Een kernmacht tegen de duivel

Dat Noord-Korea wil ontwapenen, is mooi. Maar Japan vertrouwt Pyongyang niet op zijn woord. Eerst moet er duidelijkheid komen over het lot van de ontvoerde landgenoten. ‘Stuur het leger er op af.’

Shigeru en Sakie Yokota zijn hun dochter kwijt. Dertien jaar was Megumi toen ze op de terugweg van de badmintonclub plotseling verdween. Speurhonden konden haar spoor tot op vijftig meter van huis volgen, in de noordelijke stad Niigata aan de Japanse Zee. Dat was op 15 november 1977, bijna dertig jaar geleden. Volgens de Noord-Koreaanse regering, die het meisje destijds liet ontvoeren, is ze dood.

De kwestie van de in de jaren ’70, begin jaren ’80 door de Noord-Koreaanse geheime dienst ontvoerde landgenoten houdt de gemoederen in Japan onveranderd bezig. Onlangs voegde de regering de achttiende naam toe aan de lijst van officieel erkende slachtoffers. En gisteren nog deed de politie invallen bij aan Pyongyang gelieerde organisaties, in het kader van onderzoek naar de ontvoering van twee kinderen in 1974.

De aan Megumi Yokota gewijde fototentoonstelling die thans door het land trekt, is macaber. De familiekiekjes die vader Shigeru maakte, houden plotseling op vlak nadat Megumi aan de middelbare school begint en de eerste tekenen van volwassenheid begint te vertonen. In een van haar laatste notities heeft ze haar wens om zangeres te worden bijgesteld naar een nog onbekende maar „realistische combinatie van mijn capaciteiten en dromen”.

Maar het lot besliste anders. Eind jaren ’90 werd het vermoeden steeds sterker dat Megumi was ontvoerd door Noord-Koreaanse agenten. Haar ouders en de families van een tiental andere ontvoerde Japanners kwamen in actie. Vanwege haar jeugd en onschuld groeide Megumi uit tot het symbool van deze beweging.

Vijf jaar geleden – bij het baanbrekende bezoek van de Japanse premier Koizumi aan Pyongyang – kreeg de affaire een nieuwe wending. De Noord-Koreaanse regering erkende verantwoordelijk te zijn geweest voor een aantal ontvoeringen. Vijf Japanners mochten terug naar huis, acht anderen zouden al overleden zijn.

Ook de ouders van Megumi kregen te horen dat hun dochter was overleden. Ze zou al in 1993 of 1994 de hand aan zichzelf hebben geslagen. Die onheilstijding ging vergezeld van nog een onverwachte mededeling: Megumi zou getrouwd zijn geweest met een Zuid-Koreaanse lotgenoot en zij zou een dochter hebben nagelaten.

Maar de informatie bleek in ieder geval deels vals. Door Pyongyang meegegeven asresten bleken na dna-onderzoek niet van Megumi te kunnen zijn. In Japan ontstond opnieuw grote verontwaardiging. Maar door de verwarring kregen de ouders van Megumi weer een sprankje hoop.

„Wat ze ook zeggen, ik geloof vast dat ze nog leeft. Ik wil alleen nog een keer met haar praten”, zegt Sakie Yokota. Megumi’s moeder sprak afgelopen zondag in Tokio op een ‘nationale bijeenkomst voor de onmiddellijke terugkeer van alle ontvoerde slachtoffers’.

De zaal in het park tegenover het keizerlijk paleis is gevuld met duizend vrijwilligers die zich inzetten voor terugkeer van de ontvoerde landgenoten. Premier Shinzo Abe krijgt luid applaus. Dit is zijn thuis. De afgelopen jaren profileerde hij zich als de politieke beschermengel van de ontvoerde slachtoffers. Met zijn harde anti-Koreaanse houding legde hij de basis voor zijn premierschap.

„Ik heb regeringsleiders gesproken van meer dan veertig landen en iedereen steunt ons”, roept Abe. „Niet wij zijn geïsoleerd, maar Noord-Korea.”

Niet iedereen is evenwel gerustgesteld. In februari werd in het zogeheten zes-partijenoverleg een akkoord gesloten over nucleaire ontwapening van Noord-Korea in ruil voor hulp. Ondanks Japans aandringen wordt in dat akkoord met geen woord gerept over de ontvoeringskwestie. De Japanners voelen zich daardoor alleen staan.

Veel sprekers op de bijeenkomst spuwen niet alleen hun gal uit over de „duivel” Noord-Korea, maar ageren ook tegen de „met de vijand heulende” buurlanden Zuid-Korea en China. Maar vooral bondgenoot Amerika moet het ontgelden, omdat ook die door de knieën is gegaan voor Pyongyang.

„Bush heeft ons verraden”, roept vicevoorzitter Yoichi Shimada van de landelijke organisatie voor de redding van de ontvoerde slachtoffers kwaad. Hij verwijst naar de bevroren Noord-Koreaanse banktegoeden in Macau die de VS nu hebben vrijgegeven. „Dat geld verdwijnt rechtstreeks in de portemonnee van Kim Jong-il.”

Volgens parlementslid Shingo Nishimura komen de ontvoeringen neer op schending van de soevereiniteit van Japan. „Een oorlogsdaad”, benadrukt hij. „Stuur het leger er op af”, reageert de zaal. Nishimura: „Als de VS het vertikken, moeten we de ontvoerden zelf redden. Net als Frankrijk moeten we onze eigen kernmacht hebben om echt onafhankelijk te zijn.”

Vandaag komt premier Abe aan in Washington voor zijn eerste bezoek als aan president Bush. Familieleden van Japanse slachtoffers zijn hem vooruit gereisd. Het valt te betwijfelen of zij gerustgesteld zullen worden.