Sarkozy moet solidariteit bieden

Om te slagen zal Nicolas Sarkozy zijn campagneleuze ‘Gezamenlijk wordt alles mogelijk’ tot realiteit moeten maken, betoogt Dominique Moïsi.

De verrassing in de eerste ronde van de Franse presidentsverkiezing was dat er geen verrassing was, behoudens de enorme opkomst van de kiezers. De twee leiders van rechts en links, al lange tijd favoriet in alle peilingen, werden eerste en tweede.

De eerste ronde heeft vier winnaars en één verliezer opgeleverd. De eerste winnaar is de democratie. Voor het eerst van mijn leven moest ik bij het stemmen vrij lang in de rij staan. Want 85 procent van de kiezers ging stemmen, de hoogste opkomst bij presidentsverkiezingen in Frankrijk sinds Charles de Gaulle in 1965 voor het laatst kandidaat was.

De tweede winnaar is Nicolas Sarkozy. Met 31 procent van de stemmen zal hij in de tweede ronde een gunstig uitgangspunt hebben. Zijn strategie om kiezers weg te halen bij de extreem-rechtse Jean-Marie Le Pen is succesvol gebleken. Het merendeel van de Fransen dat op hem heeft gestemd, deed dit volgens betrouwbaar exitpollonderzoek vooral vanwege zijn persoonlijkheid. Zij wilden een sterke, charismatische man die Frankrijk economisch weer op de been zou helpen en hun veiligheid zou bieden.

De derde winnaar, ook al is zij rekenkundig in een veel ongunstiger positie, is Ségolène Royal. Dat zij de tweede ronde heeft gehaald is een enorme opluchting voor de Socialistische Partij na het debacle van Jospin (2002). En met meer dan 25 procent van de stemmen heeft ze het bijna even goed gedaan als Mitterrand in 1981.

Om een serieuze kans op de overwinning te hebben moet zij van de tweede ronde een referendum tegen Sarkozy maken. In een klassieke links-rechtskrachtmeting kan ze alleen maar verliezen. De arbeidersklasse is in het moderne Frankrijk aan het verdwijnen en wat er nog van over is trekt eerder naar extreem-rechts dan naar extreem-links. Haar beste kans schuilt niet in wat ze zegt maar in wat ze is, of misschien nog wel meer in de ongerustheid van haar tegenstander.

De vierde winnaar is François Bayrou. Met meer dan 18 procent van de stemmen heeft hij zijn score van 2002 verdrievoudigd. Hij heeft het centrum tot een macht gemaakt. In de tweede ronde van de presidentsverkiezing zal hij een mannetjesmaker, of misschien wel een vrouwtjesmaker blijken te zijn.

De verliezer in de eerste ronde is de leider van extreem-rechts, Jean-Marie Le Pen. Met minder dan 11 procent van de stemmen in dat wat de laatste campagne uit zijn carrière zal zijn, werd hij een ‘verouderend detail uit de geschiedenis’. In een campagne die draaide om de opkomst van een nieuwe generatie politieke leiders, verloor hij zijn aantrekkingskracht.

Nu begint een tweede campagne. De belangrijkste strategische zet voor de twee resterende kandidaten zal zijn om de stemmen uit het centrum te trekken zonder de kern van de linkse of rechtse achterban te verliezen. Dat wil zeggen dat Royal op een geruststellende manier haar economische geloofwaardigheid en Sarkozy zijn sociale gezicht moet beklemtonen.

De wereld en vooral Europa zullen nog nauwlettender naar deze tweede ronde kijken. Er is bijna een soort ‘Noord-Zuidscheiding’ te bespeuren, waarbij Zuid-Europa (met name Spanje en Italië) achter Royal staat en Noord-Europa, met name Duitsland en Groot-Brittannië (en ook de VS) zich achter Sarkozy schaart.

Voor de EU is de nieuwe man of vrouw in het Elysée-paleis misschien wel een noodzakelijke voorwaarde om het project Europa nieuw leven in te blazen, al zal die voorwaarde niet voldoende zijn. Het Franse ‘nee’ in mei 2005 tegen het referendum over het Europese grondwetsverdrag was een blijk, niet de oorzaak van de diepe crisis in Europa.

Op 6 mei, de dag van de tweede stemronde, zullen de Franse burgers kiezen tussen twee gevaren. Het eerste potentiële gevaar is, gezien de overheersende persoonlijkheid van Sarkozy, om Sarkozy als president te krijgen. Het tweede gevaar zal misschien nog groter blijken en kan als volgt omschreven worden: in dit tijdsgewricht en gelet op de toestand van hun economie is het heel wel mogelijk dat de Fransen de kandidaat afwijzen die verreweg de beste hoop op verandering en op een ‘renaissance’ belichaamt.

Om te slagen zal Sarkozy zijn campagneleuze ‘Gezamenlijk wordt alles mogelijk’ tot realiteit moeten maken. Dit houdt in dat hij de Franse immigranten met succes zal moeten integreren in de gemeenschap als geheel, met behulp van een combinatie van economische groei en herstel van het gezag van de staat, maar vooral ook door een veel groter besef van solidariteit en broederschap.

Dominique Moïsi is verbonden aan het IFRI (het Franse instituut voor internationale betrekkingen) en doceert aan de Europese Universiteit van Natolin in Warschau.