Boerenkweektong van het land

Vis in de Noordzee is met uitsterven bedreigd. Vangstquota’s dalen. De viswereld is op zoek naar alternatieven. De toekomst: sliptong van het Zeeuwse platteland.

„Een cadeautje van onze Oosterburen”, zegt Andries Kamstra, terwijl hij de bunker binnengaat waar hij tong kweekt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog meerden onder dit dikke, betonnen dak in de haven van IJmuiden Duitse Schnellbooten die terugkeerden van de jacht op geallieerde schepen. Nu staan er tientallen ondiepe bakken van zwart plastic met zeewater waarin tong zwemt. Een uniek bedrijf, want Kamstra is de enige kweker van Noordzeetong in Europa. Tong is een lastige vis.

Overheid en zakenleven hebben grote plannen met het pionierswerk van Kamstra met deze vis, die populair is bij de consument maar in zijn natuurlijke omgeving wordt bedreigd. Op het Zeeuwse platteland moet de komende jaren een geheel nieuwe bedrijfstak op gang komen: honderden boeren die geen aardappels telen, maar vis. In grote vijvers op hun land moet tong gaan zwemmen.

Het ministerie van Landbouw ziet hier perspectief in en legt de komende jaren 7,5 miljoen euro op tafel voor experimenten. De provincie draagt 1 miljoen bij. Bedrijfsleven en de Wageningen Universiteit vullen dit aan tot 15 miljoen. Gisteren tekenden alle partijen een convenant. In 2009 moet het proefbedrijf draaien.

Het project is „een stap in de richting van de verduurzaming van de Nederlandse visserijketen”, zei minister Gerda Verburg (LNV, CDA) gisteren in Den Haag. Discussie over de noodzaak daarvan is volgens Verburg „gesloten”, want „dagelijks bereiken ons berichten over de ernstige terugval van belangrijke visbestanden”.

De visserij op tong in de Noordzee is „niet duurzaam”, stelt het Productschap Vis in een recent rapport. Er zijn „te weinig volwassen tongen om te zorgen voor voldoende nakomelingen”. De vangstquota is daarom dit jaar met 15 procent verlaagd. Ook de komende jaren voorziet het productschap jaarlijkse verlagingen van zo’n 10 procent.

De Nederlandse quota voor Noordzeetong bedraagt dit jaar krap 15.000 ton. Dezelfde hoeveelheid tong moet in de verre toekomst van het Zeeuwse platteland komen, aldus het beeld voor de toekomst dat gisteren in Den Haag werd geschetst door Rinus Platschorre, voorzitter van de stichting Zeeuwse Tong, die het project moet gaan leiden. De toekomst is aan ‘gemengde zilte bedrijven’, met een schone kringloop. Mest van de tong dient als voer voor algen, waarvan zagers (een zeeworm) leven, die vervolgens ten prooi vallen aan de tong. Zo’n 200 bedrijven die 10 procent van het Zeeuwse platteland in beslag nemen, voorziet Platschorre.

„Het zou mooi zijn als we dat nog meemaken”, zegt Andries Kamstra met enige scepsis. „Tong kweken is niet makkelijk, zoals al blijkt uit feit dat alleen wij het doen.” Kamstra liep tegen zeer concrete praktische problemen aan. Tong is te klein om eitjes en zaad te winnen voor kunstmatige bevruchting. Dus moet de tong het zelf doen en dat gebeurt alleen als hij „het naar z’n zin heeft”. Ook is de tong een fijnproever, hetgeen de keuze van voer niet makkelijk maakt. Het perfecte tongvoer „is er nog niet”. Kamstra heeft wel grote vorderingen gemaakt op deze gebieden, maar denkt nog een jaar of 6 à 7 nodig te hebben voor hij winstgevend kan produceren.

Kamstra was de grote afwezige bij de ondertekening van het convenant gisteren. „We zijn het eens met de doelstellingen”, zegt hij. „Maar we hebben heel veel kennis opgebouwd en willen dat niet zomaar op straat leggen.” Zijn rol is echter essentieel, want het eerste proefbedrijf in Zeeland moet gaan werken met tong van Kamstra.