Bidden voor de lunch

In ten minste 140 bedrijven en instellingen houden gelovige werknemers gezamenlijke ‘bidstonden’.

„Er is behoefte op het werk om over het geloof te praten.”

We hebben een christelijk-sociaal kabinet met calvinistische voormannen, er woedt een discussie over te blote billboards en de nieuwe bijbelvertaling is een van de populairste boeken van de afgelopen jaren. Kortom: religie is terug. En dat is goed nieuws voor de zeven miljoen christenen en bijna één miljoen moslims die ons land volgens de laatste telling van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid telt. Maar hoe combineren gelovigen hun levensovertuiging met hun dagelijks werk?

„Ons motto is: laat je overtuiging niet thuis achter, maar pas het geloof toe in je werk”, vertelt Klaas Pieter Derks, voorzitter van de jongerenbond CNV Jongeren. „Een christelijke waarde als naastenliefde kun je in praktijk brengen door op te komen voor een collega die gepest wordt.”

De christelijke bond organiseerde vorige maand een debatavond over het onderwerp geloof en werk. Daaruit kwam volgens Derks onder meer naar voren dat levensovertuiging voor velen een zeer belangrijke plek inneemt op het werk. „Er is behoefte om op het werk over geloofskwesties te kunnen praten. Die ruimte is er ook. Kijk maar naar het aantal gelovigen in ons land: dat is nog altijd de helft van de totale bevolking. Je kunt dus altijd wel een collega vinden om mee te praten.”

Dat geloofsbeleving op het werk een populair thema is, blijkt ook uit het grote aantal ‘bedrijfsbidstonden’ die werknemers op eigen initiatief organiseren. Hierin komen de gelijkgestemden binnen bedrijven samen om in alle rust te kunnen bidden. Dat kan op dit moment al bij 140 geregistreerde bedrijven en instellingen, waaronder Unilever, Corus en Philips. Tien jaar geleden stonden er nog maar acht bedrijven geregistreerd. Volgens Derks heeft de populariteit van deze stonden de kenmerken van een rage. „Maar het gaat dieper dan dat. Het geeft mensen veel steun.”

Ward Möhlmann (29), advocaat bij Wijn & Stael in Utrecht, bidt voor de werklunch in zijn eentje, in stilte. „Hoewel ik bewondering heb voor mensen die in het openbaar bidden, vind ik het zelf een beetje overdreven. Misschien val ik er mensen mee lastig.” Het geloof helpt hem om zijn dagelijkse werkbeslommeringen te relativeren. „Ik geloof in het hiernamaals. In het perspectief van de eeuwigheid is het makkelijk om kleine problemen op het werk een plaats te geven.”

Voor moslima Fatima el Moumni (25) is een gebedsruimte op het werk niet nodig. Zij bidt niet op het werk. „Ik vind religie meer een privézaak. Mijn geloof staat toe dat ik het bidden later weer inhaal.” De hernieuwde aandacht voor religie juicht ze toe. „Ik vind het leuk om te zien dat er veel gelovige autochtonen zijn. Zij hebben toch meer begrip voor anderen die ook gelovig zijn, zoals moslims.” El Moumni, die reclamecampagnes coördineert bij uitgever ReedBusiness, kan zich in haar huidige functie niet voorstellen dat haar overtuiging haar zou tegenhouden bepaalde klussen uit te voeren. Dat geldt ook voor andere beroepen. „Alleen werken in een slagerij waar ze ook varkensvlees verkopen gaat me te ver. Eigenlijk ben ik niet zo strikt. Ik heb ook in een Chinees restaurant gewerkt waar ik drank serveerde.”

Voor Ward Möhlmann ligt dat anders. Zijn overtuiging weerhoudt hem ervan om alles aan te pakken wat op zijn weg komt. „Bepaalde misdadigers zou ik niet willen verdedigen. En echtscheidingen zou ik ook liever niet doen. Al weet ik niet zeker of dit voortkomt uit mijn persoonlijke overtuiging of geloofsovertuiging. Ik zou me gewoon niet van harte voor dit soort zaken willen inzetten.”

Volgens Marjo Louwers, senior loopbaanadviseur en coach bij Schouten & Nelissen, moet de werkgever duidelijk kenbaar maken hoe er binnen een bedrijf met het geloof wordt omgegaan. Een voorbeeld van miscommunicatie maakte Louwers mee bij softwarebedrijf Baan, befaamd om de streng gereformeerde bedrijfscultuur.

„Een werkneemster die ik voor een internationale functie bij het bedrijf geworven had, moest vaak met het vliegtuig. Maar de directie stond niet toe dat zij op zondag reisde. Dus als zij maandag ergens moest zijn, dan moest ze al op vrijdag of zaterdag vertrekken. Daardoor kwam haar gezinsleven onder druk te staan. De werkgever had dit beleid van tevoren niet kenbaar gemaakt. Het werd als vanzelfsprekend verondersteld.” Na een paar maanden was de werkneemster weer vertrokken. „Zulke problemen voorkom je door vooraf goede afspraken te maken.”

Kijk op www.bedrijfsgebed.nl om te zien bij welke bedrijven de zogenaamde bedrijfsbidstonden plaatsvinden.