‘Prostitutie is nog altijd geen normale bedrijfstak’

Illegale prostitutie is de afgelopen jaren gedaald. Dat blijkt uit een gisteren verschenen rapport van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie. Het aantal prostituees dat omringd is door bijvoorbeeld pooiers, nam echter niet af.

„Zorgwekkend”, zegt Annelies Daalder, auteur van de WODC-studie, die drie verschillende onderzoeken omvat. De bedoeling van de wetswijziging in oktober 2000 was juist om de prostitutie uit de illegaliteit te krijgen. Prostituees zijn sindsdien zelfstandig ondernemer of in loondienst. Consequentie daarvan was dat de prostitutie zich als ‘normale’ bedrijfstak moest gaan gedragen.

Dat is nog niet goed gelukt, zo blijkt uit een van de drie onderzoeken, uitgevoerd door Regioplan Beleidsonderzoek, dat 354 prostituees en 49 exploitanten interviewde. Ongeveer zestig procent van de beroepsgroep betaalt nog steeds geen belasting. „Het was de bedoeling om werknemerschap te creëren, maar dat blijkt moeilijk te realiseren”, zegt Helga Dekker, onderzoeker van Regioplan. Volgens haar hebben veel vrouwen nog bezwaren: „Veel prostituees willen hun anonimiteit en vrijheid niet graag opgeven”.

Uit het onderzoek van Regioplan blijkt dat 95 procent van de prostituees zichzelf als zelfstandig omschrijft. Maar de Belastingdienst ziet hen als werknemers, zegt onderzoeker Dekker. Prostituees maken namelijk afspraken met exploitanten, waardoor zij volgens de Belastingdienst in loondienst zijn. „Vaak gaat het om hele praktische zaken, zoals het bewaren van geld, omdat prostituees zelf geen kluisje hebben.”

Annelies Daalder van het WODC zegt dat prostituees in „een middenpositie” verkeren. „Ze hebben vaak last van de nadelen van het zelfstandig zijn, zoals het niet doorbetalen tijdens ziekte, maar van de voordelen profiteren ze meestal niet.”

Een andere opvallende conclusie is dat zowel de vraag als het aanbod naar prostitutie de afgelopen jaren is afgenomen. Onder meer de opkomst van ‘webcamseks’ via internet voor betalende derden”, en de verslechterde economie spelen daarbij een rol.