Opknapbeurt van Nederland is ‘hoognodig’

Alleen al kijken naar de natuur is rustgevend. En de natuur stimuleert tot bewegen. Investeren in het landschap levert daarom veel op: meer geluk, geborgenheid en geld.

Fotomontage van de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap (VNC), voor en na het verfraaien van een verkaveld landbouwgebied. Foto Valentijn te Plate, VNC Plate, Valentijn te

Geluk en euro’s, dat is wat Nederlanders kunnen verwachten als het landschap wordt opgeknapt, zo blijkt uit een onderzoek in opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). „Dit is een heel belangrijk onderzoeksrapport. Want het gaat beslist niet goed met het Nederlandse landschap”, zei minister Gerda Verburg (LNV, CDA) vandaag bij de presentatie in Den Haag. „Nederland lijkt sinds de jaren negentig in een permanente verbouwing te verkeren. Steden, dorpen en bedrijfsterreinen breiden uit en nieuwe infrastructuur en energievoorzieningen zijn nodig. De veranderingen gaan zo snel dat mensen hun eigen omgeving nauwelijks meer herkennen.”

Het is in politiek Den Haag wel duidelijk dat het verfraaien van het landschap nuttig en noodzakelijk is. Het landschap is aan het verrommelen door de ongerichte bouw van vooral bedrijventerreinen en woonwijken, en een wirwar aan functies op het platteland, van sauna tot caravanstalling. Minister Jacqueline Cramer (VROM, PvdA) wil „nadere regels” stellen aan het bouwen, kondigde zij onlangs aan. En nu ligt er een rapport van minister Verburg dat de voordelen van het verfraaien van het cultuurlandschap „ondubbelzinnig” aantoont.

Het verfraaien van het cultuurlandschap leidt tot „tevredenheid, geborgenheid en geluk”, aldus het onderzoek Investeren in het Nederlandse landschap. Een aantrekkelijke groene omgeving helpt om tot rust te komen en stimuleert bewegen. „Uit experimenteel onderzoek blijkt een aantrekkelijke groene omgeving bij uitstek de plek om weer tot rust te komen. Omgevingspsychologen verklaren dat uit het feit dat een mooie omgeving je aandacht vasthoudt, zonder je volledig in beslag te nemen. Zelfs alleen al kijken naar natuur, blijkt een rustgevend effect te hebben. Daarnaast stimuleert natuur tot bewegen. Dat helpt ook tegen stress, maar verkleint ook nog eens de kans op hart- en vaatziekten, suikerziekte, botontkalking en overgewicht.”

Bovendien, en dat is het nieuwe aan dit onderzoek, betaalt het verfraaien van Nederland zich ook in euro’s uit. Het loont voor de maatschappij om te investeren in landschap. „Wanneer de kosten van investeringen worden afgezet tegen de baten die dat oplevert, ontstaat er een positief kostenbatensaldo van 17,9 miljard euro”, zo luidt de conclusie van deze analyse, uitgevoerd door adviesbureau Witteveen en Bos. „Vanuit het oogpunt van nationale welvaart lijkt het dus buitengewoon aantrekkelijk om te investeren in landschap.” Minister Verburg: „Het gaat dan om dingen als een aantrekkelijk vestigingsklimaat, dat essentieel is voor de ontwikkeling van een hoogwaardige kenniseconomie; om de huizenprijzen, die aantoonbaar stijgen als huizen in een groene en goed ontsloten omgeving liggen; en om recreatie en toerisme, die ook veel geld in het laatje brengen.”

Het bedrag van bijna 17,9 miljard euro is het resultaat van een „opschaling” naar heel Nederland van drie voorbeeldgebieden, waarvoor de kosten en baten van landschapsverfraaiing zijn berekend. Dat zijn de Hoeksche Waard in Zuid-Holland, de Meierij in Noord-Brabant en de Hondsrug in Drenthe. Afhankelijk van de aard van het gebied hebben de onderzoekers de kosten berekend van onder meer nieuwe akkerranden, drassige gebieden en bomenrijen. Ook zijn de kosten berekend van bijvoorbeeld extra wandel- en fietspaden en kanoroutes, alsmede van restauratie van boerderijen en monumenten, en zelfs de bouw van nieuwe dijkhuizen om de historische lintbebouwing te herstellen.

De baten van al deze investeringen, die groter zijn naarmate het gebied nu ‘lelijker’ is, zijn een gestegen woongenot dat tot uitdrukking komt in een relatieve stijging van de huizenprijzen met minimaal 4 procent. Ook leidt een fraaier landschap tot meer recreatieve bestedingen. De natuur en de cultuurhistorie varen er wel bij. En met veel groen is het gezonder leven, al was het maar doordat er meer fijnstof wordt ‘afgevangen’. De onderzoekers hebben ook minder grote effecten berekend. Dat zijn bijvoorbeeld een reductie van het gebruik van bestrijdingsmiddelen en kunstmest; minder erosie langs oevers; meer melk van koeien die niet lijden onder ‘hittestress’ omdat ze schaduw van bomen hebben; en beter groeiende gewassen door de beschutting tegen de wind.

Sommige welvaartseffecten zijn moeilijker te berekenen en daarom buiten beschouwing gelaten. Zo zullen vermoedelijk meer bedrijven het aantrekkelijk vinden zich in Nederland te vestigen. En ook zullen meer vakantiegangers in eigen land blijven. „De baten hiervan zijn de vermeden milieukosten door verre reizen en de toename van binnenlandse bestedingen”, aldus het onderzoek.

Het rapport van minister Verburg was er misschien niet gekomen zonder het Deltaplan voor het landschap, dat vorig jaar werd gelanceerd door Jaap Dirkmaat, voorzitter van de Vereniging Cultuurlandschap en bekend geworden als beschermer van bedreigde diersoorten zoals das en korenwolf.

Dirkmaat is tevreden over het onderzoek. „Dit klinkt ons als muziek in de oren”, zegt hij. Dirkmaat: „Er zijn altijd mensen geweest die zeggen dat het niet zo erg is dat het landschap verdwijnt, omdat de functies van het landschap nu eenmaal zijn veranderd. Dit onderzoek laat zien dat het herstel van het landschap juist een functie is die niet alleen bijdraagt aan geluk, maar ook economisch interessant is voor de BV Nederland, zoals dat heet.”

Het verfraaien van Nederland heeft ook als voordeel, zegt Dirkmaat, dat de bouwers in Nederland geen „smoes” meer hebben om bij het bouwen van fraaie villa’s „niet steeds maar weer rechtstreeks in een bestaand natuurbos neer te plempen”, maar elders.

Om de „hoognodige opknapbeurt” van Nederland te kunnen betalen, gaat minister Gerda Verburg binnenkort aan tafel met bouwers, investeerders, boeren en landschapsbeheerders. Ook laat de minister het Centraal Planbureau (CPB) nog eens controleren „of investeren in het landschap werkelijk zo lonend is als uit dit onderzoek naar voren komt”.