Een kwestie van geloof

Een wijs besluit: niet de Turkse premier Erdogan, maar diens minister van Buitenlandse Zaken Gül is naar voren geschoven als kandidaat voor het presidentschap van Turkije. De Turken hebben hiermee vermoedelijk een confrontatie in eigen land vermeden en buitenlandse kritiek de mond gesnoerd. De gelovige moslim Erdogan viel als presidentskandidaat slecht bij Turkse seculieren. In Ankara protesteerden onlangs nog honderdduizenden tegen zijn kandidatuur. En hoewel Gül een partijgenoot en vriend van Erdogan is, wordt met hem het midden gehouden. Het is een belangrijk signaal, niet in de laatste plaats aan de Europese Unie waarvan Turkije ooit lid hoopt te worden.

De kwestie roept herinneringen op aan vier jaar geleden. Erdogans AK-partij had eind 2002 de parlementsverkiezingen overtuigend gewonnen. Haar politiek leider mocht echter geen minister-president worden wegens een veroordeling vijf jaar eerder voor het voorlezen van een gedicht van de (seculiere) dichter en socioloog Ziya Gökalp, dat door de autoriteiten als opruiend werd ervaren. Ook toen was het Gül die door Erdogan naar voren werd geschoven, destijds om premier te worden. Pas toen de juridische hobbel van de veroordeling was weggewerkt, kon Erdogan het minister-presidentschap op zich nemen.

Beide zaken laten zien hoe gevoelig religie ligt in Turkije. Van Erdogan wordt gezegd dat hij nog steeds de trekken heeft van de fundamentalist die hij ooit was. In zijn AK-partij speelt de islam een grote rol, maar ze onderwerpt zich wel aan de principes van republiek en constitutie, die staat en moskee officieel gescheiden houden. Zowel de partij als haar leider wordt gewantrouwd door het leger en de seculieren. Feit is echter dat Erdogan en de regerende AK-partij er de achterliggende jaren niet alleen in zijn geslaagd het vertrouwen in de politiek terug te brengen, maar ook noodzakelijke hervormingen voor EU-toetreding wisten door te voeren. Door Erdogans bewind is Turkije gemoderniseerd – wat niet wegneemt dat het land nog veel moet doen voordat het lid van de Europese Unie kan worden.

Door zelf te wijken en de minder controversiële Gül te kandideren, kiest Erdogan voor een verstandige diplomatieke oplossing. Maar de onderliggende kwestie blijft: hoe gaat Turkije om met de duizend-en-een zaken die de religie in het openbare leven betreffen? Officiële seculariteit is een ding; iets anders is de verregaande bemoeizucht van de staat met hoe Turkse moslims hun geloof wensen te belijden. Mag iedereen in Turkije geloven en preken wat hij wil? Het antwoord laat zacht gezegd veel te wensen over.

Tot nu toe zijn er geen aanwijzingen die erop duiden dat Erdogan en de AK-partij van Turkije een fundamentalistische moslimstaat willen maken. Het tegendeel is eerder het geval. Gül zou dan ook als president zondermeer het voordeel van de twijfel van de EU moeten krijgen. Uitgerekend hij moet in staat worden geacht om de religieuzen en seculieren in zijn land nader tot elkaar te brengen.