Brandblaren op voetjes van baby

Het was lang taboe om ouders te vertellen hoe ze moeten opvoeden. Maar dat is voorbij, nu blijkt dat veel meer kinderen worden mishandeld dan werd gedacht. „We zoeken ze op in hun huis.”

Sheila Kamerman enJuliette Vasterman

Als ouders meerdere kinderen hebben mishandeld, moeten we het debat over gedwongen conceptie niet uit de weg gaan. Gisteren zei Jacco Groeneveld, directeur Leger des Heils Jeugdhulpverlening en Reclassering dat in een uitzending van het tv-programma Netwerk.

En die uitspraak was meteen nieuws.

Waarom? Ingrijpen in de persoonlijke levenssfeer van mensen was jarenlang taboe. Buitenshuis moet iedereen zich gedragen, maar wat achter de voordeur gebeurt moet iedereen voor zichzelf weten. De privacy van het gezin was heilig.

Dat in de beslotenheid van het gezin ernstige dingen kunnen gebeuren, bleek vandaag bij de presentatie van twee onderzoeken over kindermishandeling die werden aangeboden aan minister Rouvoet (Jeugd en Gezin, ChristenUnie). De cijfers over het aantal kinderen dat mishandeld wordt, zijn in het ene onderzoek (jaarlijks 107.200 slachtoffers) nóg dramatischer dan in het andere onderzoek (jaarlijks 160.000 slachtoffers). Die verschillen komen door de methode van onderzoek en het verschil in definities die de onderzoekers hanteerden. Het aantal mishandelde kinderen is in beide onderzoeken fors hoger dan de jaarlijkse 50.000 tot 80.000 slachtoffers waar tot nu toe vanuit was gegaan.

De vraag is: wat gaan we eraan doen? Het idee dat ouders niet meer eindeloos met de opvoeding mogen aanmodderen, wordt sinds enkele jaren ook door politici onderschreven. De massale verontwaardiging nadat het driejarige meisje Savanna in 2004 dood was gevonden, versnelde die omslag in denken. Zij overleed na mishandeling door haar moeder en haar stiefvader, terwijl tal van hulpverleners bij het gezin betrokken waren.

Oud-staatssecretaris Ross (Welzijn, CDA) vond dat de overheid sneller moet ingrijpen als de opvoeding uit de hand loopt. Ze wilde af van het taboe op opvoedingsondersteuning. Weigeren ouders hulp of zijn ze ongemotiveerd, dan moet een niet-vrijblijvende ‘aanpak van drang en dwang’ geoorloofd zijn, zei zij.

Het huidige regeerakkoord gaat in die lijn verder. „Kinderen uit gezinnen met problemen moeten sneller onder toezicht kunnen worden gesteld. Wetgeving zal aan de Kamer worden voorgelegd waarmee de kinderrechter in een fase voordat sprake is van ernstige bedreiging van de ontwikkeling van het kind, een lichtere maatregel zoals verplichte opvoedingsondersteuning kan opleggen.”

Niet het belang van de ouder, maar van het kind moet voorop staan, zegt Marjo Banning, projectleider van Beter Beschermd, een landelijk project voor hulp aan kinderen in nood. „Als ouders niet op een afspraak komen, wachten we niet. We gaan naar het huis en zoeken ze op. Als ouders zeggen dat het goed gaat, terwijl dat niet zo is, grijpen we in. We zitten er bovenop. We stappen eerder naar de rechter.”

Ik ben groot voorstander van meer dwang, zegt Gert van Harten, hoofd van het Advies- en Meldpunt kindermishandeling in Gelderland. „Te lang was het idee dat hulpverlening vrijwillig moest zijn. Mensen moesten een hulpvraag hebben. Veel ouders hebben dat helemaal niet. Hen moet je hulp opdringen. Maar het vergt een omslag, ook in het denken van hulpverleners.”

Van Harten wijst op de brutale jongetjes van acht of tien jaar oud die bewoners van bepaalde wijken terroriseren. „Zij zijn ook het resultaat van kindermishandeling. Ze zijn totaal verwaarloosd. Ze hebben vanuit huis nauwelijks iets mee gekregen.” Precies die kinderen had de Amsterdamse wethouder Lodewijk Asscher (Financiën, PvdA) voor ogen toen hij vanmorgen in de Volkskrant pleitte voor strafkorting op uitkering of kinderbijslag als ouders hun kinderen niet goed opvoeden.

Tegelijkertijd zet de politiek stevig in op preventie, hulp en ondersteuning. Bijna alle wetenschappers die deskundig zijn op het gebied van opvoeding en kindermishandeling ondersteunen die gedachte. In de strijd tegen kindermishandeling wordt veel verwacht van de Ouder-en-kindcentra of de centra voor Jeugd en Gezin, staat in het huidige regeerakkoord. In die centra werken alle mensen en instellingen die in een wijk met kinderen te maken hebben, samen. De eerste opende in 2004 in Amsterdam-Noord. Ouders kunnen er terecht met kleine en grote problemen. Door de intensieve samenwerking worden ze snel geholpen, of doorverwezen naar de juiste persoon.

Een prima initiatief, vindt Jeroen de Glas, gezinsvoogd in Amsterdam. Ouders mishandelen vaak door een gebrek aan kennis. „Gescheiden ouders, bijvoorbeeld, die een ruzie uitvechten waar de kinderen bij zijn.” Als ze leren over de ontwikkeling van het kind, kan veel ellende worden voorkomen. Fysieke mishandelingen ziet De Glas minder, die zijn makkelijker te verbergen. Al zag hij laatst een kindje van tien maanden met brandblaren op handen en voeten in het ziekenhuis.

Veel sociaal-zwakke ouders zou je kunnen overhalen een cursus te doen door ze een toeslag op de kinderbijslag te beloven, denkt hij. „Ze hebben extra inkomsten én ze pikken er wat van op.”