De uitblinker bij wereldkampioen Engeland

Alan Ball was volgens zijn medespelers de beste speler van het veld in de WK-finale van 1966 tegen West-Duitsland. Hij bestreek het hele veld van Wembley.

Guus van Holland

Hij was die kleine vuurrode middenvelder, die terriër op het middenveld van het Engelse elftal dat in de finale van het wereldkampioenschap van 1966 West-Duitsland versloeg. Volgens velen was hij in die gedenkwaardige wedstrijd de beste speler op het ‘heilige gras’ van Wembley. Alan Ball heette hij. Hij overleed vannacht aan een hartaanval, hij werd 61 jaar.

Alan Ball was in 1966 de jongste speler van het Engelse elftal. Hij was de ijverigste, de speler die van de ene kant naar de andere kant van het veld rende (a box-to-box-player), de motor van het team van manager Alf Ramsey. Ball, die 72 interlands speelde, is het tweede lid van de kampioensploeg van 1966 dat is overleden. In 1993 bezweek aanvoerder Bobby Moore aan kanker.

De finale van 1966, waarin de 21-jarige Ball excelleerde,wordt vooral herinnerd als de wedstrijd die werd beslist door een discutabel doelpunt. Engeland won na verlenging met 4-2, maar het derde doelpunt (van Geoff Hurst) leidt nog vaak tot felle discussies. De bal belandde via de onderkant van de lat op de doellijn. De vraag is nog altijd of de bal de doellijn is gepasseerd. De Zwitserse scheidsrechter Dienst aarzelde, waarna de Russische grensrechter Bachramov aangaf dat het wel degelijk een treffer was.

Sir Geoff Hurst, die vanwege zijn drie treffers in de finale werd geridderd, en Bobby Charlton noemden hun oud-collega Ball vanmorgen die dag ‘de beste speler van het veld’. „Er viel altijd met hem te lachen. Hij was heel sociaal, ik ben er kapot van”, zei Hurst. Ball kreeg in 2000 de Britse ridderorde MBE, wegens zijn verdiensten voor het Britse voetbal. Dertig jaar te laat, vonden veel Engelsen. In 2003 werd zijn naam bijgeschreven in de English Football Hall of Fame wegens zijn verdiensten als voetbal en manager.

Ball speelde voor Blackpool, alvorens hij tijdens het WK door zijn spel interesse afdwong bij grote clubs. Everton betaalde 110.000 pond (een miljoen gulden, in die tijd een Engels record). Hij speelde er vier jaar, en werd met Everton in 1970 landskampioen. Vervolgens kwam hij vijf jaar uit voor Arsenal, enkele jaren voor Southampton en nog voor de Amerikaanse clubs Philadelphia Fury en Vancouver Whitecaps.

De kleine rechtermiddenvelder was na het WK van 1966 jarenlang eerste keus van bondscoach Ramsey. Op het WK van 1970 in Mexico was hij de sleutelspeler. Engeland verloor in de groepswedstrijd met 1-0 van de Brazilianen die onder leiding van de magistrale Pelé wereldkampioen zouden worden. In de kwartfinale werd Engeland uitgeschakeld door Duitsland.

Ball vertoonde veel gelijkenis met de Engelse international en middenvelder van Manchester United Paul Scholes, ook klein, vuurrood en ijverig. Volgens zijn zoon Jimmy spraken ze gisteravond aan de telefoon nog lang na over het subtiele passje waarmee Scholes Wayne Rooney gisteravond in staat stelde de gelijkmaker aan te tekenen tegen AC Milan. „Een paar uur later kreeg ik een telefoontje dat hij dood was.”

In 1982 kwam de vader van Alan Ball om bij een auto-ongeluk. Sinds drie jaar leefde Ball in afzondering. In mei 2004 overleed zijn vrouw aan kanker, 57 jaar oud, na een ziekbed van drie jaar. Ook een van zijn dochters heeft kanker. In mei 2005 bood hij de medaille die hij won met de wereldtitel, en zijn toernooi-cap op een veiling te koop aan. Dat leverde Ball, die drie kleinkinderen heeft, 140.000 pond op.