Werkende moeder zit in spagaat

Vrouwen met kinderen kiezen meestal voor kleine deeltijdbanen. Ook de thuismoeder bestaat nog steeds. „We moeten kijken hoe we vrouwen kunnen verleiden tot méér participatie.”

Stoppen met werken omdat ze een kind krijgen? In tegenstelling tot een jaar of tien geleden peinzen de meeste vrouwen daar niet over. Ze werken door, maar wel in deeltijd. Toch betekent dit niet dat werkende moeders intussen de normaalste zaak van de wereld zijn. Het moment waarop ze stoppen met werken is alleen een paar jaar opgeschoven. „De grote verandering komt als hun kind naar de basisschool gaat”, zegt Linda Rigters, beleidsmedewerker bij de FNV. „Dan nemen vrouwen ontslag of ze gaan van een grote deeltijdbaan naar een kleine.”

Dat is niet zo verwonderlijk. Kinderen van 0 tot 4 jaar kunnen de hele dag op een kinderdagverblijf terecht. Zodra een kind naar school gaat, is de dag versnipperd. Op veel scholen is het overblijven niet goed geregeld en voor alle scholen geldt dat ze rond drie uur ’s middags sluiten. Dat verandert met ingang van augustus, als het nieuwe schooljaar begint. Vanaf dat moment moeten scholen buitenschoolse opvang (BSO) aanbieden. Dat mogen ze zelf regelen, maar ze kunnen ook afspraken maken met een BSO in de buurt. Deze maatregel maakt het beslist gemakkelijker om werk en zorg te combineren, maar het is nog de vraag of de arbeidsparticipatie van vrouwen hierdoor toeneemt. Uit de Emancipatiemonitor van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) blijkt dat bijna de helft van de moeders vindt dat buitenschoolse opvang niet goed is voor kinderen. „Een BSO moet leuk zijn voor kinderen”, zegt Rigters, „Anders stoppen vrouwen alsnog met werken. Of ze proberen hun werktijden aan te passen aan de schooltijden.” Dat laatste betekent meestal een kleine deeltijdbaan. En als hun werkgever niet zit te wachten op vrouwen die van 9 uur tot 3 uur werken, nemen ze ontslag.

Het feit dat vrouwen met kinderen tot vier jaar vaak méér uren werken dan vrouwen met grotere kinderen, betekent overigens niet dat de kinderopvang van 0 tot 4-jarigen intussen perfect geregeld is, vindt Rigters. „De politiek heeft er meer geld voor gereserveerd, de werkgevers betalen verplicht mee en voor hun tegemoetkoming hoeven ouders alleen maar bij de Belastingdienst aan te kloppen. De financiering is echt verbeterd, maar er zijn nog steeds wachtlijsten. Ook maakt het veel uit waar je woont. In een Vinexwijk kun je kiezen uit drie kinderdagverblijven, in een dorp is het lastiger.”

Stoppen met werken is de slechtste beslissing die een vrouw kan nemen als het om geld gaat. Het betekent niet alleen loon inleveren in de jaren dat zij thuis blijft, maar levenslang. Als deze vrouwen terugkeren op de arbeidsmarkt, komen ze meestal op een lager beloningsniveau terecht dan toen ze stopten. In ieder geval lager dan wanneer ze waren blijven werken. Onderzoeksresultaten variëren, maar voor ieder jaar dat een vrouw thuisblijft, levert ze de rest van haar leven 0,5 tot 2 procent loon in. Wie tien jaar thuisblijft, verdient de rest van haar leven 5 tot 20 procent minder dan ze had kunnen verdienen. En krijgt na haar 65ste vanzelf ook een lager pensioen. Blijven werken dus, maar hoe pak je dat aan? „Zoek een leuke werkgever”, zegt Rigters. „Eentje met een goede cao, en met wie je afspraken kunt maken over flexibele werktijden. Dat je bijvoorbeeld werk mee naar huis kunt nemen als je kind ziek is. Zeker in functies waarvoor je een hoge opleiding nodig hebt, moet dat mogelijk zijn. Door internet en mobiele telefonie wordt dat steeds gemakkelijker.”

Rigters erkent dat de sectoren waarbij je gemakkelijk flexibele afspraken kunt maken doorgaans de typische vrouwensectoren zijn waar de lonen gemiddeld wat lager liggen. Een laagbetaalde sector, en dan ook nog in deeltijd werken, komt het ooit nog goed met de emancipatie van moeders? „Tja, dat is een probleem waar ik geen oplossing voor heb”, zegt Rigters, „Want vijf dagen crèche is iets wat de meeste mensen echt niet willen. Vrouwen zitten in een spagaat. De FNV wil zich niet bemoeien met de keukentafel, maar als je een partner hebt, moet je natuurlijk wel samen afspraken maken.” Een volledig of gedeeltelijk doorbetaald ouderschapsverlof voor iedereen zou dat al een stuk eenvoudiger maken. „Daardoor wordt het voor mannen aantrekkelijker om verlof op te nemen”, zegt Rigters’ collega Lucia van Westerlaak. „Bovendien geeft de overheid daarmee het signaal dat kinderen door beide ouders gezien moeten worden. Dat maakt het gesprek aan de keukentafel wel gemakkelijker.”

Het grote voordeel van deeltijdwerk boven stoppen met werken, is dat vrouwen binding houden met de arbeidsmarkt. Zolang hun kinderen jong zijn, maken de meesten misschien geen carrière, maar ze houden wel hun vakkennis op peil en hun ervaring neemt toe. Bovendien kunnen ze altijd weer extra uren gaan werken als de kinderen ouder zijn, is hun gedachte. Dat blijkt een misverstand te zijn. „Wettelijk heb je het recht je arbeidsduur aan te passen, maar in de praktijk gaat dat niet zo soepel”, zegt Van Westerlaak, „Als je meer of minder uren wilt werken, mag je werkgever dat weigeren als hiervoor zwaarwegende redenen zijn. Maar in cao’s staat niets over de mogelijkheid in beroep te gaan, of het voor te leggen aan een derde partij als je werkgever je verzoek niet honoreert.”

Uit onderzoek blijkt dat deeltijders in de sectoren zorg, onderwijs en overheid gemiddeld 8,6 uur per week meer willen werken. Kennelijk is dat niet zo gemakkelijk te realiseren, ondanks de wet Aanpassing Arbeidsduur. „Het moet van twee kanten komen”, zegt Van Westerlaak. „Werkgevers vinden al die kleine deeltijdbanen wel handig. Zij zouden meer moeten openstaan voor de behoeften van vrouwen en meer moeten nadenken over flexibiliteit.”

Tegelijkertijd zouden vrouwen wat meer uren moeten gaan werken, vindt ze. „Om hun economische zelfstandigheid te vergroten, maar ook omdat de vergrijzing het noodzakelijk maakt dat ze hun uren uitbreiden. Nederland was het eerste land ter wereld waar deeltijd in primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden goed geregeld werd. Dat was bedoeld als instrument om meer vrouwen op de arbeidsmarkt te krijgen. Nu moeten we kijken hoe we vrouwen kunnen verleiden tot nog meer participatie.”