Waarom is het pindakáás?

Levensvragen zijn tijdrovend; nrc.next richt zich op alledaagse mysteries.

Vandaag de vraag: waarom heet pindakaas ‘kaas’?

Waarom is het pindakáás? Illustratie Lobke van Aar morgen weer een vraag Aar, Lobke van

De Engelsen noemen het peanut butter, in Duitsland heet het Erdnussbutter en Zuid-Afrikanen besmeren hun boterhammen met grondnootjes-boter. Waarom heet het bruine smeersel in Nederland dan pindakáás en niet pindaboter? Ooit al eens kaas aangetroffen in pindakaas?

Pindakaasfabrikant Calvé, die het broodbeleg in 1948 in Nederland introduceerde, heeft het antwoord. In eerste instantie wilde het concern pindakaas inderdaad onder de naam pindaboter op de markt brengen. Het smeersel is namelijk afkomstig uit de Verenigde Staten en werd daar peanut butter genoemd.

De Nederlandse wet stond dat echter niet toe. Alleen echte roomboter mochten de naam ‘boter’ dragen. Andere botersoorten kregen de naam margarine mee. Uiteindelijk werd het bruine goedje onder dezelfde noemer als leverkaas, familie van de leverpastei, geschaard. Bij leverkaas zou de aanduiding ‘kaas’ op de snijdbaarheid slaan.

Zo speelt regelgeving ook een rol bij bijvoorbeeld hagelslag. Hoewel het in de volksmond hagelslag heet, is het een beschermde merknaam. Alleen fabrikant Venz mag zijn product hagelslag noemen. Andere fabrikanten moeten het strooisel verkopen als ‘chocoladehagel’.

De exacte betekenis van hagelslag is bij Heinz, het concern waaronder zowel De Ruijter als Venz vallen, onbekend. Waarschijnlijk duidt de term ‘hagel’ op de kleine, langwerpige chocoladekorrels, die aan de winterse neerslag doen denken.

De herkomst van het begrip ‘slag’ is moeilijker te traceren. Volgens een woordvoerder van Heinz moet de term letterlijk worden opgevat. Hagelslag is „het met kracht neervallen van hagel” bij het bestrooien van een goed belegde boterham.

Muisjes hebben hun naam te danken aan hun vorm. Volgens fabrikant De Ruijter is de naam ‘muisjes’ ontstaan in het midden van de negentiende eeuw. De anijskorrel, het basisproduct van het beleg, met zijn steeltje leek op het kleine knaagdier met de lange staart.

‘Gestampte muisjes’ zijn van latere datum. Banketbakker Cornelis Rutgerus de Ruijter, grondlegger van het concern, werd op het idee gebracht door oudere klanten. Zij vonden de gesuikerde anijszaadjes te hard voor hun gebit. De banketbakker stampte de muisjes fijn in een vijzel en een nieuw strooisel was geboren.

Rectificatie / Gerectificeerd

In het artikel Waarom is het pindakáás (24 april, pagina 35) wordt de herkomst van het woord ‘ pindakaas ’ verklaard met Nederlandse regelgeving. In de nieuwe versie van het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands (Amsterdam University Press) dat eind 2007 verschijnt, komt een andere verklaring te staan. Volgens de redacteur van het woord ‘pinda’ bestond het woord pindakaas in het Surinaams Nederlands al in 1783. Een Duitse zendeling vertaalde het woord Sranantongo pienda dokunu ( pindakaas ) dat jaar met „Pinda-Käse”. In Duitsland zelf heeft het smeersel vanaf de latere introductie Erdnussbutter geheten. Ook de Oxford English Dictionary vermeldt bij het trefwoord pinda een citaat uit 1796 waarin staat dat men in Suriname „butter” maakt van „pinda nuts”, zo weet de redacteur te melden.