Pingpongpoëzie

Dit weekend werd de Paul Snoek Poëzieprijs uitgereikt aan Joost Zwagerman voor Roeshoofd hemelt (Arbeiderspers, € 15,91). Arie van den Berg vond de jurykeuze van de zes genomineerden interessant: ‘Hun poëtische voorkeur laat zich kortweg als „experimenteel” in de zin van „ontregelend” omschrijven. Dat verklaart waarom sommige poëtische hoogtepunten geen kans kregen (hoewel het ontbreken van Krang en zing van Piet Gerbrandy, De karpers en de krab van Wouter Godijn en Luchtwortels van Micha Hamel daarmee niet verklaard wordt). [...] Roeshoofd hemelt lijkt me geen bekroning waard. Deze overambitieuze poging om de waanzin in een roman in verzen te vatten lijkt mij vergeefs. De dialoog van vrije en rijmende verzen is daverend bedoeld, maar wekt hooguit associaties met een pingpongspel waarbij het balletje zelden over het net komt.’