Toch maar een turbo long op Shell

Beleggen is niet specifiek een mannensport, blijkt uit de vele vrouwenclubs en gemengde beleggersverenigingen. Vrouwen beleggen voorzichtiger en halen procentueel vaak meer rendement dan mannen.

Philip de Witt Wijnen

‘Jongens, het is nu tien over vier. Ik stel voor dat we nu eerst Teletekst aanzetten, voor we verder beslissen. Eventjes kijken

hoe ‘Amerika’ is geopend.”

De vier aanwezige vrouwen, leden van beleggingsstudieclub Golden Seven Waalre, nemen hun hobby serieus. En ze spreken de taal.

„Kijk de Dow staat in de plus, en Nasdaq ook.”

„Dit zijn leuke instapmomenten. Bijvoorbeeld voor Aegon, waar we het net over hadden.”

„Ze hadden vorige week goeie cijfers.”

„En Shell dan?”

„Dat kan altijd.”

„Ja, we nemen toch een turbo long op Shell. Hadden we zojuist besproken.”

Eén keer per maand treffen de zeven leden van Golden Seven elkaar, bij een van de vrouwen thuis. Dit keer in de in het bos verscholen villa van Ati Groen even ten zuiden van Eindhoven. De gastvrouw presenteert thee met een koekje. Om vijf uur gaat de wijn op tafel, met toastjes Franse kaas, radijsjes en partjes mandarijn. Maar gekeuveld wordt er niet. De vrouwen – gemiddelde leeftijd 67 jaar – praten consistent alleen over hun aandelen. Welke eruit moeten, en welke ze moeten aanschaffen.

Golden Seven is een van de vele particuliere beleggingsclubjes die werden opgericht aan het begin van ‘de campinghausse’, in 1997, toen de aandelenkoersen geen andere kant opgingen dan omhoog. Maar daarna kwam het verval, met de wereldwijde beursdip in de jaren 2002-2003. „We hebben samen heel wat meegemaakt.”, zegt voorzitter Anjo Tabbers. „Ook het debacle, ja. Maar daar zijn we toch leuk en gezellig doorheen gekomen.”

Na uitkoop van een aantal leden beleefden de vrouwen met een nieuwe inleg van duizend euro en een maandelijkse storting van 50 euro een doorstart. Inmiddels zijn ze er weer bovenop. Tabbers: „Toen de AEX-index in februari de 510 punten haalde, stonden wij weer op een plus van bijna 15 procent.”

Bij de Nederlandse Centrale Vereniging van Beleggingsstudieclubs (NCVB) zijn op dit moment een kleine vijfhonderd clubs aangesloten, waarbij opvalt dat beleggen beslist geen exclusieve mannensport is. Iets meer dan de helft van de ledenlijst bestaat uit gemengde beleggingsclubs (285). Er zijn 71 vrouwenclubs.

Vrouwen zijn enthousiaste en serieuze beleggers, is ook de conclusie van de Universiteit Maastricht die in januari onderzoek naar particulier beleggersgedrag publiceerde. Daaruit blijkt eveneens dat vrouwen zelfs beter beleggen dan mannen. In de periode 2000-2006 behaalden vrouwen 3,6 procent meer rendement dan mannen. Als je transactiekosten meetelt ligt het rendement onder vrouwen zelfs 7,2 procent hoger dan bij mannen. Verklaring voor het laatste: vrouwen voeren aanzienlijk minder transacties per jaar uit dan mannen.

Uit onderzoek naar gedrag van particuliere beleggers van marktonderzoeksbureau Millward Brown komt ook een aantal opvallende verschillen tussen mannen en vrouwen naar voren: vrouwen zijn onzekerder in beleggen dan mannen en dus ook voorzichtiger. Hun beleggingsportefeuille bestaat voor een groter gedeelte uit de mindere risicovolle obligaties en voor een veel kleiner gedeelte uit riskantere opties. Zij vinden zichzelf minder „speculatief” dan mannen. En vrouwen blijken veel minder vaak te handelen dan mannen. Ze zijn ook minder impulsief: niet meteen massaal kopen of verkopen op grote koersbewegingen.

Toch zagen de vrouwen van Golden Seven half maart reden om af te wijken van hun gebruikelijke beleid om alleen ná hun maandelijkse vergadering te handelen. Toen Akzo Nobel aankondigde dat zijn farmaceutische divisie Organon voor 11 miljard euro door het Amerikaanse Schering Plough zou worden overgenomen, steeg de koers ruim 15 procent. Voorzitter Anjo Tabbers en penningmeester Ria Merk besloten te handelen, buiten de andere leden om. „We waren samen op de Tefaf en dachten: we moeten nu onze aandelen Akzo verkopen.” De andere leden waren dankbaar. In zulke situaties heeft de penningmeester de vrije hand.

Net als de vrouwen in Brabant is Maud van der Salm al jaren vol van beleggen. Als student financiële economie aan de Universiteit van Amsterdam spelde ze de koerstabellen uit de krant. Direct na haar afstuderen maakte ze er haar beroep van: ze ging werken bij de beleggingstak van bankverzekeraar ING, die in Europa inmiddels 160 miljard euro aan belegd vermogen heeft. Van der Salm (34) is sinds 1997 fondsmanager van de wereldwijd beleggende ING- en Postbank Utility en Energy-fondsen, met ongeveer 700 miljoen in portefeuille.

In de wereld van de grote getallen is er geen kwaliteitsverschil tussen mannen en vrouwen. Dat vrouwen beter zouden beleggen vindt Van der Salm „onzin”. Het valt haar al niet meer op dat zij werkt in een omgeving die door mannen wordt beheerst. Ze is één van de drie vrouwen in een team van dertig sectorspecialisten. „Tijdens mijn studie was ik ook een van de weinige meisjes.” Van der Salm ziet evenmin dat vrouwen anders hun beleggingsbeslissingen nemen – zachter, emotioneler of wat dan ook. „We kijken allemaal analytisch naar bedrijven, en hanteren een horizon van drie jaar.”

Opvallend is dat juist in de Nederlandse beleggingswereld een aantal vrouwen de top heeft bereikt. Van der Salms hoogste baas is Angelien Kemna. Zij kwam in 2001 van concurrent Robeco over als hoofd beleggingen en werd ruim vier jaar geleden directievoorzitter. Ook de pensioenfondsen PGGM en ABP hebben een vrouw als chief investment officer. En bij Robeco, de beleggingsdochter van Rabobank, leidt een vrouw de vastrentende waarden, zoals obligaties.

Van der Salm gelooft niet dat deze vrouwen zijn benoemd vanwege hun geslacht. „Die zijn er gekomen omdat ze goed zijn.” Neem haar baas Kemna. „Die weet heel veel van beleggen.”

De vrouwen van Golden Seven gniffelen bij de gedachte dat zij betere beleggers zouden zijn dan mannen, dan hún mannen. Ze zijn trots op hun rendementen maar vinden niet dat ze per se beter zijn. Ze weten het ook niet, want ze praten er weinig over. Trots zijn ze er wel op dat ze nog nooit bij hun mannen om geld hebben hoeven vragen om de beleggingskas te spekken.

Maar, zegt penningmeester Ria Merk: „Onze mannen houden het wel in de gaten. Als wij iets doen wat echt onverstandig is, zouden ze er wel een stokje voor steken.”