Reacties op Mees en Kinneging - hoe het onmogelijke te combineren: werk en kinderen

Ouderschapsverlof voor een van de werkenden

Het artikel van Andreas Kinneging begint met een citaat: „Kinderen hebben recht op een gezonde en evenwichtige ontwikkeling en groei naar zelfstandigheid” uit de concept-Memorie van Toelichting.

Kinderen hebben recht op de drie G’s: geluk, gezondheid en gezag. Als de ouders van deze ontwikkelingsprincipes uitgaan, zal de optimale ontwikkeling van het kind een goede kans maken. Ik stel derhalve dat het citaat een onjuiste formulering inhoudt.

In de ontwikkeling van elk kind is fundamenteel dat in het eerste levensjaar de zogeheten ‘basic trust’ ontstaat. Hiermee wordt de grondslag gelegd voor het latere vertrouwen van het kind in de wereld.

Met deze ontwikkelingsvoorwaarde voor ogen zou men ervoor kunnen pleiten dat (één van) de ouders permanent aanwezig is/zijn bij het kind. Dat wordt dan ouderschapsverlof voor de duur van één jaar bij vader of moeder (als beiden werken).

Ik meen dat dit al gerealiseerd is in een Scandinavisch land. Dan kom je natuurlijk in een andere discussie terecht dan bij de gezinsvoorwaarden van Kinneging.

A.M.H. van Term

Ontwikkelingspsycholoog

Moeders van ‘rotjochies’ hebben vast geen baan

Interessant artikel van Andreas Kinneging. Vooral zijn bewering dat een betaalde baan haaks staat op het opvoeden van kinderen. Interessant, omdat op pagina 3 een reportage staat over ‘rotjochies’ in de stadsjungle van Utrecht.

Ik durf er met meneer Kinneging een fles wijn om te verwedden dat de moeders van die rotjochies geen veeleisende carrière buiten de deur hebben, die ‘het grootste deel van hun tijd en energie opslokt’. Sterker, ik denk dat het merendeel van de ouders van die kinderen geen werk heeft.

Marjolein Zaal

Leiden

Klassiek gezin als bron van liefde én van ellende

De lekenpreek van professor Andreas Kinneging is van een voluntaristische tegeltjeswijsheid, en een pastiche van een academisch betoog (Opinie & Debat, 21 april). Mijn vader, een in zijn tijd gerespecteerd orthopedagoog (jeugdopvoeder), strooide in de jaren ’50 nog wel dit soort gedachten rond, maar hij heeft zich nooit verlaagd tot een pleidooi voor de vrouw als liefst fulltime gezinsopvoedster, waarin Kinneging zich uiteindelijk vastmetselt.

Mijn ouders hadden een ‘werkhuwelijk’; ze bestierden samen, meer dan fulltime, hun kindertehuis met grote passie. Ons gezin heeft daar, ondanks of dankzij een ‘pleegzus’ en allerhande ‘tantes’ en ‘hulpen’, nooit onder geleden.

Mijn moeder, afgestudeerd aan Kinnegings faculteit, zou zich in haar graf omdraaien als ze wist hoe ideologisch er tegenwoordig aan haar Alma Mater wordt ‘gewetenschapt’.

Uit mijn jeugd in dat kinderhuis en in het verdere leven heb ik één ding goed geleerd: het klassieke gezin is een bron van maatschappelijke stabiliteit en vaak een bron van veel geluk. Maar het is ook een klassieke bron van ellende, haat en kwaad, en onderdrukking van kinderen. Mijn ouders verdienden er hun brood mee.

Mr. Henk Jan van Vliet

Amsterdam

Kinneging is een dappere man met een goed idee

Wat ben ik blij met het artikel van Andreas Kinneging. Het is een verademing in kille zelfzuchtige tijden, waarin experimenteren met alternatieve gezinsvormen als een positieve bijdrage aan de diversiteit van de samenleving wordt beschouwd. En waarin ongelimiteerd getweeverdiend en gescheiden (liefst flits-) moet kunnen worden. Het is echter waarschijnlijk dat het tegengif van Kinneging geen enkele uitwerking meer zal hebben, omdat de patiënt al stervende is. Ik verwacht slechts cynische, probleemontkennende commentatoren die hun giftige pijlen zullen richten op het – in hun ogen – paternalisme en naïeve idealisme van de dappere Kinneging.

H.J. Luth

Dordrecht

Eén jaar ‘Poesje mauw’ zingen is genoeg

Met grote verbazing heb ik het artikel van Andreas Kinneging gelezen. Hij suggereert dat er een verband bestaat tussen kindermishandeling en fulltime werken in combinatie met kinderopvang. Onderbouwing voor deze stelling ontbreekt. Hij haalt geen onderzoek aan, maar geeft ook geen eigen verklaring. Ik denk dat – als er al een verband bestaat – dit verband andersom is. Fulltime werkende ouders hebben eerder de neiging hun kinderen te verwennen dan ze te mishandelen.

Kinneging heeft een duidelijk advies: liefst één van de ouders moet thuis blijven. Gezien zijn cv spreekt hij niet uit eigen ervaring. Zelf ben ik nu ruim een maand met fulltime ouderschapsverlof. Het is een leerzame periode, maar ik ben ook blij dat ik straks weer in deeltijd aan de slag mag. Na jaren te hebben gestudeerd en gewerkt is het dag in, dag uit zingen van ‘Poesje mauw’ niet heel bevredigend. Op termijn zou ik er ongelukkig van worden. Dat lijkt me niet goed voor mijn dochter.

Het artikel begint met de rol die de overheid moet spelen in de preventie van kindermishandeling. Vervolgens beschrijft hij het ideale gezin waarin een kind moet opgroeien. Wil hij dat de overheid werken door beide ouders, scheiden en ontevredenheid bij de ouders gaat verbieden om zo kindermishandeling tegen te gaan? Dat meent hij toch niet serieus? Hoe moet de overheid een harmonieus huwelijk afdwingen?

Onder zijn naam staat zijn functie: hoogleraar rechtsfilosofie. Zo’n functie schept verwachtingen die hij in het artikel niet waarmaakt. Hij zou een student een onvoldoende geven als die een zo slecht onderbouwd en warrig verhaal zou inleveren.

Het zou meneer Kinneging sieren als hij bij een volgend artikel zijn functie zou weglaten.

Elso Vlietstra

Tijdelijk fulltime huisvader

Hoe ging dat bij u, meneer Kinneging?

Hoe, mijnheer Kinneging, bent u er toch in geslaagd hoogleraar te worden, terwijl een betaalde baan, haaks staat op het opvoeden van kinderen, zoals u concludeert? Ik ga er even vanuit dat u in een harmonisch huwelijk verkeert, vader bent en u het om het even is, welke van u beiden ‘het brood op de plank brengt’. Dus, mijnheer Kinneging, ieder uur op uw werk kankon niet zijn besteed aan uw kinderen. Toch lijkt u een aardige carrière te hebben gemaakt.

Mw. mr V.H. van Tongeren

Amstelveen