De ‘poet’ in Poetin

Hoogtepunten genoeg in de loopbaan van de maandag overleden Russische oud-president Boris Jeltsin. Beleggers zullen zich vooral het grootste dieptepunt herinneren: de Russische crisis van de herfst van 1998.

Besmet door de Azië-crisis raakte het Russische wildwestkapitalisme van destijds in grote problemen. Banken sloten hun deuren -en hun geldautomaten, de aandelenkoersen verschrompelden en miljoenen Russen waren hun spaargeld kwijt.

De Russische roebelcrisis leidde ook in het Westen, dat tot dan toe opmerkelijk immuun was gebleven voor de problemen in Azië, tot schrikreacties. Met name de obligatiemarkten droogden op, en hedgefonds Long Term Capital Management dreef als gevolg daarvan met de buik naar boven in de vijver van Wall Street.

Hoe groot is de kans dat Rusland onder de huidige president Vladimir Poetin opnieuw in zulke problemen raakt? Klein. Zeer klein zelfs. De Aziatische landen hebben van hun crisis in 1997-1998 een zodanig trauma overgehouden dat zij alles op alles zetten om een herhaling te voorkomen. De reserves in goud en deviezen (harde buitenlandse valuta’s) zijn dan ook fors opgelopen.

Het actief streven naar een zo groot mogelijk betalingsbalansoverschot is de bijbehorende strategie – en dat is in feite een kopie van hoe het naoorlogse Japan het deed: het uit strategische overwegingen oppotten van financiële reserves, als het moet ten koste van de ontwikkeling van de binnenlandse welvaart.

Rusland heeft het makkelijker: het is in de huidige periode van buitengewoon hoge grondstoffenprijzen eerder vergelijkbaar met de OPEC-landen. Het geld stroomt met bakken tegelijk binnen. In de jaren rond 1998 bedroegen de reserves in goud en harde valuta’s nog rond de 15 miljard dollar. Op dit moment zijn ze ruim 356 miljard dollar. Daar kun je fluitend vier ABN Amro’s van kopen en dan hou je nog geld over voor Fortis. Alleen al in de laatste week kwam er volgens gegevens van de Russische centrale bank 10,3 miljard dollar bij. Eén week.

Maar wat heb je eraan? Het kunstmatig laag houden van de eigen wisselkoers om reserves op te hopen mag dan zorgen voor immuniteit voor crises, een excessieve toename van de spaarpot berooft de consument ook van een stijging van zijn koopkracht. In plaats van de burger houdt de staat liever de zeggenschap over de opeenhoping van het verdiende geld.

Dat zegt veel over de verhouding tussen overheid en inwoners, ook in het Rusland dat gisteren zijn oud-president ten grave droeg.

Maarten Schinkel