De honkvaste Europeaan

Het tekort aan werknemers in Nederland is moeilijk op te lossen met mensen uit andere lidstaten van de Europese Unie. De EU hoopt dat een webportal met vacatures helpt.

Voor een baan verhuizen naar Parijs of Madrid? Veel hoger opgeleide werknemers in West-Europa zijn ertoe bereid, zeggen ze in onderzoek van vacaturesite Stepstone. Maar uit dezelfde studie blijkt dat bijna niemand de stap naar werk elders in de EU daadwerkelijk zet. Slechts 1,5 procent van de EU-burgers leeft en werkt in een andere lidstaat dan het geboorteland. Waarom wil het niet lukken met de gezamenlijke Europese arbeidsmarkt?

„De barrières zijn nog altijd talrijk”, zegt Yumi Stamet. Zij is arbeidsmarktanalist bij onderzoeksbureau Intelligence Group en stelde het rapport voor Stepstone op: „Privé is het natuurlijk een grote stap. Hoe ga je bijvoorbeeld om met partner en kinderen? Bovendien roept de EU wel dat er één Europese arbeidsmarkt is, maar er moet echt nog wel wat gebeuren. De taal blijft de grootste barrière. In de meeste Duitse en Franse bedrijven wordt alleen Duits en Frans gesproken. En een Nederlands bedrijf kan doorgaans weinig met iemand die alleen Frans spreekt.”

De EU stimuleert talenonderwijs in de lidstaten, maar veel succes wordt daarbij niet geboekt, mede doordat onderwijs vooral een nationale aangelegenheid is. Binnen de Unie worden meer successen geboekt bij het wegnemen van bureaucratische obstakels. Toch staan wettelijke belemmeringen nog steeds op de tweede plaats in de ranglijst van belemmeringen voor een baan over de grens.

Wat voor bureaucratische obstakels komt iemand tegen die wel kiest voor een baan elders in de EU?

De Finse Hanne Österberg, die in 2002 bij het inmiddels failliete kabelbedrijf KPN Qwest in Hoofddorp ging werken, kwam die snel tegen: „Toen Finland in ’95 bij de EU kwam, dachten we dat de belemmeringen voor werken en reizen in Europa helemaal zouden verdwijnen. Daarom was ik verbaasd dat ik in Nederland toch een verblijfsvergunning moest hebben. Officieel heb je die niet nodig, maar als je een telefoonabonnement afsluit opeens weer wel. Een ander voorbeeld is dat er maar één bank was die me een hypotheek wilde geven. De rest weigerde omdat ik buitenlandse ben.”

Juist Nederland lijkt profijt te kunnen hebben van meer mobiliteit op de Europese arbeidsmarkt. In Nederland zijn momenteel een kwart miljoen vacatures. De economie draait op volle toeren en alleen in Denemarken is de werkloosheid lager (3,4 procent tegen 3,5 in Nederland). In de ons omringende landen ligt dat met werkloosheidspercentages van 7,1 procent (Duitsland), 7,7 procent (België) en 8,8 procent (Frankrijk) anders.

Maar het probleem voor Nederlandse werkgevers is dat de mensen naar wie zij op zoek zijn ook in andere EU-landen vaak schaars zijn. Stamet van de Intelligence Group: „Technisch personeel, mensen voor engineering functies, IT’ers, dat soort medewerkers zijn in Duitsland of Frankrijk ook gewild. Neemt niet weg dat je als Nederlandse werkgever toch moet proberen ze binnen te halen, want het tekort aan werknemers wordt alleen maar groter. The war for talent is on, om het zo maar te zeggen.”

Belangrijk ontmoetingspunt tussen werkgevers en werknemers in het Europese gevecht om talent moet het webportal Eures worden, dat de EU vier jaar geleden is gestart. Maar volgens Stamet is het portal nog te onbekend om een rol van betekenis te kunnen spelen. „Zelfs veel werkgevers kennen het niet. Dus als ik de EU een advies mag geven; doe daar wat aan!”

Namens Nederland is het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) betrokken bij het Eures-initiatief. Eures-coördinator Harry van den Berg van het CWI geeft toe dat de bekendheid van de website beter moet, maar Eures heeft volgens hem alles in zich om de Europese arbeidsmobiliteit te vergroten. „Je moet niet zeggen ‘Eures moet hét worden’, want Eures is het al. Als je vraagt naar een plek waar de Europese arbeidsmarkt transparant wordt gemaakt, dan is het daar. Er staan bijna een miljoen vacatures op.”

Een Europese richtlijn verplicht het CWI en arbeidsbureaus in alle lidstaten om al hun vacatures via Eures bekend te maken. Volgens Van den Berg moeten daarbij nog wel wat stappen worden gezet. Dat blijkt wel uit de ongeveer 13.000 Nederlandse banen die er momenteel te vinden zijn. Dat is slechts een beperkt deel van de 70.000 vacatures die werkgevers bij het CWI hebben aangemeld.

Ook al wil het nog niet erg vlotten met de Europese arbeidsmobiliteit, positieve ontwikkelingen zijn er wel. Zo vonden miljoenen mensen uit de in 2004 toegetreden Oost-Europese lidstaten werk in de ‘oude’ landen van de EU.

Bovendien is het heel wat makkelijker een werknemer uit de EU naar Nederland te halen dan iemand van buiten de Unie. Dat bewijst Hanne Österberg die nu als account director bij het Amsterdamse marketingbureau Media Catalyst werkt: „We hebben net iemand uit Zweden aangenomen. Die is dan binnen enkele maanden hier. Tegen sollicitanten uit Australië en de VS hebben we al wel eens ‘nee’ moeten zeggen, omdat het al snel een half jaar kost voordat voor hen al het papierwerk rond is.”

Kijk voor het webportal met Europese banen op www.eures.europa.eu