Bij gelijke geschiktheid liever een jongen

Het is niet goed dat er maar zo weinig jongens nog arts worden, zegt de Utrechtse hoogleraar Gerda Croiset vandaag in haar oratie. Jongens worden ‘biologisch gediscrimineerd’.

Europa, Nederland,Utrecht, 23-04-2007 UMC,Onderwijs en Opleidingen. Prof. Gerda Croiset, hoogleraar GNK, Geneeskunde, Medisch Onderwijs SUMMA. Foto: Evelyne Jacq Jacq, Evelyne

Gerda Croiset (50), net benoemd tot hoogleraar medische onderwijskunde in het UMC Utrecht, heeft twee zoons, 11 en 13. De oudste zit op het gymnasium en hij doet het daar goed. Maar de meisjes in zijn klas doen het beter. „Als ik er wat over zeg, dan zegt hij: ja, die zitten altijd te leren.” Hij niet.

Een jaar of zes geleden, zegt Gerda Croiset, begon het op te vallen dat er steeds meer meisjes geneeskunde gingen studeren. Dat kwam, denkt ze, doordat de gewogen loting was ingevoerd, waardoor scholieren met een acht of hoger voor hun eindexamen meteen werden toegelaten. Vaak meisjes. Het kwam ook, denkt ze, doordat de IT zo booming werd. Daar viel veel geld te verdienen. Dat trok vooral de jongens aan.

Te veel meisjes en te weinig jongens die nu arts worden – daarover ging haar oratie vanmiddag.

Aletta Jacobs was het eerste meisje in Nederland dat geneeskunde ging doen, in 1871. Vanaf de Tweede Wereldoorlog, en zeker vanaf de jaren zestig, werden het er steeds meer. Goed voor het vak, zegt Gerda Croiset, want vrouwelijke artsen werken anders dan mannelijke, ze vullen elkaar aan. En ook goed voor de emancipatie. Maar nu zeventig van de honderd studenten geneeskunde meisjes zijn vraagt ze zich af of de emancipatie niet te ver is doorgeschoten.

Zelf studeerde ze biologie en geneeskunde, ze promoveerde in de neurobiologie, aan de Universiteit Utrecht. Ze heeft een masteropleiding opgezet voor studenten die een bachelor in de biomedische wetenschappen hebben en zich willen ontwikkelen tot arts en klinisch onderzoeker. SUMMA heet die opleiding, Selective Utrecht Medical Master. Studenten worden niet zo maar toegelaten. Ze moeten toetsen maken, een wetenschappelijk essay schrijven (in het Engels), gesprekken voeren.

Bij de eerste groep van zestien die kon beginnen, in september 2003, was één jongen. Bij de volgende zestien, in februari 2004, waren het er zes. Onwenselijk, vindt Gerda Croiset. Ze denkt dat jongens ‘biologisch gediscrimineerd’ worden. Bij de toelating tot SUMMA wil ze ‘bij gelijke geschiktheid’ de voorkeur geven aan een jongen.

Wat is er erg aan als de meeste artsen vrouw zijn?

„Ik weet niet of het erg is. We moeten er wel over nadenken. Ik kan me voorstellen dat het beroep onaantrekkelijk wordt voor jongens. Je wilt niet een van de weinigen zijn. En het aanzien van het beroep daalt, omdat vrouwen het anders invullen. Ze werken vaker parttime. De salarissen gaan omlaag. Mannen willen carrièreperspectieven. Als ze die niet in de geneeskunde vinden, gaan ze die ergens anders zoeken.”

Waarom zou u dat willen voorkomen?

„Ik denk dat het in het belang van het vak en van de samenleving is.” Ze wijst op een artikel uit 2004 in het Amerikaanse tijdschrift Annals of Internal Medicine. Daarin staat dat vrouwen beter zijn in gesprekken met patiënten en beter samenwerken. Patiënten vinden het prettiger als ze kunnen kiezen tussen een man en een vrouw. En mannen, zegt Gerda Croiset, hebben meer belangstelling voor de technologische ontwikkelingen in de geneeskunde. „Als mannen dit vak niet meer kiezen, kunnen die ontwikkelingen langzamer gaan.”

Er zou ook een tekort aan artsen kunnen ontstaan zonder mannen. Straks is een kwart van de mensen in Nederland boven de 65. Om die goede gezondheidszorg te kunnen bieden zijn er 1,8 miljoen artsen en andere hulpverleners nodig. Nu zijn dat er 1,1 miljoen.

Wat bedoelt u met biologische discriminatie?

Gerda Croiset: „Bepaalde delen van de hersenen ontwikkelen zich bij meisjes sneller dan bij jongens. Rond hun achttiende kunnen de verschillen nog groot zijn. Daarnaast is het onderwijs op school in natuurkunde en wiskunde aanschouwelijker gemaakt, minder abstract. Meisjes hebben daar voordeel van. Jongens niet.”

Ze wijst op onderzoek van Jelle Jolles, hoogleraar neuropsychologie in Maastricht. Op zijn website hersenenenleren.nl schrijft die dat jongens informatie meer visueel-ruimtelijk verwerken en meisjes meer verbaal-linguïstisch. Volgens Jolles is het onderwijs – met bijna alleen nog maar leraressen – ook meer verbaal-linguïstisch geworden. Dat zou kunnen verklaren waarom meisjes hogere cijfers halen.

Is het niet achterhaald om ervan uit te gaan dat vrouwen parttime willen werken en geen belangstelling voor technologie hebben?

„Ik beschrijf wat ik zie.”

Vindt u dat de gewogen loting moet worden afgeschaft om meer jongens een kans te geven?

„Ik vind dat erover moet worden nagedacht. Je kunt je ook afvragen hoe weloverwogen er na het vwo voor een studie gekozen wordt. De meeste jongens en meisjes hebben geen idee. Ik zou zeggen: doe eerst een brede bacheloropleiding en kies dan gericht voor een masteropleiding.”

En voor die masteropleiding wilt u selecteren?

„Zeker. Jij kiest de opleiding. Maar de opleiding moet ook voor jou kiezen. Ik vind dat je alleen de mensen die echt willen studeren moet toelaten. Studenten die daar geen zin in hebben, daar moet afscheid van genomen kunnen worden. Zonder gevolg voor de financiering van de opleiding. Studeren zou weer een voorrecht moeten zijn. Ik wil af van de zesjesmentaliteit. Als de samenleving in jou investeert, mag er iets van jou verwacht worden.”

Op het vwo zijn het vooral de Nederlandse jongens die een zesjesmentaliteit hebben.

„Dat vermoed ik wel.”

En dan wilt u hen gaan belonen door hen bij de toelating voor te trekken?

„Natuurlijk niet. Ik heb het over de jongens die goed kunnen uitleggen waarom ze in de bachelorfase voor bepaalde tentamens een zeven hadden en geen negen. Bijvoorbeeld omdat ze een wetenschappelijke stage hebben gevolgd in het buitenland. Of coach zijn van een jeugdelftal.”

Er zijn nu 33 jongens en 44 meisjes die in september willen beginnen aan de masteropleiding SUMMA. Gerda Croiset streeft bij de selectie naar een evenwichtige verdeling.

U zou van meisjes kunnen verwachten dat ze na een dure opleiding ook echt gaan werken, en niet half.

„Zeker. Dat zou ook goed voor het aanzien van het beroep.”