In Mogadishu nu zelfs strijd om de schaduw

De inwoners van Mogadishu vluchten voor de strijd tussen clans en de regeringstroepen, die worden bijgestaan door Ethiopië. Hulpverleners hebben grote moeite hen te bereiken.

Rotterdam, 26 april. - Kahdra Mohammed heeft sinds in 1991 de burgeroorlog in Somalië uitbrak alle fases van de strijd meegemaakt. „Maar wat nu gebeurt, is niet te geloven”, vertelde de Somalische maandag op de BBC-radio. Mohammed werkte in de hoofdstad Mogadishu voor de Britse wereldomroep. Deze maand ontvluchtte ze met haar gezin het oplaaiende geweld.

Na enige weken van relatieve rust wordt er sinds eind maart weer volop gevochten in Mogadishu (twee miljoen inwoners). Mohammed en haar vijf kinderen behoren tot de naar schatting 340.000 inwoners die de gevechten nu ontvlucht zijn.

Troepen van de interim-regering, gesteund door militairen uit buurland Ethiopië, bevechten er verschillende clans. Beide partijen maken veel burgerslachtoffers; er zouden de afgelopen dagen honderden doden zijn gevallen. Maar volgens Mohammed zijn dat er eerder „meer dan duizend”. „Ik had nooit gedacht dat er nog een tijd zou komen dat ik over rottende lijken zou moeten springen om het geweld te ontvluchten”, vertelde ze haar BBC-collega’s nadat ze veilig was aangekomen in buurland Kenia.

Te midden van al het geweld is het voor westerse nieuwsorganisaties te gevaarlijk en te duur geworden nog in Mogadishu te blijven. Voor zover te achterhalen hebben alleen de Franse en Amerikaanse persbureaus AFP en AP, de BBC en het Franse dagblad Le Monde nog lokale verslaggevers in de stad zelf.

Dinsdag was AP even in het Medina-ziekenhuis, het grootste van de stad. Het wordt overstroomd met gewonden, „maar er is niet genoeg verband om alle wonden te verbinden en zelfs de medicijnen raken op”, aldus het AP-verslag. „Buiten het ziekenhuis wordt nu zelfs gestreden om de schaduwen van de bomen”, vertelde ziekenhuisdirecteur Dahir Dhere.

Vorige week waarschuwden de Verenigde Naties dat in de stad een humanitaire ramp is ontstaan. Leo van der Velden werkt op het Somalië-kantoor van het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de VN. Sinds vier jaar doet hij dat vanuit de Keniaanse hoofdstad Nairobi. „De regering wilde onze vrachtwagens steeds controleren. Terwijl dat normaal gebeurt op het moment dat de hulp het land binnenkomt”, vertelt hij telefonisch. Of dit vertragen gepland was of uit onkunde voortkwam, weet hij niet.

Maandag zijn met de regering nieuwe afspraken gemaakt, zegt hij. Het WFP is toegang beloofd tot meer dan de vier vliegvelden die het in eerste instantie mocht gebruiken. Ook zouden hulpgoederen niet langer worden opgehouden.

Gisteren kon het WFP de eerste negen vrachtwagens richting Afgooye rijden. Langs de weg naar dit stadje 35 kilometer buiten Mogadishu bevinden zich inmiddels 40.000 ontheemden. „De trucks bevatten 32 ton voedsel, voldoende voor 32.000 mensen voor een periode van twee weken”, zegt Van der Velden. Vandaag zou het voedsel uitgedeeld worden. De komende dagen wil het WFP ook aan het werk gaan in het kustgebied ten zuidwesten van de hoofdstad.

Ook bij de hulpverlening in de stad ondervindt het WFP hinder. „De regering heeft verscheidene controleposten opgeworpen waar illegaal belasting wordt geheven. Dat maakt alles niet makkelijker.” Volgens Van der Velden willen de Ethiopiërs en de regering eerst de burgers verjagen om de stad vervolgens van opstandelingen te zuiveren. „De Ethiopiërs hebben enkele wijken omsingeld. Maar een militaire overwinning, als die al mogelijk is, zal altijd een tijdelijke blijken.”

Vandaag vonden in de stad de heftigste gevechten in negen dagen plaats. Invloedsgebieden van de clans werden bestookt met zwaar geschut, ook de wijken die tot nu toe relatief rustig bleven. De interim-regering presenteerde dit als het begin van een nu al succesvol slotoffensief.

De opstandelingen bieden verzet vanuit hun technicals (pick-uptrucks met een stuk geschut in de laadbak). Verder schieten ze met mortieren en raketgranaten. Ook plegen ze steeds vaker zelfmoordaanslagen met bomauto’s. De Ethiopiërs beschikken over een luchtmacht, tanks en artillerie.

De Ethiopiërs zijn rond Kerst vorig jaar de internationaal gesteunde, maar machteloze interim-regering te hulp geschoten bij het verjagen van de Unie van Islamitische Rechtbanken. Deze coalitie van fundamentalistische groepen had na zestien jaar anarchie enige orde en gezag teruggebracht in de hoofdstad. Maar haar leden sloegen bij de invasie op de vlucht of zijn ondergedoken. Nu hebben clans de strijd hervat, ditmaal tegen de Ethiopiërs.

Maandag peilde Le Monde de stemming in een wijk die onder controle staat van de Unie van Rechtbanken. De strijders duidden zichzelf aan als de mukhawama, het verzet. De wijkcommandant gaf de volgende visie op de Ethiopiërs: „Eerst bombarderen ze ons zodat de bevolking vlucht. Dan gaan ze door in de hoop ons uit te schakelen, maar ze durven niet eens hun troepen onze wijk in te sturen.”

Radiomaakster Mohammed moest te midden van dit geweld vluchten met haar vijf kinderen. Twee keer tijdens de tocht naar Kenia beschoten strijders hun vrachtwagen om geld af te persen. De kinderen kunnen niet slapen door nachtmerries.Maar ze heeft „meer medelijden met de arme mensen in Mogadishu die doodgaan omdat ze niet kunnen vluchten”.