De RAF-terroristen zijn weer terug

Dertig jaar na de ‘Duitse herfst’ rijzen nieuwe vragen over de RAF – en over het optreden van de veiligheidsdiensten. Een zwarte episode dringt zich weer op aan de Duitsers.

Het verleden is hardnekkig, in elk geval in Duitsland. Dertig jaar na het hoogtepunt van het linkse terrorisme zijn er aanwijzingen dat de geschiedenis van de Rote Armee Fraktion (RAF) op een aantal punten herschreven moet worden – net toen het erop leek dat het dossier gesloten zou worden.

Dertig jaar na een reeks moordaanslagen op hoogwaardigheidsbekleders in 1977, gebeurtenissen die te boek staan als de „Duitse Herfst”, rijzen ongemakkelijke vragen. Waren de veroordeelden wel de daders? Of losten anderen de fatale schoten? Hebben Duitse veiligheidsdiensten belangrijke informatie verkeerd geïnterpreteerd? Of hebben zij zelfs bewust informatie achtergehouden?

Na onthullingen in Duitse media die erop duiden dat op zijn minst in één geval de werkelijkheid anders was dan lang werd aangenomen, heeft bondskanselier Merkel opheldering geëist. De procureur-generaal van het hoogste federale gerechtshof maakte gisteren bekend dat de onthullingen aanleiding zijn om een gerechtelijk vooronderzoek naar een voormalige terrorist te openen.

Eigenlijk stond Duitsland op het punt het fenomeen RAF – de organisatie hief zichzelf in 1998 op – over te dragen aan historici. De linkse stadsguerrilla bracht in de jaren zeventig, tachtig en negentig 34 mensen om. In totaal werden 26 terroristen gearresteerd en tot levenslang veroordeeld. De meesten zijn wegens goed gedrag na lange straffen weer vrij. De moordenaars van toen zijn nu vijftigers die in vrijheid worstelen met hun gebroken leven.

Drie ex-terroristen zitten nog vast. Eén van hen, Christian Klar, heeft na 24 jaar gevangenis een gratieverzoek ingediend bij bondspresident Horst Köhler. Het verzoek leidde dit jaar tot een breed debat. Pleitbezorgers van een vergevingsgezinde rechtsstaat kruisten de degens met nabestaanden van RAF-slachtoffers, die genade veelal afwijzen.

De meeste nabestaanden zijn tegen gratie omdat de voormalige terroristen geen berouw tonen én omdat in een aantal gevallen nooit is opgebiecht wie tijdens aanslagen welke rol speelde. Voor nabestaanden is juist die ongewisheid ondraaglijk. De RAF-leden hebben elkaar decennialang gedekt door te zwijgen. Het lijkt erop dat het ‘kartel van de zwijgers’ nu barsten begint te vertonen.

Een vooraanstaande nabestaande is Michael Buback (62), zoon van de op 7 april 1977 vermoorde Siegfried Buback, procureur-generaal bij het hoogste federale gerechtshof en belast met de opsporing van terroristen. Ook de moord op Buback werd nooit helemaal opgehelderd. Drie personen voerden de aanslag uit. Drie personen werden jaren later mede voor hun aandeel in de aanslag tot levenslang veroordeeld: Christian Klar, Günter Sonnenberg en Knut Folkerts, die bij zijn arrestatie in september 1977 in Utrecht agent Arie Kranenburg vermoordde.

Vorige week maakte Buback in een opiniestuk in de Süddeutsche Zeitung duidelijk dat hij betrouwbare informatie had dat Klar niet de dodelijke schoten op zijn vader had gelost. Zijn bron kwam „uit de omgeving van de RAF”. De bron was voormalig RAF-terrorist Peter-Jürgen Boock. De terrorist, die zijn verhaal ook aan journalisten vertelde, stelt dat Klar de schoten niet gelost kán hebben omdat hij niet – zoals menig collega – had geleerd met vuurwapens om te gaan. Als Klar de schoten in 1977 niet loste, wie dan?

Boock wees een andere terrorist, Stefan Wisniewski, aan als schutter. Wisniewski werd begin jaren tachtig veroordeeld tot levenslang, onder andere omdat hij betrokken was bij de moord op werkgeversvoorzitter Hanns-Martin Schleyer. Wisniewski, die in 1999 vervroegd vrij kwam, werd in de zaak Buback niet berecht.

De beschuldiging van Boock is gebaseerd op informatie van derden. Harde bewijzen heeft hij niet. Hij zou het destijds gehoord hebben van andere RAF-kopstukken die in 1977 ondergedoken waren in Amsterdam. RAF-specialisten hebben erop gewezen dat Boock al eerder fantasievolle verhalen opdiste. Ook wekt Boock’s timing achterdocht: juist nu over Klar’s gratieverzoek wordt beslist.

Boock staat overigens niet alleen. Der Spiegel onthulde, met suspense en onder de omineuze kop ‘De derde man’, dat RAF-terroriste Verena Becker al in de jaren tachtig officieel verklaarde dat Wisniewski de schoten loste. Onduidelijk is waarom die verklaring in rechtszaken geen rol heeft gespeeld.

Op meerdere fronten wordt nu geprobeerd licht in de zaak te brengen. De Bondsdag hoort, achter gesloten deuren, de veiligheidsdiensten. Procureur-generaal Monika Harms laat oud-terroristen en oud-rechercheurs horen. Voor Klar is de onthulling van Boock juridisch overigens niet van belang: hij werd veroordeeld voor medeplichtigheid aan moord, niet voor de moord zelf.

Als de aanwijzingen van Boock steekhoudend zijn, is Duitsland nog lang niet verlost van de zwarte episode. De RAF, constateerde de FAZ bitter, zet de rechtsstaat te kijk: de RAF bepaalt of zaken worden opgehelderd of niet. De RAF is nog steeds een „propagandistisch efficiënte moordenaarsbende”.