Verboden onder de 21 jaar

Een Nederlander drinkt gemiddeld 7,9 liter pure alcohol per jaar.

Moet er meer gedaan worden tegen drankmisbruik?

De Nederlandse alcoholwetgeving is toleranter dan in de meeste ontwikkelde landen. Dat blijkt uit een Amerikaanse studie in het vrij toegankelijke medische internettijdschrift PLoS Medicine. Van de dertig staten die verenigd zijn in het economische samenwerkingsverband OESO (vooral Europese landen) staat Nederland op de 22ste plaats.

Auteur van de ranglijst is onderzoeker Al Lowenfels, gezondheidswetenschapper aan het New York Medical College. „Als je wereldwijd kijkt, is Nederland niet top”, zegt hij. „Ik denk dat het het beste zou zijn om alcohol minder beschikbaar te maken en om de prijs te verhogen.” Beschikbaarheid en prijs zijn de beleidsterreinen waar Nederland achterblijft, zegt hij.

Lowenfels somt in zijn vergelijking de maatregelen op en waardeerde ze. Maatregelen waarvan bewezen is dat ze het alcoholgebruik verlagen, wegen zwaarder. Bovenaan staan: de leeftijd verhogen waarop jongeren alcohol mogen kopen, schenken aan jongeren en dronkaards strafbaar stellen (dat is in Nederland al zo), de prijs verhogen, en regelmatig blaastests doen. Alcoholcampagnes noemt hij helemaal niet. „Educatieve maatregelen zijn wel populair, maar er is niet bewezen dat ze nut hebben”, legt hij uit.

Er wordt meer alcohol gedronken in landen die laag op deze alcoholbeleidsladder staan. In Noorwegen, waar de staat het monopolie heeft op de verkoop van sterke drank en alcoholreclame verboden is, drinken de inwoners per persoon 4,4 liter pure alcohol per jaar. De Luxemburgers, die vanaf hun zestiende sterke drank mogen kopen, consumeren er 12,6. Nederland neemt (met 7,9 liter pure alcohol per inwoner) een middenpositie in.

Voor zo’n tolerant land doet Nederland het dus best goed. Daarbij: in de meeste West- en Zuid-Europese landen wordt meer gedronken dan in Nederland. Is er dan wel een strenger alcoholbeleid nodig? Voorstanders benadrukken hoe dodelijk drinken is: elk jaar sterven achthonderd Nederlanders aan een duidelijk aan alcohol gerelateerde ziekte, zoals levercirrose – net zoveel als het aantal verkeersdoden. Daarnaast zijn er nog ruim duizend gevallen waarbij alcohol een aandeel heeft in de oorzaak.

En dan zijn er de drinkende tieners – in groeiend aantal. Nederlandse jongeren blinken in Europa uit in binge drinking (slempen) en beginnen ook steeds jonger. In 1992 had ruim 30 procent van de twaalfjarige meisjes ooit gedronken, in 2003 was dat zo’n 70 procent, vond het Trimbos-instituut voor verslavingszorg. „Er moet geconcludeerd worden”, schrijft het RIVM in het Nationaal Kompas Volksgezondheid, „dat [...] het beleid voor deze groep onvoldoende vruchten afwerpt.”

Accijnzen verhogen zou daartoe helpen: het weert vooral jongere, matige drinkers Toen de zoete mixdrankjes in Duitsland duurder werden, is die markt ingestort.

Paul Lemmens, medisch socioloog aan de Universiteit Maastricht, is gespecialiseerd in alcoholbeleid. Hij noemt Lowenfels’ studie „gedegen en goed onderbouwd”. Maar hij plaatst ook kanttekeningen bij het strenge, algemene ontmoedigingsbeleid dat de Amerikaan propageert en dat karakteristiek is voor Noorwegen. „Als je alleen maar matiging preekt, zoals prijsverhoging en vermindering van verkooppunten, ben je niet geloofwaardig. Je moet mensen realistisch voorlichten over de gevaren.”

Ook Victor Everhardt, campagneleider alcohol en opvoeding van het Trimbos-instituut, gaat in tegen de stelling dat voorlichtingscampagnes ineffectief zijn. „Een Postbus-51-spot leidt niet direct tot gedragsverandering. Daar is iedereen zich inmiddels wel van bewust, hoop ik. Maar je kunt ook voorlichting op scholen geven, ouders erbij betrekken.” Hij benadrukt, net als Lemmens, dat de jongeren nu degenen zijn met het omvangrijkste drankmisbruik.