Israëliërs somberen onder de houtskoolwolken

Onafhankelijkheidsdag is zonder twijfel het meest ontspannen evenement in Israël. Officiële plechtigheden en speeches van politieke en militaire functionarissen worden massaal genegeerd, want miljoenen trekken naar nationale parken, stranden en terrassen om te barbecuen. Op de 59ste verjaardag van de joodse staat hingen boven bossen, aan zee en in steden asgrijze dampen, geurend naar aanmaakblokjes en geroosterde kebab.

In het Ganieu Yehoshuapark in Tel Aviv werd de zon zelfs verduisterd door houtskoolwolken. Die veroorzaakte de surprise party van de Russische immigrant Arkadi Gaidamek, puissant rijk zakenman en eigenaar van het Feyenoord van Israël, Betar Jeruzalem. Op zijn kosten – één miljoen dollar – werden 200.000 gasten de hele dag verwend met chardonnay, cabernet of Coca-Cola en koshere hamburgers en kippenbouten.

Een stunt uiteraard want de Rus wil de volgende premier van Israël worden en heeft problemen (wie hier niet trouwens?) met de fiscale opsporingsdienst. Dat alles deerde niemand, want het was gratis en zoals Nimrod Tomer, de 24-jarige eigenaar van een keten van sportclubs, zei, het is „party-time in Israël”. Hij bedoelde ook dat het Israël nog nooit zo voor de wind is gegaan als nu.

De populist Gaidamek had echter het feestje juist georganiseerd omdat zijn landgenoten het volgens hem zo moeilijk en zwaar hebben. Uit t alle peilingen en mediaverhalen blijkt dat een grote meerderheid van de bevolking somber is. Er gaat ook geen dag voorbij of met grote stelligheid wordt voorspeld dat het binnenkort oorlog is. Met wie is een kwestie van debat.

Waar die somberheid vandaan komt is de vraag. De economie groeit met ruim vijf procent, de export is gestegen tot 150 miljard dollar, de buitenlandse investeringen tot 50 miljard. De werkloosheid is gedaald tot 7 procent, het gemiddelde inkomen is gestegen tot 21.000 dollar, het aantal armen krimpt, de zeer gelovigen die niet of nauwelijks willen werken en de Arabieren, die dat wel willen, niet meegerekend.

Ook in militair-strategisch opzicht is de joodse staat sterker dan ooit. De Arabische buren vormen geen partij, Iran is nog lang geen nucleaire grootmacht. Syrië is alleen in de ogen van een handjevol rechtse commentatoren en houwdegens een direct gevaar.

Blijven over de Palestijnen. Murw, sterk verarmd, diep verdeeld en opgesloten in enclaves achter muren, prikkeldraad en militaire omsingelingen vormen zij geen strategische bedreiging. De dagelijkse salvo’s met Qassamraketten vanuit de Gazastrook richten voornamelijk beperkte materiële schade aan.

Illustratief voor het veiligheidsklimaat op straat is dat het aantal restaurants en openbare gelegenheden zonder bitagon, potige bewakers bij de ingang, is gestegen, omdat er nauwelijks meer aanslagen worden gepleegd. Op het massale feest van Gaidamek werd niet eens gefouilleerd.

„Israël moet stoppen zichzelf eindeloos te geselen”, zei interimpresident Dalia Itzik. In de ene na de andere beschouwing over de stand van het land wordt gezocht naar verklaringen voor de zwartkijkerij. De generatie die de stichting van het land nog heeft meegemaakt, wijt de stemming aan de teloorgang van idealen en het ontbreken van een pioniersgeest. De 65-plussers vinden de jongere generaties slap, verwend en verslaafd geraakt aan hun BMW’s, Hummers en Landcruisers.

De jongere generaties, die het goede mediterrane leven hebben omhelsd, wijzen in de richting van de regering en de legerleiding. De belangrijkste ministers zijn verwikkeld in corruptiezaken of seksschandaaltjes en de generale staf probeert het beschadigde imago na de als verloren beschouwde ‘tweede Libanonoorlog’ te herstellen. Of de impopulaire, verzwakte premier Olmert een onderzoek naar belangenverstrengeling en verrijking én zijn rol als regeringsleider in die Libanonoorlog zal overleven, wordt sterk betwijfeld. Maar wat dan nog? Premiers komen en gaan, in de afgelopen tien jaar werd het land geleid door zes eerste ministers.

Op het feest van Gaidamek gaven ondernemer Nimrod en zijn schare vrienden en vriendinnen, allemaal behorend tot de beautiful people van Tel Aviv, dan ook een andere verklaring. Met een glas wijn in de hand: „Neem het niet al te serieus. Kankeren is een nationale volkssport. Weet je wat het is: al die oudere, corrupte politici, generaals en journalisten verkeren in een midlifecrisis. Ze missen de spanning van vroeger. En het is iets joods, zegt mijn moeder altijd. Als we niet lijden is het leven niet okay. Lechaim, proost.”