Sergi López: charmant en sinister tegelijk

De Spaanse acteur Sergi López gooit eindelijk zijn stropdas af.

Vanaf morgen is hij te zien in het gruweldrama ‘Pan’s Labyrinth’.

De sadistische lach op het gezicht van acteur Sergi López krijgt in Pan’s Labyrinth een wel heel akelige verlenging. In een memorabele wraakscène wordt zijn mondhoek opengereten met een mes. De snee in zijn wang verschijnt als een morbide grijns op zijn gezicht. Eigenhandig probeert hij de flinke jaap te hechten met een dikke naald en draad. Gegarandeerde kreten van afschuw bij het publiek op het recente Amsterdam Fantastic Film Festival, dat toch wel wat gewend is.

López speelt in dit intense gruweldrama een martelende kapitein onder Franco. Het is een van de zeldzame rollen waarin López direct op het zenuwstelsel van het publiek inhakt. Meestal gaat hij subtieler te werk. Met zijn onpeilbare zachtronde gezicht kan hij zowel huisvader als psychopaat spelen. Juist met zijn alledaagsheid kan hij het hele beeld vullen, zoals in Une liaison pornographique of als schoenverkoper in Western.

Voordat hij als autoritaire kapitein in Pan’s Labyrinth een groot publiek zou bereiken, kwam hij al in het vizier met Harry, un ami qui veut du bien (2000). De joviale Harry (López) komt bij een benzinepomp een oud-klasgenoot tegen, en dringt vervolgens heel behendig zijn vakantiehuisje binnen. Hij ontpopt zich tot een aan eieren verslaafde, poëzieminnende macho, die geobsedeerd is door zijn gastheer, en zelfs een monsterlijke fourwheeldrive voor hem aanschaft. Goede bedoelingen of psychopathische inborst? Sergi López weet het lang in het midden te laten. Net zoals nooit duidelijk is of hij nu een Fransman of een Spanjaard is. Dat maakt hem zo geschikt om de eeuwige vreemdeling te spelen.

In Dirty Pretty Things, zijn eerste Engelstalige rol, zien we López als Sneaky, een louche handelaar in menselijke organen. Ook hier wordt zijn Spaanse achtergrond niet onder stoelen of banken gestoken. Waarom spelen Spanjaarden zulke goede slechteriken?, vroeg professor Samuel Amago zich dan ook af in een artikel waarin hij de rollen van Sergi López tegen het licht houdt. López staat voor de duistere Spanjaard, gebaseerd op de Leyenda negra, de zwarte legende, „het eeuwenoude vooroordeel dat Spanjaarden uitzonderlijk wreed, fanatiek, corrupt en autoritair zijn”. Doordat López charmant en sinister tegelijk kan zijn, bevestigt hij dat beeld van de woeste, joyeuze Spanjaard.

Acteur Javier Bardem voedt dat imago ook in Goya’s Ghosts, een historische drama over de Spaanse Inquisitie dat twee weken geleden in première ging. Niet de schilder Goya uit de titel maar inquisiteur Lorenzo, gespeeld door Bardem, is de echte hoofdpersoon. Ook deze film bevat een flink portie wreedheid. Door marteling kun je mensen alles laten bekennen, zo wordt aangetoond door een koopman, die Lorenzo net zo lang martelt totdat deze een document ondertekent waarin hij bekent van de apen af te stammen.

Bardem en López zijn al te lang in het vak bezig om ze als nieuwe lichting acteurs te beschouwen, maar toonaangevend zijn ze nog steeds. Bardem begon zijn carrière als macho in Jamón, Jamón, maar zou daarna vooral serieuze rollen spelen, zoals een 55-jarige man met doodswens (Mar adentro) of werkloze scheepsbouwer (Los lunes al sol). Bardem en López maken er een kunst van om doodgewone, gesloten mannen te spelen die op springen staan. Pas in hun laatste rol spuit het sadisme er via alle gaten uit. Zo heeft hun legendarische woestheid toch nog een uitweg gevonden.