. „Natuurlijk is kunst op zichzelf een doel.” En ze snapt ook dat niet ieder kunstwerk de wijk in kan. „De Victory Boogie Woogie blijft in het Haags Gemeentemuseum hangen. Die gaat niet naar de kantine van een clubhuis.”

Op drie gebieden blinkt Den Haag uit, meent Klijnsma: dans, beeldende kunst en popmuziek. In de recente Haagse Popnota trekt ze voor 2007 en 2008 250.000 euro extra per jaar uit voor pop, bovenop de in totaal 2 miljoen euro per jaar. Maar ook hier rijst kritiek. Jeroen van de Wiel: „Het geld wordt verspreid over te veel initiatieven. De popnota is niet gedurfd en niet ambitieus.”

Alweer die lach. „Jeroen mag niet mopperen. We hebben dit jaar de huur van ‘t Paard gehalveerd. Natuurlijk wil hij geld voor zijn podium om internationaal te programmeren, maar ook kleinere initiatieven moeten aan bod komen.” Want, nogmaals, kunst is voor iedereen. „Ik ben universitair geschoold, heb veel gereisd en heb daardoor veel kunst gezien. Maar ik wil dat kunst niet alleen voor de elite is.”