Journalist

De dood slaat niemand over, maar verder kun je slecht van hem op aan.

David Halberstam nam als jonge oorlogsreporter in Vietnam grote risico’s, maar hij sneuvelde veertig jaar later bij een dom ongeluk in een auto die door een ander bestuurd werd. Hij was onderweg naar een interview voor een volgend boek. Zo’n journalist was hij: altijd onderweg. Wat betreft internationale roem is hij overvleugeld door literaire journalisten als Tom Wolfe en Hunter Thompson, maar zijn bijdrage aan de journalistiek als vak schat ik veel hoger in. Bovendien kon ook hij voortreffelijk schrijven.

Veel necrologieën bevatten het beruchte voorval met president Kennedy, die er bij de uitgever van The New York Times op aandrong Halberstam uit Vietnam terug te halen. Zijn onthullende verslaggeving werd de president te lastig. Minder bekend is dat Lyndon Johnson, Kennedy’s opvolger, Halberstam botweg een verrader van het vaderland noemde.

Machthebbers houden niet van eigenzinnige boodschappers. In 1982 publiceerde Halberstam een open brief aan zijn dochter Julia, toen nog geen twee jaar oud. Zo kon ze, als ze ouder was, inzicht krijgen in zijn bedoelingen toen hij over de Vietnamoorlog schreef. In zijn brief geeft Halberstam nog een ander treffend voorbeeld van intimidatie door het politieke establishment.

Een journaliste uit Washington, op de hand van het Pentagon, verspreidde in Vietnam het gerucht dat Halberstam in tranen was uitgebarsten toen men hem een foto met lijken van Vietcongsoldaten had getoond. Het was haar door een generaal van de marine ingefluisterd. De suggestie was duidelijk: Halberstam was een doetje, iemand die jankte bij zielige foto’s van nota bene de vijand. Halberstam ervoer het als karaktermoord en sprak de generaal, op bezoek in Saigon, er woedend op aan: „It’s crap, do you hear me, it’s crap!”

Hij was trots op zijn reactie, maar veel later vroeg hij zich vooral af wat er eigenlijk zo verkeerd zou zijn geweest aan zo’n huilbui. Een collega had hem daarvoor de ogen geopend. Misschien, schreef die collega, was het beter geweest als we allemaal meer gehuild hadden bij de aanblik van de lijken aan beide kanten.

Hoe liep het af met Halberstam bij The New York Times?

Veel slechter dan je zou verwachten. Zijn uitgever bleef achter hem staan, maar toch verliet hij de krant. Gay Talese schrijft erover in The Kingdom and the Power, zijn boek over The New York Times. Het is een nogal ontnuchterend relaas over conflicten met de buitenlandredactie, die steeds zijn oordeelsvermogen betwistte, en over een salarisverhoging die niet doorging. Hij werd geparkeerd als correspondent in Parijs, waar hij zich verveelde. Hij geloofde steeds minder in de mogelijkheid zich als dagbladjournalist te kunnen ontplooien. „The Times is niet in de positie om me te laten schrijven wat ik wil schrijven.”

Hij stapte in 1967 over naar het tijdschrift Harper’s en vestigde zich later als boekenschrijver van non-fictie. Zou een met Halberstam vergelijkbaar talent nu een andere keus maken? Ik vrees van niet, hoewel de dagbladjournalistiek zulke talenten juist meer dan ooit nodig heeft.