Probleemwijken zijn allang prachtwijken

Van probleemwijken prachtwijken maken. Sinds Fortuyn zijn achterstandswijken politiek zeer correct. Het nieuwe kabinet doet daar nog een schepje bovenop. Veertig wijken worden fors aangepakt, als het aan minister Vogelaar ligt. Ik kan dat alleen maar toejuichen. Maar wat klopt er van de beeldvorming dat slechte wijken lang aan hun lot zijn overgelaten, dat ze steeds verder afglijden en dat het vijf voor twaalf is?

Benedenstad Nijmegen, 1880

Een urine- en poepstank walmt uit de nauwe steegjes, waar het zonlicht nauwelijks doordringt. Een no-go zone. Veel woningen tellen maar een kamer, waar gemiddeld vier mensen leven. Wassen doen de Benedenstadters zelden: er is 1 put voor 500 bewoners en de rivier de Waal is een open riool. Men houdt varkens, soms zelfs in huis. Overal liggen uitwerpselen. De meeste mensen kunnen niet lezen of schrijven. De kindersterfte is hoog en er breken regelmatig epidemieën uit. Van hogerhand worden missionarissen de wijk in gestuurd om te voorkomen dat dit volk afglijdt naar misdaad, alcoholisme en communisme. Schorriemorrie en gajes zijn veelgebruikte Jiddische termen voor het smoezelige volk downtown.

Nieuwe, frisse wijken

Voor de arme Benedenstad-bewoners werden in de jaren 20 nieuwe arbeiderswijken gebouwd, zoals het Nijmeegse Willemskwartier. Men kreeg hier vijf keer zoveel ruimte, een eigen tuintje bij een knus huisje met puntdak en er verschenen pleintjes en laanbomen. Een enorme sprong vooruit. Nu gaan diezelfde huisjes weer tegen de vlakte, omdat ze te klein zijn volgens de huidige normen en de wijk een zoveelste opknapronde doormaakt. Er zal een voorzieningenhart komen, een parkje en voetbalveldjes. In 1992 werd mijn wijk in de Volkskrant nog beschreven als oorlogsgebied, dankzij veertig uitgebrande woningen. Nu is het er levendig, weliswaar met de nodige hondenpoep en buurtruzietjes, maar ook met luxe speeltuinen, frisse bestrating en ruime huizen. De afgelopen decennia zijn hier miljoenen euro’s geïnvesteerd. En landelijk, in vele vergelijkbare wijken, miljarden. Uit de evolutie van het etiket voor deze buurten blijkt de progressie al: van krottenwijk naar achterbuurt naar achterstandswijk.

Waar zijn de zwakke wijken van weleer?

Hoe lang geleden was het dat de Zeedijk in Amsterdam dichtgetimmerde gevels met graffiti telde? En dat de Jordaan, de Pijp en de Baarsjes regelrechte achterbuurten waren? En hoeveel tel je nu neer voor een appartement in deze wijken? Is het aanpakken van buurten wel iets nieuws? Wat deed minister Rogier van Boxtel van Grote stedenbeleid in Paars II anders dan dat? Het zal overigens nooit ophouden. Als Nijmegen bijvoorbeeld succesvol investeert in Waterkwartier, Willemskwartier en Wolfskuil, zijn op een gegeven moment Hatert, Neerbosch-Oost en Tolhuis de slechtste wijken van de stad. Er zullen namelijk altijd wijken zijn die qua percentage werklozen, hangjeugd, woninginbraken of drugsoverlast hoger scoren dan het landelijk of stedelijk gemiddelde. Maar over het geheel genomen zijn de Nederlandse wijken er natuurlijk enorm op vooruit gegaan!

Kor Goutbeek