Klassieker, met vast patroon

De Waalse Pijl is gisteren gewonnen door de Italiaan Davide Rebellin.

De pas 20-jarige Robert Gesink verraste met een negende plaats.

De ‘oortjes’, en zeker ook het mooie weer. Die combinatie zorgt er volgens ploegleider Dirk Demol van Discovery Channel voor dat het verloop van de wielerklassiekers dit jaar zelden verrast. „Het lijkt soms wel of je naar een etappe uit de Tour de France zit te kijken. Daar zie je ook steeds een kopgroep die in het laatste uur wordt ingehaald”, zo stelt de Belgische oud-renner.

Gisteren in de semiklassieker Waalse Pijl was het niet anders. Vier relatief onbekende renners (Verdugo, Bichot, Le Mevel en Loosli) mochten bijna drie uur in de Ardennen voorop blijven. Uiteindelijk arriveerden na 202 kilometer ruim honderd renners aan de voet van de beruchte Muur van Hoei, waar Davide Rebellin (35) zich in de beklimming de sterkste toonde.

„Vroeger gebeurde het nog wel eens dat je als renner verrast werd door een grote voorsprong van de kopgroep. Tegenwoordig roep je direct vanuit de auto dat ze er wel of niet achteraan moeten gaan”, zegt Demol. De oortjes – waarmee ploegleiders en renners met elkaar communiceren – verklaren echter niet alles. Door het hoge tempo en ook het mooie weer, waardoor de wedstrijden niet selectief genoeg zijn, lijken ontsnappingen alleen nog maar bedoeld om in beeld te rijden. Potentiële winnaars tonen zich volgens dit patroon pas in de laatste dertig kilometer.

Maar voorspelbare wedstrijden zijn eigenlijk het laatste dat de wielersport momenteel kan gebruiken. De problemen binnen de sport zijn toch al zo groot. Een door Quickstep geïnitieerd onderzoek, zo werd gisteren bekend, laat zien dat de publicitaire waarde van de Tour de France in 2006 en van de klassiekers dit jaar met bijna de helft is afgenomen. Minder mensen keken naar de televisie, en ook nog eens minder lang. En dat vinden sponsors niet leuk.

Oorzaken zijn makkelijk te vinden. Alleen al deze week zorgden Tourwinnaar Floyd Landis – de bewijzen van zijn dopegebruik in 2006 stapelen zich op – en Ivan Basso voor negatieve berichten. De winnaar van de Ronde van Italië werd dinsdag onverwacht door zijn ploeg geschorst. „We moeten niet over doping praten, maar over overwinningen”, zei Rebellin tevergeefs na de wedstrijd.

Tegen Rebellins goede vriend Basso is een nieuw onderzoek naar zijn betrokkenheid bij het bloeddopingschandaal rond de Spaanse arts Fuentes gestart. Inmiddels liggen zeven zakken bloed bij Interpol in Rome en de Italiaan, die gisteren in Charleroi aan zijn eerste ProTour-wedstrijd zou beginnen, moet op 2 mei DNA afstaan. Op die manier komt onverbiddelijk vast te staan of de schuilnaam ‘Birillo’ – zo genoemd in de administratie van Fuentes – daadwerkelijk Basso is. Voor Jan Ullrich liep zo’n DNA-test al slecht af: bloed gevonden bij Fuentes bleek van hem te zijn.

Ook de slepende bestuurscrisis in het wielrennen – tussen de mondiale wielerunie UCI en de organisatoren van grote wedstrijden – kende rond de Waalse Pijl een verrassende wending. Als onderdeel van het conflict willen de organisatoren zelf bepalen welke ploegen zij uitnodigen en Unibet.com – gokbedrijf dat al of niet illegaal is in Frankrijk – is steeds niet welkom. Ook een uitspraak deze week van de handelsrechter in Luik veranderde daar niets aan. Die besloot tot een dwangsom van 5 miljoen euro per uitsluiting.

„Ik ben dinsdagavond, in het bijzijn van een deurwaarder, naar de ploegleidersvergadering gegaan, maar de organisatie maakte mij duidelijk dat we niet welkom zijn”, zei Jacques Hanegraaf, directeur van Unibet.com, gisteren. Over de mogelijkheden om zondag bij Luik-Bastenaken-Luik te starten maakt hij zich weinig illusies. „Er zal nog eens vijf miljoen bij komen.”

Ondanks de problemen waren er ook sportieve lichtpuntjes, juist voor de Nederlandse wielerliefhebber, die de laatste jaren niet erg verwend is. Naast het sterke optreden van Thomas Dekker verraste de pas 20-jarige Raborenner Robert Gesink. Hij werd, in zijn eerste ProTour-wedstrijd, na een snelle beklimming van de Muur van Hoei negende. „Een perfect resultaat”, zo betitelde Gesink het. Hij was zelf verbaasd over zijn inhaalrace op de weg die in 1,3 kilometer gemiddeld 9,3 procent oploopt. „Ik was in de achterhoede aan de klim begonnen, want het lukte me niet om naar voren te rijden. Het gaat zo ontzettend hard in zo’n ProTourwedstrijd. Op het vlakke lijkt het wel sprinten.”