Strijd tegen alcohol heeft zin

Vooral de prijs en beschikbaarheid van alcohol bepalen gebruik, constateerde de Amerikaan Lowenfels in een internationale vergelijking van beleid en drinkgedrag.

Hester van Santen

Er zijn veel plannen, van kabinetsleden tegen alcoholgebruik. Gisteren greep minister Eurlings (CDA, Verkeer en Waterstaat) de afname van het aantal verkeersdoden aan om te pleiten voor strengere alcoholcontroles in het verkeer. En zijn partijgenoot minister Ab Klink (Volksgezondheid) stelde vorige maand voor om de happy hours in de horeca aan te pakken.

Klinks voorganger Hoogervorst stelde ook al maatregelen voor, maar die werden toen ingetrokken of door de Tweede Kamer afgeschoten. Als de maatregelen nu wel doorgang vinden, komt Nederland wellicht weer in de middenmoot terecht, in strengheid van alcoholbeleid. Want, zo blijkt uit een Amerikaanse studie gisteren verscheen in het vrij toegankelijke medische internettijdschrift PLoS Medicine, is de wetgeving hier toleranter dan in de meeste ontwikkelde landen. Van de dertig staten die verenigd zijn in het economische samenwerkingsverband OESO (vooral Europese landen) staat Nederland op de 22ste plaats.

Auteur van de ranglijst is onderzoeker Al Lowenfels, gezondheidswetenschapper aan het New York Medical College. „Als je wereldwijd kijkt, is Nederland niet top”, zegt hij. „Ik denk dat het het beste zou zijn om alcohol minder beschikbaar te maken en om de prijs te verhogen.” Beschikbaarheid en prijs zijn de beleidsterreinen waar Nederland achterblijft, zegt hij.

Lowenfels somt in zijn vergelijking de maatregelen op en waardeerde ze. Maatregelen waarvan bewezen is dat ze het alcoholgebruik verlagen, wegen zwaarder. Bovenaan staan: de leeftijd verhogen waarop jongeren alcohol mogen kopen, schenken aan jongeren en dronkaards strafbaar stellen (dat is in Nederland al zo), de prijs verhogen, en regelmatig blaastests doen. Alcoholcampagnes noemt hij helemaal niet. „Educatieve maatregelen zijn wel populair, maar er is niet bewezen dat ze nut hebben”, legt hij uit.

Er wordt meer alcohol gedronken in landen die laag op deze alcoholbeleidsladder staan. In Noorwegen, waar de staat het monopolie heeft op de verkoop van sterke drank en alcoholreclame verboden is, drinken de inwoners per persoon 4,4 liter pure alcohol per jaar. De Luxemburgers, die vanaf hun zestiende sterke drank mogen kopen, consumeren er 12,6. Nederland neemt (met 7,9 liter pure alcohol per inwoner) een middenpositie in.

Voor zo’n tolerant land doet Nederland het dus best goed. Daarbij: in de meeste West- en Zuid-Europese landen wordt meer gedronken dan in Nederland. Is er dan wel een strenger alcoholbeleid nodig? Voorstanders benadrukken hoe dodelijk drinken is: elk jaar sterven achthonderd Nederlanders aan een duidelijk aan alcohol gerelateerde ziekte, zoals levercirrose – net zo veel als het aantal verkeersdoden. Daarnaast zijn er nog ruim duizend doden waaraan alcohol heeft bijgedragen. En dan zijn er de drinkende tieners – in steeds groter getale. Nederlandse jongeren blinken in Europa uit in binge drinking (slempen) en beginnen ook steeds jonger. In 1992 had ruim 30 procent van de twaalfjarige meisjes ooit gedronken, in 2003 was dat zo’n 70 procent, vond het Trimbos-instituut voor verslavingszorg. „Er moet geconcludeerd worden”, schrijft het RIVM in het Nationaal Kompas Volksgezondheid, „dat [...] het beleid voor deze groep onvoldoende vruchten afwerpt”. Accijnzen verhogen zou daartoe helpen: het weert vooral jongere, matige drinkers Toen de zoete mixdrankjes in Duitsland duurder werden, is die markt ingestort.

Paul Lemmens, medisch socioloog aan de Universiteit Maastricht, is gespecialiseerd in alcoholbeleid. Hij noemt Lowenfels’ studie „gedegen en goed onderbouwd”. Maar hij plaatst ook kanttekeningen bij het strenge, algemene ontmoedigingsbeleid dat de Amerikaan propageert en dat karakteristiek is voor Noorwegen. Dat beleid richt zich tegen een collectieve drinkcultuur. „Het argument van de tegenstanders van zo’n beleid is dat je verantwoorde drinkers niet mag straffen voor schreefloos gedrag van enkele zuipschuiten.” Vooral ook, vindt hij, omdat een beetje alcohol drinken juist goed is voor de bloedvaten. „Als je alleen maar matiging preekt, zoals prijsverhoging en vermindering van verkooppunten, ben je niet geloofwaardig. Je moet mensen realistisch voorlichten over de gevaren.”

Ook Victor Everhardt, campagneleider alcohol en opvoeding van het Trimbos-instituut, gaat in tegen de stelling dat voorlichtingscampagnes ineffectief zijn. „Een Postbus-51-spot leidt niet direct tot gedragsverandering. Daar is iedereen zich inmiddels wel van bewust, hoop ik. Maar je kunt ook voorlichting op scholen geven, ouders erbij betrekken, vragen van hen beantwoorden.” Hij benadrukt, net als Lemmens, dat de jongeren nu degenen zijn met het omvangrijkste drankmisbruik.