Maak van de ouderenzorg een feest

De traditionele aanpak in de zorg is niet gericht op het vergroten van menselijk geluk. De nadruk moet komen te liggen op sociale contacten, betoogt H.M. Becker.

Menselijk geluk, of het nu groen of grijs is, hangt af van een aantal elementen: individuele en groepselementen. In de westerse samenleving kunnen de individuele elementen worden samengevat in ‘de eigen regie’: de baas zijn over je eigen lichaam, je geld, je huis. De eigen gezondheid is een apart doch belangrijk item (hier komen de cure en care om de hoek kijken).

Naast de individuele kant van menselijk geluk is er de belangrijke groepskant. De mens voelt zich pas mens onder mensen. Hij wil ergens bij horen: de voetbalclub, de plattelandsvrouwenbond, het kerkgenootschap. De familie, als groep, is en blijft in dit verband ook zeer belangrijk. Om bij een groep te horen moet je samen ergens over kunnen praten. Soms zijn dit specifieke zaken, maar vaak gaat het over koetjes en kalfjes. Om in zijn algemeenheid te kunnen converseren moet je wel wat meemaken. Er moet iets om over te praten zijn.

Als oude mensen niet meer werken, niet meer goed lopen of niet goed horen of zien gebeurt er zo weinig dat de conversatie-elementen vaak in het gedrang komen. Al snel komt dan de herhaling opzetten en wat nog erger is: de mankementen en handicaps worden vaak de conversation pieces van de dag. Deze manier van communiceren stoot anderen juist af, hetgeen tot eenzaamheid leidt. Eenzaamheid van ouderen is in onze samenleving dan ook een grotere kwaal dan medische zaken.

De traditionele aanpak in de zorg, gericht op cure, care en hygiëne, is bij lange na niet voldoende om menselijk geluk te bewerkstelligen. Immers, als men de corebusiness niet ziet als het leveren van menselijk geluk, maar als het leveren van cure en care, gaat er veel mis. Allereerst valt er weinig te cureren aan ouderdomsziekten als Parkinson en Alzheimer. De nadruk leggen op de mankementen, het medische en het hygiënische, tast vaak het individuele geluk aan.

Niet alleen dat pillen en injectiespuiten, het in een witte jas lopen van het personeel en de ‘dictatuur van de diëtiste’ vaak geen soelaas bieden, ze creëren ook nadelen voor de cliënt. Het gevoel dat je geleefd wordt en niet meer de baas over je eigen leven bent, komt snel op als je niet meer in een eigen appartement (al was het maar een studio) woont, zelf niet meer kan bepalen of, wat en wanneer je wilt eten, niet meer kunt beschikken over je eigen geld of over het eigen knuffeldier (uit financiële en hygiënische overwegingen).

Ook het groepsgebeuren komt in instituten in de knel. De sportclubs en andere genootschappen komen niet regelmatig in het bejaardenhuis en het oude sociale netwerk is veelal verdwenen. Daarom moet een instelling zorgen voor mogelijkheden van sociale contacten op het ‘overdekte dorpsplein’ en vooral zorgen dat ergens over gepraat kan worden. Schilderijen, beelden, wandschilderingen en exposities zijn derhalve geen luxe maar noodzaak, evenals de uitleenhonden en de instellingspapegaaien, het internetcafé met cursussen en kleinkinderen.

Ook over de verjaardagsmaaltijden in het echte, voor iedereen toegankelijke restaurant, over de bar waar ook alcoholisten uit de buurt komen, over de kapper waar ook ouderen eens een ander kapsel kunnen proberen, over de beautysalon, de dierenweiden en last but not least de herinneringsmusea kan uitgebreid geconverseerd worden. De herinneringsmusea zijn niet bedoeld om te conserveren maar om over de voorwerpen te converseren, de herinnering als het ware opnieuw te consumeren.

Het komt er op neer dat, om voor de grijze ouderen geluk te genereren, de zorg omgevormd moet worden tot een geïntegreerd product van cure, care, welzijn en wonen. Daarbij moet het ‘voor mensen zorgen’ vervangen worden door omstandigheden te creëren waarin mensen zoveel mogelijk voor zichzelf en voor elkaar kunnen zorgen. De nadruk wordt daarbij gelegd op wat vrolijk is en wat wel mogelijk is en niet op wat hoort en wat niet mogelijk is. Het leren leven met de niet te cureren handicaps, door de kwalen te doen vergeten door een overvloed aan leuke zaken is dan corebusiness. Overigens wordt zo de ouderenzorg ook automatisch goedkoper doordat de vraag naar zorg, als een schreeuw om aandacht, wordt voorkomen.

Prof.dr. H.M. Becker is voorzitter van de Raad van Bestuur van Humanitas Rotterdam.

Morgenavond vindt in het kader van de debatreeks Gelukkig Rotterdam een debat plaats over Grijs Geluk met H.M. Becker en Marrie Bot. Kriterion, Groot Handelsgebouw, Rotterdam. Aanvang 20.00 uur, 3 euro 50 of gratis met bon uit NRC Handelsblad.