‘Ik laat alles heel netjes achter’

Sandra den Hamer, directeur van het Filmfestival Rotterdam, verhuist naar het Amsterdamse filmmuseum. „Rotterdam komt hier echt wel overheen.”

Bas Blokker

,,Een eer’’, zegt Sandra den Hamer door de telefoon, in de auto van Amsterdam naar Rotterdam. De directeur van het International Film Festival Rotterdam komt net uit het Filmmuseum in Amsterdam, waar ze per 1 september als directeur gaat werken.

Vanochtend heeft bestuursvoorzitter Sijbolt Noorda haar aan het personeel van het Filmmuseum voorgesteld. ,,De eerste vraag was: wat ga je veranderen’’, zegt Den Hamer. ,,Maar ik wil eerst de organisatie goed leren kennen.’’

U heeft vast wel een idee over de richting die het op moet.

,,Voor mij moet het een eigentijds museum zijn. Het Filmmuseum stáát. Het heeft een prachtige collectie, is echt wereldtop als het om restauraties gaat. Nu is het een kwestie van verder ontsluiten en naar buiten brengen.’’

Hoe gaat u dat doen?

,,Ik denk dat de programmering wel wat urgenter kan. Ze brengen nu I Don’t Want to Sleep Alone van Tsai Ming-liang uit. Ik zou zeggen, maak er dan ook meteen een mooi programma omheen. Zo zet je nieuwe films in historisch perspectief. Omgekeerd zou je oude films in een actueel perspectief moeten zetten.’’

En als het gaat om distributie van films? De Raad voor Cultuur had daar kritiek op.

,,Het Filmmuseum moet een centrum voor de filmkunst in Nederland worden en daar hoort de internationale artfilm bij. Ik denk dat het bestuur daar ook zo over denkt, anders hadden ze mij niet benoemd.’’

Laat u het festival netjes achter?

,,Volgens mij wel. We zijn financieel gezond, de bezoekersaantallen zijn goed en de pers was enthousiast over de laatste editie.’’

Er zijn wel veel kopstukken vertrokken de laatste tijd.

,,Ja, we moeten een nieuwe directeur hebben, een nieuwe zakelijk leider en een nieuw hoofd sponsoring. Maar dat ik weg ga, daar komt Rotterdam echt wel overheen hoor. Dat schept ook lucht.’’

Was dat nodig? Is er druk op u uitgeoefend om weg te gaan?

,,Nee, absoluut niet. Ik dacht zelf dat ik pas over een of twee jaar naar een andere baan zou uitkijken, maar toen ik vorige maand werd gebeld of ik wilde komen praten met het Filmmuseum, ben ik daar op in gegaan.”