Louter kunstmatigheid bij Ozon

Angel. Regie: François Ozon. Met: Romola Garai, Sam Neill, Michael Fassbender, Lucy Russell, Charlotte Rampling. In: 15 bioscopen.

Wee degene die een traan laat! In Angel, de laatste film van François Ozon, is alles een grap: de overdreven acteerstijl, de kitscherige decors, de weelderige kostuums en zelfs de zoetsappige muziek van componist Phillipe Rombi. Wie wel een poging doet om te zwelgen in de romantiek van het klassiek Engelse kostuumdrama, of zich probeert in te leven in de zieleroerselen van de hoofdpersonen uit dit mierzoete sprookje, komt er bekaaid vanaf. Want het is onmogelijk om te houden van Angel Deverell, de zelfingenomen, met satijn, bont en veren opgesmukte hoofdrolspeelster uit Ozons film.

Vroeger kon dat nog wel: lekker zwelgen bij gezwollen scènes waar de emoties van het scherm spatten. Bij Gone with the Wind (1939) hield iedereen de adem in op het moment dat de koppige Scarlett O’Hara (Vivian Leigh) zich eindelijk in de armen stort van Rhett Butler (Clark Gable). Maar die tijd is voorbij. Nu kunnen we dit soort scènes alleen nog maar opvatten als kitsch. En daar speelt Ozon een gevaarlijk spel mee. Want Angel is zijn hommage aan de Hollywood-melodrama’s uit de jaren dertig, is een zoetzuur snoepje waar je een beetje misselijk van wordt.

Ozon, die met Angel voor het eerst een volledig Engelstalige film heeft gemaakt, weet als geen ander de gevoelens van zijn publiek te bespelen. Ook in zijn serieuzere films als Sous le sable (2001) Swimming Pool (2003) of Le temps qui reste (2005), is een gevoel van ironie hem niet vreemd. Angel, gebaseerd op Elizabeth Taylors roman uit 1957, is echter een overduidelijke pastiche. Net als 8 Femmes (2002) bestaat deze film slechts uit postmoderne kunstmatigheid.

Angel Deverell (Romola Garai) is afkomstig uit de arbeidersklasse en groeit op in Engeland aan het begin van de vorige eeuw. Samen met haar moeder (Jacqueline Tong) woont ze in het troosteloze dorpje Norley, boven de kruidenierswinkel die door haar overleden vader is opgezet. Vanaf het openingsshot is duidelijk dat Angel maar een ding wil: roem. Iedere dag schrijft ze, naakt in bed, als een bezetene aan haar pathetische kasteelromans die, o wonder, enorm goed blijken aan te slaan bij het grote publiek. Ze verdient geld al water en koopt onmiddellijk Paradise House, haar favoriete landhuis, en wentelt zich in overdaad en luxe.

Haar grote liefde is de nukkige, ongetalenteerde schilder Esmé Howe-Nevinson (Michael Fassbender). Hij laat zich door Angel volledig inpalmen, maar krijgt al snel grote moeite met haar irreële, hoogst naïeve blik op het bestaan.

Als hij gewond terugkeert van het front van de Eerste Wereldoorlog, kiest hij ervoor om een tweede, geheim leven naast haar te leiden. Want samen met Angel zijn is een onmogelijke opgave. Maar haar verlaten kan hij ook niet, daarvoor is de overtuigende kracht van haar fantasie te sterk.

Het gevolg is dat een verbitterde Esmé telkens de zuurste opmerkingen naar haar hoofd slingert, zoals: „Je communiceert met jezelf, niet met je lezers.” En daarin heeft hij gelijk. Maar tegelijkertijd is Angel zo goed in het realiseren van haar droomwereld dat iedereen erin gelooft. Zelfs haar eigen moeder vraagt haar op een gegeven moment snikkend om vergeving voor de bescheiden opvoeding die ze haar dochter heeft gegeven. Een hilarisch maar tevens wrang moment.

Zo zijn er meer, zoals de scène waarin Angel het afzichtelijke portret dat Esmé van haar heeft gemaakt onthult op een feest en iedereen zwijgt. Het is een soort Jiskefet-achtige humor die door de hele film heen wandelt. Je moet wel lachen, maar eigenlijk zonder te begrijpen waarom.

Uiteindelijk is Angel een zeepbel. Prachtig om naar te kijken zolang het glanzend en glinsterend door de lucht drijft, maar vergeten zodra het sop uit elkaar spat. Het verwarrende is echter dat het Ozon juist om die postmoderne luchtigheid te doen is. Is deze film zo ironisch dat het verhaal in feite niet meer te bekritiseren valt? Nee. Als filmmaker kan je ook voorbij de ironie grijpen.

Angel is leuk, onderhoudend maar het verhaal eindigt zoals iedere kasteelroman eindigt: met een zucht. En dus sla je gewoon het boek dicht en begint met een opgeruimd hart aan de volgende uit de reeks.