‘In Irak wordt het prettig wonen’

De olierijke stad Kirkuk in Noord-Irak is inzet van een gecompliceerde machtsstrijd.

Een referendum moet in november uitsluitsel geven.

Rizgar Ali Hamajan, de Koerdische voorzitter van de provincieraad van Kirkuk, is een optimistisch mens. De algemene verwachting is dat er, naast de sunnitisch-shi’itische oorlog in Irak, de komende tijd ook een Arabisch-Koerdische oorlog over Kirkuk uitbreekt. En misschien komt daar straks nog een gewapende Turkse interventie bij. Maar Rizgar Ali ziet eigenlijk geen probleem.

In de Iraakse grondwet staat dat dit jaar in de Noord-Iraakse oliestad Kirkuk een referendum moet worden gehouden. Inzet is de vraag of de stad en haar omgeving bij het vergaand autonome Iraakse Koerdistan worden getrokken. In een regeringsverklaring beloofde de Iraakse premier Nouri al-Maliki het desbetreffende artikel 140 van de grondwet te zullen uitvoeren en het referendum op 15 november te houden.

Dus het referendum wordt op die datum gehouden, verzekert Rizgar Ali. En dan komt Kirkuk bij Koerdistan, zoals het uitgangspunt is van zijn Koerdische Broederschapslijst, die de provincieraad domineert. In de raad, volgens Ali een soort parlement van Kirkuk, zijn verder de Arabische en de Turkmeense minderheden vertegenwoordigd. Zij verzetten zich fel tegen het referendum.

Rizgar Ali was vorige week in Nederland om vertegenwoordigers van de SP te spreken en de UNPO te bezoeken, de Organisatie van Niet-vertegenwoordigde Naties en Volkeren – zoals de Koerden die (nog) geen staat hebben. Maar die staat komt met de inlijving van Kirkuk en zijn olierijkdom bij Koerdistan wél dichterbij, denkt Turkije dat bang is dat zijn eigen 14 miljoen Koerden met het onafhankelijkheidsvirus besmet worden.

Vandaar het recente dreigement van de Koerdische president Masoud Barzani aan het adres van Turkije dat hij in zal grijpen in de Turks-Koerdische steden als het Turkse leger het waagt om in Kirkuk tussenbeide te komen. En vandaar ook de reactie van de Turkse premier Erdogan dat in dat geval Barzani „door zijn woorden zal worden vermorzeld”.

De Verenigde Staten, bondgenoot van zowel de Iraakse Koerden als van Turkije, zitten in een lastig parket. Want ook de sunnitische Arabieren in Irak, die Kirkuk als een Iraakse stad zien, zijn mordicus tegen het referendum. Washington wil deze boze en geïsoleerde minderheid, hoofdleverancier van de bommenleggers, juist met de nieuwe orde in Irak verzoenen om de angel uit de burgeroorlog te halen. Daarom gaf de Studiegroep Irak afgelopen december aan president Bush het advies om het referendum over Kirkuk uit te stellen. Tot grote woede van de Koerden.

Maar Rizgar Ali wil niets van uitstel weten. „U bent iets vergeten”, zegt hij. „Hoe is er over de grondwet gestemd? Als de meerderheid van Irak niet voor de grondwet had gestemd, dan was deze grondwet er niet geweest. Van de Arabieren heeft 75 procent vóór de grondwet gestemd. Het referendum over Kirkuk staat in de grondwet waartegen de Arabieren ja hebben gezegd. Er is geen enkele kans dat het referendum wordt uitgesteld. Het is geen kinderspel.”

Als voorbereiding voor het referendum keurde de Iraakse regering eind maart een plan goed om Arabieren die na 1968 naar Kirkuk zijn verhuisd aan te moedigen om naar hun vroegere woonplaatsen in het Arabische deel van Irak terug te keren. Het is een van de vele pijnlijke erfenissen van Saddam Hussein: de Arabieren zijn onder zijn bewind naar Kirkuk verplaatst om het oliegebied te Arabiseren. Ze werden neergezet in de woningen van Koerden die werden gedeporteerd naar het Arabische deel van Irak. Vertrek van de Arabieren en terugkeer van de Koerden zijn onderdeel van het ‘normaliseringsproces’ dat voor het referendum moet zijn afgerond (en een Kirkuk-Koerdische uitkomst moet garanderen).

Direct na de val van Saddam Hussein waren er berichten van etnische zuiveringen rond Kirkuk, maar volgens een zojuist verschenen rapport van de International Crisis Group (ICG) waren dat uitzonderingen. Rizgar Ali bezweert dat geen enkele Arabier is verdreven: „geef me bewijs, onafhankelijk bewijs!” Iedere Arabier die wil blijven wordt niets in de weg gelegd, verzekert hij. Volgens het ICG-rapport zijn in 2003 en voor de verkiezingen van 2005 wel veel Koerden naar Kirkuk teruggekeerd, maar dat was slechts tijdelijk. Onder andere wegens het toenemende geweld.

Elke dag is er tegenwoordig wel een aanslag in Kirkuk, dat in de eerste tijd na de omverwerping van Saddam Hussein nog relatief veilig was. Maar die escalatie heeft volgens Rizgar Ali niet te maken met spanningen over de toekomst van het gebied. „De Iraakse regering heeft begin dit jaar Koerdische troepen naar Bagdad gehaald voor het grote veiligheidsoffensief. Daardoor krijgen andere steden, zoals Kirkuk, niet meer voldoende bescherming.”

Het feit dat hier en daar wat bommen ontploffen, betekent niet dat heel Kirkuk onveilig is, zegt hij. „De VS hebben er goede ontwikkelingsprojecten opgezet – een elektriciteitsproject van 250 miljoen dollar, we bouwen samen met de Amerikanen 100 scholen. Het lijkt allemaal gevaarlijker dan het door de media wordt afgeschilderd.”

„Ook in Irak zijn er veel meer mensen die vrede en democratie willen dan onruststokers. Terroristen uit de hele wereld zijn naar Irak gereisd om daar aan het werk te gaan. Toch ben ik er zeker van dat Irak binnen drie jaar een land zal worden waar het prettig wonen is. Als de politieke problemen zijn opgelost, komt de rest vanzelf.”

Lees het ICG-rapport over Kirkuk op: www.crisisgroup.org