Eten met de reus zonder ogen, pas op!

‘Pan’s Labyrinth’ is een volwassen volksvertelling.

On-zoete sprookjes- motieven worden vermengd met grimmige geschiedenis.

Je zou haast vergeten dat sprookjes niet altijd voor kinderen hoeven te zijn. Dat ze zich niet allemaal in Luilekkerland afspelen. En dat ze niet allemaal lollige dieren in de hoofdrol hebben die kunnen praten – met de stemmen van Hollywoodsterren.

Ooit waren sprookjes volksvertellingen, bedoeld om jong en oud te laten huiveren en genieten. Er vielen doden, er vloeide bloed, er werd vergiftigd, zonder dat daarna alles weer goed kwam. Alleen de overlevenden leefden nog lang en gelukkig. Die sprookjes – eeuwenoud materiaal dat in de negentiende eeuw werd bijgeslepen en vastgelegd – zijn ergens tussen 1900 en 1950 verdwenen en vervangen door stripverhalen, fantasy en Paul van Loon.

Maar gelukkig is daar nog Guillermo del Toro, de begenadigde filmauteur uit Mexico, die in de jaren 90 al opviel door zijn fantastische horrorfilms Cronos en Mimic en in 2004 het grote publiek vond met de eigenaardige superheld/antiheldfilm Hellboy. Nu heeft hij een sprookje gemaakt dat in de traditie van de negentiende eeuw lijkt te wortelen, El laberinto del fauno oftewel Pan’s Labyrinth.

In het Spanje van 1944 – de Burgeroorlog is gewonnen door de nationalisten van generaal Franco – zijn een moeder en een meisje op weg naar hun nieuwe man en vader. Een voice-over vertelt van een prinses die haar onderaardse koninkrijk verruilde voor de bovenwereld en over de koning die nog altijd op haar terugkeer hoopt. Logisch dat wij in de kleine Ofelia direct de prinses zien.

De nieuwe echtgenoot, een glansrol van Sergi López, blijkt een sprookjesstiefvader te zijn. Deze Franco-kapitein in een als legerpost ingerichte boerderij verlangt vooral naar een eigen zoon en bekommert zich niet om het meisje. Haar moeder is al gauw te ziek en te bedlegerig om zich met haar dochter te bemoeien. En dus staat Ofelia er alleen voor als een reusachtige faun een boodschap brengt uit het onderaardse rijk. Ze moet drie opdrachten volbrengen om onsterfelijk te worden.

Vanaf dit moment weeft Del Toro de twee werelden weergaloos ineen. Terwijl ‘boven’ de kapitein steeds gruwelijker maatregelen neemt tegen de guerrillastrijders in de bossen, worden ‘onder’ de figuren steeds tastbaarder gezellen voor Ofelia.

De opdrachten waarvoor Ofelia wordt gesteld leiden tot ontmoetingen met figuren die bij de eerste aanblik al onvergetelijk zijn, zoals de reusachtige pad, die mij onmiddellijk aan Glop uit Paul Biegels De tuinen van Dorr deed denken. Of neem de reus die ogen in zijn handpalmen heeft en dus alleen kan zien als hij zijn handen voor zijn ogen slaat. Hij is te zien op de foto hierboven, aan een tafel met heerlijke gerechten waar Ofelia niets van mag nemen, anders vreet de reus haar op – een echt sprookjesmotief.

De geslaagde vermenging van zo’n ouderwets on-zoet sprookje met een heel grimmige periode uit de Spaanse geschiedenis is de grote prestatie van Del Toro in Pan’s Labyrinth. Zijn figuren zijn volkomen origineel; schitterend, weldadig ouderwets vergeleken met de instant-monsters uit animatiefilms, met vooral veel tanden en klauwen. De verschillende werelden geraken, naarmate de finale in zicht komt langzaam maar zeker in dezelfde sfeer van spanning, zonder dat het gewrongen aandoet. In dat opzicht herkennen we onmiddellijk de maker van Hellboy, die een duivel een plaatsje in de grote stad gunde.

Met Pan’s Labyrinth verdiept Del Toro zich van een gewone verhalenverteller naar eentje die zijn verhalen zorgvuldig uitkiest langs de lijnen van zijn eigen interesse. Dat is het wezenskenmerk van een filmauteur en dat is Del Toro dan ook.

Pan’s labyrinth (El laberinto del fauno).

Regie: Guillermo del Toro. Met: Ivana Baquéro, Sergi López, Maribel Verdú, Doug Jones, Álex Angulo, Ariadna Gil. In: 20 bioscopen.