Ik hou van clichés

François Ozon maakte het moderne, Edwardiaanse kostuumdrama ‘Angel’.

De regisseur: „Ik gok op de slimheid van het publiek”.

Voor filmregisseur François Ozon is er geen verschil tussen sprookjes en nieuwsberichten, tussen drama en melodrama en tussen sobere en uitbundige films, vertelde hij op het afgelopen Filmfestival Berlijn, waar zijn eerste Engelstalige productie Angel als slotfilm was geselecteerd. En dus kan het voorkomen dat hij die omschrijft als „een Edwardiaans kostuumdrama over reality-tv”. De regisseur van uiteenlopende films als Sous le sable, 8 femmes en 5 x 2 houdt ervan om zijn films tegelijkertijd met een knipoog en de grootst mogelijke ernst te maken, want „het hangt toch van je gemoedstoestand af of je vatbaar bent voor ironie. Voor sommige toeschouwers kan de film daarom tegelijkertijd maar beter wel serieus bedoeld zijn. Ik hou van clichés omdat ze grappig zijn, maar ook omdat je de werkelijkheid er scherp achter kunt zien”.

Angel is gebaseerd op een boek van schrijfster Elizabeth Taylor (1912-1975, niet te verwarren met de gelijknamige actrice) die bekend staat om haar subtiele inkijkjes in de Engelse klassenmaatschappij. Het verhaal speelt zich af in 1905, als de jonge Angel Deverell ontdekt dat haar boeken een gevoelige snaar bij het lezerspubliek raken. Angel schrijft een soort chicklit avant la lettre. De grote vraag van de film is hoe lang dat zal duren, vooral omdat Angel een verwende rotmeid is die denkt dat ze recht heeft op succes en het zo nog heel lang weet te rekken. We mogen van regisseur Ozon zeker aan Paris Hilton en de haren denken. „Reality-tv creëert sterren die alleen maar een ster zijn omdat ze in de mode zijn. Dat is vergelijkbaar met de tragiek van Angel.”

„Ik wilde geen kostuumfilm maken, maar dit boek adapteren. Dat is iets anders. Ik wilde ook niet een genre reconstrueren, zoals Todd Haynes met Far from Heaven heeft gedaan. Dat is alleen maar een bleke kopie van de films van Douglas Sirk. Ik ben geïnteresseerd in een moderne kijk op het genre. Dat doe je door er in beeld en subtekst lagen aan toe te voegen. Denk aan de kleuren van de jurken van Angel. Of denk aan de lesbische verhouding tussen Angel en haar schoonzus. Ik gok erop dat het publiek intelligent genoeg is om zulke dingen te zien”.

Ozons favoriete onderlaag in al zijn films is de verhouding tussen feit en fictie: „We komen als het ware binnen in de fantasiewereld van de schrijfster. Net zoals we in Swimming Pool door de ogen van Charlotte Rampling kijken en dan ook niet helemaal precies weten wat waar is en wat niet”.

Een onaangenaam personage in het centrum van een film zetten is altijd een risico, denkt Ozon. „In het boek is Angel vooral grotesk. Taylor heeft een cynische blik op haar hoofdpersonage. Ze beschrijft haar als lelijk en onaangenaam. In een boek kan dat werken, maar een film communiceert ook via de verleiding van het beeld. Dus heb ik voor Angel een actrice gekozen die energiek en levendig is, de jonge Britse Romola Garai. Angel is frigide, ze is niet seksueel, maar dat vertel je soms beter met een personage dat wel sexy is”.

„Of Angel een goede schrijfster is, is eigenlijk niet relevant”, denkt Ozon. „Al kun je zien hoe ik erover denk in de scène waarin een van haar boeken voor toneel is bewerkt. Het gaat me niet om de vraag wat kunst is, maar om de vraag wat kunst tot kunst maakt. Angel en haar echtgenoot, de kunstschilder Esmé, zijn beiden even toegewijd aan hun werk. Maar Angel is populair en Esmé niet. Het is makkelijk om te denken dat hij, omdat hij de integere avant garde-kunstenaar is, de tand des tijds zal doorstaan. Maar wat is de keuze? Mensen vermaken en eventjes vergetelheid schenken tijdens je leven, of na je dood ontdekt worden, zoals Van Gogh? En is dat eigenlijk wel een keuze?”