‘Geen propagandablad’

Voor Els de Temmerman is het een uitdaging om een Oegandese krant te leiden.

Zij noemt de tabloid onafhankelijk, ook al heeft de regering de meeste aandelen.

De Vlaamse Els de Temmerman (45) is sinds vijf maanden hoofdredacteur van het Oegandese dagblad The New Vision. 80 procent van de aandelen van de krant is in handen van de regering. Dat vormt geen belemmering voor onafhankelijkheid van de krant, vindt de voormalig journaliste voor de Volkskrant en de Vlaamse publieke omroep VRT. Afgelopen weekend was ze in Nederland voor de promotie van haar vierde boek En toen moest ik mijn broer doodbijten, over kindsoldaten in Noord-Oeganda.

Waarom heeft u ja gezegd op het verzoek om de hoofdredactie over te nemen?

„De uitdaging! Ik vond het eerst een ongelooflijk voorstel, dat ik mede de agenda van een Afrikaans land kon gaan bepalen. Ik, als Belgische. Dat ik instemde komt omdat ik journalisten in Oeganda wilde opleiden. Er worden nog te veel fouten gemaakt, te veel onwaarheden gepubliceerd. In Oeganda, waar de meeste mensen geen hoge opleiding hebben, moet je simpel schrijven. Eenvoudig en coherent. Ik hecht aan evenwicht: dat alle kanten aan het woord komen.”

Wat voor krant is The New Vision onder u?

„Zoals de meeste kranten in Afrika hebben we nauwelijks abonnees, nog geen 2 procent. We zijn afhankelijk van de losse verkoop, vandaar onze zware koppen. Onze krantenventers staan op kruispunten op straat, op basis van de kop beslist de passant kopen of niet. Die zware koppen, dat is nog het lastigste vind ik. ‘Adultry no longer a crime’, hadden we pas, en ‘Kabaka blocks Mabira plans’. De kabaka is de koning. Eigenlijk ging dat over klimaatverandering. Maar als ik dat had gekopt, had niemand de krant gekocht. Milieu en corruptie, daaraan probeer ik aandacht te besteden. Zo hadden we een verhaal over spookleerlingen. Scholen die geld vangen voor scholieren die niet bestaan.”

In hoeverre is The New Vision een propagandablad?

„Toen ik aantrad vond ik The New Vision te uitgesproken pro-regering. We hadden vier columnisten van de regering, dat heb ik teruggebracht naar één. Die schrijft nu op zondag, samen met iemand van de oppositie en dat staat naast elkaar onder het kopje Crossfire. Tegenwoordig hebben we op de redactie fervente pro-regeringsjournalisten en ook oppositieaanhangers – die ook zo schrijven. Ik heb telkens het gevoel dat ik moet bemiddelen. Niet wéér Museveni (de president, red.) op de voorpagina, zeg ik dan. Dat vinden ze raar.”

Waarom zou dat dan nodig zijn?

„We zijn voor 80 procent van de regering, de overige 20 procent van de aandelen is in handen van particulieren. Ik zie dat ook niet als een probleem; de VRT is ook staatstelevisie. Ik heb jaren in Kenia gewoond en daar zag je in de krant duizend keer een foto van de president die iets onbelangrijks deed. Dat wilde ik per se niet. Voor mij is het belangrijk dat we niet financieel afhankelijk zijn. En dat zijn we niet. Sterker, wij verdienen geld en dat dragen we af.”

U was lange tijd correspondent in Afrika. Daarna had u drie jaar lang in Noord-Oeganda een opvanghuis voor ex-kindsoldaten die waren ontvoerd door de rebellenbeweging LRA. Nu bent u opnieuw journalist. Hoe bericht u nu over de LRA ?

„We hebben twee journalisten die daarover schrijven en die doen dat prima. Ik heb er nauwelijks tijd voor. Ik ben 16 uur per dag bezig met de krant. Bovendien is het noorden slechts een van de problemen.”

U zei dat u niet in vergeving van de LRA gelooft, terwijl sommige Oegandezen dat wel willen.

„Ik heb een mening, maar die zal ik niet ventileren. Zelf schrijf ik één hoofdredactioneel commentaar per week. Niet over het LRA, dat is nu niet zo’n onderwerp. Maar over andere rebellen die nu vanuit Congo het land binnenvallen.”

In uw boek over het opvanghuis voor kindsoldaten schrijft u dat u geregeld contact had met president Museveni. Heeft hij zich al bij u beklaagd?

„Nu, na vijf maanden heb ik nog niets van hem gehoord. Vroeger in Lira hadden we meer contact dan nu. Ik probeer hem al tijden te benaderen voor een interview maar hij is onbereikbaar.”

Kunt u dezelfde journalistieke normen hanteren als toen u verslaggever was voor de Volkskrant en VRT?

„Ik denk nooit: dit kan ik niet publiceren, ook niet bij onze cartoons die toch soms op het randje zijn. Ik denk dat er hier in de media juist meer kan dan in België. Laatst werd Museveni beschuldigd van genocide in Noord-Oeganda, dat was door onze concurrent. Niemand heeft daarop gereageerd. In België zou dat niet mogelijk zijn geweest.”