Het nationale sproeien is begonnen

Het regent al weken niet. Er komt nog maar weinig water via de Rijn binnen. De eerste problemen worden volgende week verwacht. Maar het nationale sproeien is begonnen.

Het heeft op de zandgronden van het Brabantse dorp Middelbeers bijna zes weken niet geregend. En het einde is nog niet in zicht. „Misschien komend weekeinde”, zegt akkerbouwer Jan Roefs. Zijn land ligt er wat stoffig bij. Dramatisch is de situatie nog niet. De beregeningsinstallatie staat aan de rand van een perceel bloembollen. Uit putten wordt water van dertig meter diepte opgepompt.

Roefs sproeit zijn land om twee ongemakken te bestrijden. Ten eerste moet het zaad van de gewassen in het voorjaar voldoende water hebben om te kunnen ontkiemen. „Anders wordt het niets.” Ten tweede moet het land nat zijn om onkruid de kans te geven op te komen, zodat het vervolgens snel kan worden bestreden. „Anders staat het hier in de zomer vol, en dan is het veel moeilijker weg te halen.” Roefs telt per vierkante meter doorgaans vijfhonderd „onkruidjes”.

Hij heeft op bijna honderd hectare verschillende gewassen staan. Suikerbieten. Leliebollen. Mais. Gerst. Spelt. Schorseneren. Wortelen. En meekrap. Vooral op meekrap is hij trots. Het is een gewas dat vroeger veel werd verbouwd om de alizarine, een krachtige rode kleurstof in de wortel. Nu is de meekrap aan een revival bezig. Roefs teelt de driejarige planten voor een fabriekje dat de kleurstof wil gaan gebruiken voor textiel, leer en make up. „Het schijnt dat je er zelfs je kanarie rood mee kunt verven”, lacht hij. Roefs heeft een kunstmestfabriekje. En hij heeft een paar bestuursfuncties. Hij is onder meer landelijk voorzitter van een werkgroep voor industriegroenten van LTO-Nederland.

Het nationale sproeien van particuliere tuinen is begonnen. De voetbalvelden zijn kaal. Maar nee, de situatie is nog niet alarmerend in Nederland. Er is volgens het KNMI wel sprake van een „neerslagtekort” maar dat leidt nergens tot echte schaarste. De hoeveelheid water is afhankelijk van de neerslag en van de aanvoer van rivierwater.

De eerste problemen worden „op z’n vroegst” volgende week verwacht, zegt Harold van Waveren, adviseur watertekorten bij Rijkswaterstaat. Dan zal bij Lobith minder dan 1,4 miljoen liter per seconde Rijnwater het land binnenstromen. Dat is het signaal om preventieve maatregelen te nemen. Dan zal voor het eerst dit jaar de Landelijke Commissie Waterverdeling (LCW) bijeenkomen. Deze ambtelijke groep bekijkt de preventieve maatregelen die inmiddels zijn genomen. „We gaan eerst proberen een zo groot mogelijke watervoorraad op te bouwen”, zegt Van Waveren.

Het peil van het IJsselmeer wordt verhoogd door minder water te spuien op de Waddenzee. Datzelfde kan gebeuren in het Haringvliet. En ook de stuwen op de grote rivieren kunnen daarvoor worden gebruikt. Over het aanleggen van grote bekkens is na de extreem droge zomer van 2003 wel nagedacht.

Het ministerie van Verkeer en Waterstaat en de waterschappen hebben beslist daar in elk geval tot 2015 niet aan te beginnen. „Op bestuurlijk niveau is besloten dit niet te doen, want de investeringskosten zijn aanzienlijk hoger dan de baten”, aldus Van Waveren.

Er zal de komende week naar verwachting niet veel neerslag vallen, zo melden Rijkswaterstaat en KNMI in hun Droogtebericht voor waterbeheerders. „Met name op de hoge zandgronden zijn de grondwaterstanden op veel plaatsen lager dan gemiddeld, met uitschieters naar zeer laag. De komende periode zullen de meeste grondwaterstanden, als gevolg van aanhoudende droogte en warmte blijven dalen.”

Wat te doen als de droogte aanhoudt? In dat geval treedt de zogenoemde verdringingsreeks in werking, een lijst met prioriteiten bij de verdeling van water. De hoogste prioriteit heeft de veiligheid en het voorkomen van „onomkeerbare schade”. Dat houdt vooral in dat de waterkeringen stabiel moeten blijven en dus niet, zoals in de zomer van 2003 bij Wilnis, een uitgedroogde veenkade kan wegschuiven.

„Dat doen de waterschappen door het peil in deze watergangen hoog te houden”, aldus Van Waveren. Desnoods wordt het water in de veengebieden op peil gehouden door het inlaten van enigszins verzilt water uit de Nieuwe Waterweg, ook al kan de landbouw daar schade van ondervinden.

De tweede prioriteit hebben de nutsvoorzieningen, zoals drinkwater en de levering van energie. Aan drinkwater zal vrijwel nooit een tekort zijn. „Er is voor maanden voorraad.” De zekere levering van energie kwam in 2003 in gevaar doordat sommige elektriciteitscentrales over onvoldoende koelwater beschikten.

Als derde prioriteit komt pas het kleinschalig, hoogwaardig gebruik van water voor bijvoorbeeld de vollegrondsgroenten als asperges en aardbeien. „Daar is de opbrengst en dus ook de potentiële schade per hectare erg groot”, aldus Van Waveren. In deze categorie valt ook het water dat wordt gebruikt in de industrie, „bijvoorbeeld bij het brouwen van bier”. Als laatste in de rij komen de reguliere commerciële belangen, zoals van de scheepvaart, landbouw en industrie. Maar ook de natuur, bijvoorbeeld in waardevolle hoogveengebieden. „Die verdwijnen bij langdurige droogte.”

Nee, de situatie is nog niet alarmerend. In laag Nederland niet. In Drenthe en Overijssel niet. En ook de boeren in het Brabantse Middelbeers zijn nog niet ten einde raad. Maar de kosten beginnen wel op te lopen. Akkerbouwer Jan Roefs: „Ik trek regelmatig de haspel over het land. Dat kost elke keer 150 euro. Per hectare.”