Waarom eten met stokjes?

Levensvragen zijn tijdrovend; nrc.next richt zich op alledaagse mysteries.

Vandaag de vraag: waarom eten Chinezen met stokjes?

Chinezen eten met stokjes. Waaróm? Chinees eten schreeuwt om een lepel. Plakkerige, Hollandse stampot kun je met eetstokjes nog wel naar binnen schuiven. Maar niets is zo lastig als losse rijst of noedelsoep manoeuvreren met stokjes.

Veel Chinezen noemen het traditie, een gewoonte, vinden het praktisch, hebben geen bestek in huis of hebben gewoon geen idee.

Yang Broere Zhang, directeur van het Confucius Instituut voor Chinese taal en cultuur in Den Haag, onderdeel van de Universiteit Leiden, kan verder helpen. Het meest geloofwaardige oorsprongsverhaal dateert volgens haar van zo’n 5.000 jaar geleden. „Vlees werd gegaard op open vuur. De stukjes waren te heet om met de handen te pakken. Takjes van bomen boden uitkomst.”

Er zijn meer verklarende verhalen, weet Zhang. Zo vond de Chinese filosoof Confucius, naamgever van het Haagse instituut, een mes aan tafel niet netjes. Fatsoenlijke mensen gebruiken geen geweld, was zijn opvatting zo’n 2500 jaar geleden.

In de Chinese keuken zal je daarom nooit een grote lap biefstuk aantreffen. Het eten komt er gesneden, hapklaar op tafel.

Kleine stukjes vlees garen bovendien sneller. Zie het als de Chinese manier van denken, zegt taaldocent Yinzhi Zhang, van het Sinologisch Instituut in Leiden. „Puur praktisch. Stokjes zijn een mes, vork en lepel ineen. Als het voedsel gaar of gekookt is, kun je ermee pakken, knijpen en zelfs snijden.”

In Nieuw Lin-Fah (waterlelie), een Chinees restaurant in Rotterdam, zijn de tafeltjes met mes en vork gedekt. Stokjes krijgen de gasten wanneer ze erom vragen, vertelt de directeur. Dat gebeurt niet zo vaak. En de regels? „Eten aan een stokje spiesen, dat is niet netjes. En als je gerechten met andere gasten deelt, gebruik dan twee paar stokjes.”

Yang Broere Zhang van het Confucius Instituut raadt aan niet met de stokjes naar iemand te wijzen. „Zeer onbeleefd.”

Ook Yinzhi Zhang uit Leiden kent de regels. Niet op de rand van de kom slaan. Eet met stokjes van gelijke lengte en leg ze parallel naast elkaar. Zet ze nooit rechtop in een kom rijst. „Een ritueel om de doden te verheerlijken. Dat doe je niet bij levenden.”

„Bad luck”, voorspelt ook haar collega Zhang. En laat het eetgerij vooral niet op de grond vallen. „Dan laat je de doden schrikken.”