Man van het moment

Het beeld is onvergetelijk, en tegelijk is het meer dan een beeld. Boris Jeltsin, de maandag overleden oud-president van Rusland, spreekt na een communistische couppoging in de zomer van 1991 het volk toe. Voor het parlementsgebouw en staande op een tank. De camera’s klikken en draaien. De tank, symbool van de stalen vuist, is niet bij toeval gekozen. Hier staat de baas van Rusland op het afschrikwekkende instrument van zijn macht. De coupplegers binden meteen in. De staatsgreep mislukt en Jeltsin wint.

Het was een sleutelmoment in de moderne Russische geschiedenis, dat bij slecht crisismanagement van Jeltsin anders – bloediger – had kunnen aflopen. En dat is meteen ’s mans grootste verdienste. Jeltsin is erin geslaagd de overgang van het ene tijdperk naar het andere relatief rustig te laten verlopen.

Voor een land met een revolutionaire traditie, met weinig achting voor mensenlevens in turbulente tijden, had de sprong in het onbekende – van communisme naar een eigentijdser vorm van staatsbestuur – dramatischer kunnen eindigen. Dat dit niet gebeurde, is te danken aan Jeltsin die met een goed gevoel voor timing en met veel krachtsvertoon wist in te grijpen in de loop van de geschiedenis. Hardhandig, maar wel om erger te voorkomen.

Niettemin zijn er gemengde gevoelens over de ruim acht jaar waarin hij regeerde (van juni 1991 tot en met december 1999). Een democraat was hij niet. Hij paste naadloos in de Russische tsarentraditie: alleenheersers die geen politieke oppositie of openlijke kritiek dulden.

Toch kreeg de democratie in Rusland onder Jeltsin voor het eerst weer kansen. De sterksten grepen die. Een nieuwe nomenklatoera manifesteerde zich: die van het grote zakenleven. Olie- en gastycoons werden in geld en macht groter dan de president die de economische elite had ontketend. Onder Jeltsin namen de corruptie en de ongelijkheid sterk toe.

Voor de gemiddelde Rus bleven democratisering en marktwerking loze en onbereikbare begrippen. Het waren anderen die rijk werden – ten koste van het land.

Jeltsins grootste fout is de oorlog in Tsjetsjenië geweest, een hopeloze en bloedige strijd die in 1994 begon, zich jarenlang voortsleepte en een keten aan onbeheersbare reacties voortbracht. Van beide kanten werden de registers voluit opengetrokken: terreur en contraterreur, vermoorde burgers en voor het leven verminkte jonge soldaten, aan puin geschoten steden – Grozny – en immer voortdurende ideologische verharding.

Jeltsin had de doos van Pandora geopend en inderdaad, alle menselijke ellende was erin vervat. Hiermee bracht hij zijn reputatie haast onherstelbare schade toe.

Boris Jeltsin was een omstreden staatsman. Maar de balans slaat positief uit. Zijn rol als meester-improvisator mag niet worden onderschat. Een politicus moet het moment kunnen grijpen om in tijden van crisis instinctief de juiste handelingen te kunnen verrichten. Jeltsin kon dat. Hij behoedde in 1991 Rusland voor een drama. Dat maakt hem inelk geval een opmerkelijk en misschien ooit wel een groot man.