Het kabinet vertrouwt op de meevalmachine

PvdA-minister Bos laat het begrotingstekort oplopen om tegenvallers op te vangen. Hij gokt daarmee op een hogere economische groei; de ‘meevalmachine’.

Het kabinet Balkenende-IV gaat eerst voor het zoet en dan pas voor het zuur. Minister Wouter Bos (Financiën, PvdA) heeft gisteren laten doorschemeren dat hij bereid is het begrotingstekort dit jaar en volgend jaar groter te laten uitvallen dan voorzien.

De tegenvallers die zich op het ogenblik voordoen bij de begroting – zowel aan de uitgaven- als aan de inkomstenkant – schuift Bos voor zich uit. Hij wil ze uitsmeren over de volgende jaren zodat het kabinet, in 2011, toch uitkomt op een beoogd overschot van 1 procent van het bruto binnenlandse product. „We hebben nu coulance getoond, maar daarmee is het op voor de rest van de kabinetsperiode”, zei Bos gisteren.

Hiermee neemt de PvdA-schatkistbewaarder een weloverwogen gokje met de tijd. Maar hij neemt ook een risico. Want wat hij nu niet binnenharkt, moet Bos later inhalen om tóch het overschot waarnaar het kabinet streeft, overeind te houden.

De PvdA toonde zich in een reactie tevreden over de begrotingsaanpak van Bos, de coalitiepartijen CDA en ChristenUnie waren zuiniger. „Ik wil niet hebben dat problemen onverantwoord naar achteren worden geschoven”, zei CDA-fractievoorzitter Van Geel.

Fractieleider Rutte (VVD) zag een kans om zich als hoeder van het begrotingserfgoed van zijn partijgenoot Zalm te profileren. Bos dient tekorten meteen op te lossen, anders verkwanselt hij de begrotingsdiscipline, zei Rutte.

Maar het ligt toch iets gecompliceerder. De grootste tegenvaller doet zich voor aan de inkomstenkant van de begroting, omdat de aardgasbaten dit jaar naar schatting 2,5 miljard euro lager uitvallen dan geraamd. Dat heeft – ironisch genoeg – deels te maken met de extreem milde winter waardoor er minder gas is verstookt, en deels met de daling van de olieprijzen op de wereldmarkt. Volgens de eerste hoofdregel van het begrotingsbeleid mogen inkomenstegenvallers opgevangen worden door het tekort te laten oplopen.

Daarnaast doet de grootste overschrijding op de uitgaven zich voor bij de Zorg, het departement van minister Klink (CDA). Bos staat toe dat Klink meer tijd krijgt om ingeboekte bezuinigingen te bereiken. Dit druist in tegen de tweede hoofdregel van het begrotingsbeleid: ministeries moeten hun eigen tegenvallers opvangen. Maar ten tijde van ‘Paars I’ (1994-1998), toen de zorg jaar meer geld uitgaf dan begroot, kwam Zalm toenmalig minister Borst (D66) ook telkenmale met miljarden tegemoet omdat de zorgbegroting te krap was bemeten.

Het nieuwe kabinet heeft de financiële tegenvallers ook aan zichzelf te wijten. In het regeerakkoord zijn afspraken gemaakt die duurder uitvallen dan geraamd of waarvoor geen geld is gereserveerd. Zo levert de uitvoering van het generaal pardon voor uitgeprocedeerde asielzoekers extra uitgaven op: naar schatting 55 miljoen euro. Ook voor de sociale agenda is meer geld nodig dan geraamd. En bij Defensie bestaat nog een probleem bij de financiering van de aanschaf van zes nieuwe Chinook transporthelikopters.

Het kabinet wás gewaarschuwd voor tegenvallers: tijdens de informatie lag er een notitie van Financiën op tafel waarin een inventarisatie stond van zekere en waarschijnlijke tegenvallers op de lopende begroting.

De ‘onvermijdelijkheden’ – 827 miljoen – hebben de onderhandelaars van CDA, PvdA en ChristenUnie netjes in de financiële paragraaf van het regeerakkoord verwerkt. Maar de ‘dreigingen en risico’s’ – 1.256 miljoen voor dit jaar – hebben Balkenende, Bos en Rouvoet (CU) toen welbewust niet ingeboekt en ze zijn ook niet terug te vinden in het regeerakkoord. Kennelijk gingen de onderhandelaars er van uit dat de departementen deze dreigende overschrijdingen intern wel glad zouden strijken.

Nu de minister van Financiën bezig is de Voorjaarsnota op te stellen die aanstaande vrijdag in de ministerraad wordt besproken, vallen sommige van die lijken toch uit de kast. De Voorjaarsnota bevat de aanpassingen op de begroting voor het lopende jaar en de aanzet voor de begroting voor het volgende jaar.

Gevolg van de „coulance van Bos” is wél dat het financieringssaldo, dat vorig jaar een overschot van 0,6 procent vertoonde, dit jaar omslaat in een hoger tekort dan eerder geraamd. Niet min 0,1 maar min 0,7 procent van het bbp en volgend jaar geen overschot van 0,7 maar een tekort van 0,3 procent. Dit maakt de inspanning die nodig is om in 2011 uit te komen op een overschot van 1 procent een stuk groter. Tussen nu en 2011 moet er ten minste tien miljard gevonden worden.

Bos gokt op de voortzetting van de ‘meevalmachine’ die zijn voorganger Zalm ook hanteerde. Zolang de groei van de economie groter is dan de geraamde economische groei, is er sprake van meevallers. Zalm hanteerde een groeiscenario van gemiddeld 1,75 procent, Bos gaat uit van een scenario van 2 procent groei per jaar. Dit jaar en volgend jaar zal de groei zeker hoger uitvallen (2,75 procent), waardoor Bos kan rekenen op de opbrengsten van twee keer driekwart procentpunt hogere groei. Daarmee zou Bos een slordige 7,5 miljard euro extra ter beschikking hebben.