Omdat hij geniaal was in al zijn eenvoud

Nederland is Johan Cruijff en omgekeerd: eigenwijs, slim, handig, verbaal, creatief.

Die ontdekking deed de Vlaamse NRC-journalist Dirk Vandenberghe (36).

Ik was als elfjarig Vlaams jongetje meer in de ban van jazztrompettist Miles Davis dan van voetbal. Ook al had onze nationale ploeg, de Rode Duivels, die zomer van 1982 goed gespeeld op het wereldkampioenschap in Spanje. Met 1-0 gewonnen van Argentinië, de titelverdediger met de nieuwe ster Diego Maradona in de gelederen. Nederland deed aan dat WK niet eens mee.

Maar toen kwam 5 december 1982. Het Vlaamse tv-programma Sportweekend toonde beelden uit de Nederlandse competitie. Ene Johan Cruijff mocht voor Ajax een strafschop nemen tegen Helmond Sport. Hij schoot de bal niet hard voorbij de keeper, hij probeerde ook geen listige schijnbeweging. Nee, hij gaf de bal met zijn rechtervoet simpelweg een tikje opzij. Daar kwam zijn teamgenoot Jesper Olsen aangelopen. Die speelde de bal terug, doelman Otto Versfeld van Helmond stond er verbaasd naar te kijken en Cruijff scoorde achteloos de 2-0.

Zoveel branie. Zoveel creativiteit. Zo geniaal in al zijn eenvoud. Er bestond dus ook een voetballende Miles Davis! Vanaf dat moment wou ik alles over Cruijff weten. En over dat land waar hij vandaan kwam.

Voortaan keek ik elke zondagavond met een bord op schoot naar Studio Sport, daarmee onbewust een Nederlandse traditie binnenhalend in een zeer on-Hollands West-Vlaams gezin. Ik was op zoek naar een volgende glimp van genialiteit van Cruijff, naar nieuwe grenzen die hij zou verleggen. Helaas hield de voetballer het na dat seizoen bij Ajax en nog een jaar Feyenoord voor gezien. Toch was ik voorgoed verknocht aan de speler – en aan het land waar hij vandaan kwam.

Later ontdekte ik dat Cruijff al jaren de bekendste Nederlander ter wereld was. En dat voetbalkenners het Ajax en het Oranje van Cruijff begin jaren zeventig tot de mooiste en meest vernieuwende elftallen uit de voetbalgeschiedenis rekenen. Dat de Catalanen hem in 1974 inhaalden als ‘De Verlosser’ toen hij voor FC Barcelona tekende. En dat een voetbalkenner als David Winner een heel boek over Nederland ophing aan Johan Cruijff, Brilliant Orange.

Tien jaar geleden schreef Hubert Smeets, nu de hoofdredacteur van De Groene, een beschouwing voor het voetbaltijdschrift Hard Gras: ‘Hoe Johan Cruijff Nederland vorm gaf’. Daarvan leerde ik dat Cruijff symbool stond voor het allerbeste van de revolutionaire jaren zestig en jaren zeventig. En voor het allerbeste van Nederland: eigenwijs maar niet arrogant. Welbespraakt maar soms onnavolgbaar. Een milde dwarsligger, ongenaakbaar, vast overtuigd van zichzelf.

„Ik ga liever ten onder met mijn eigen visie dan met die van een ander”, is een van Cruijffs vele wijsheden. En even goed blijft Cruijff net als Nederland soms heerlijk raadselachtig, maar ook daar heeft hij zijn eigen verklaring voor: „Als ik zou willen dat je het begreep, had ik het wel beter uitgelegd.”

Beelden van de strafschop van Cruijff tegen Helmond Sport zijn te zien op youtube.com (zoektermen: ‘Cruyff and Olsen’)